Al leek het nog steeds een beetje zomer tijdens onze donderdagse wandeling, overal was te zien dat het nu toch echt herfst is.
De straten en paden waren bedekt met bruine, gele en rode bladeren, die knisperden onder onze voeten. En plotseling stonden we stil om deze verzameling zwammen te bewonderen. Iedereen was het er over eens, nu werd het toch echt, echt herfst.

Category Archives: Persoonlijk
Digitalisering…
Zo en dan lijkt het mij of de mensen niet meer weten wat persoonlijk contact is. Deze week viel mijn oog op een overlijdensadvertentie. De overledene was iemand die ik in een ver verleden vagelijk gekend had. Maar de advertentie trok vooral mijn aandacht omdat er vermeld stond dat condoleances konden worden gemaild aan ….. en daarna volgde het adres van de begrafenisonderneming.
Je hoeft dus nu al geen kaartje meer te sturen, geen postzegel te plakken. Hup, een snel berichtje aan www.??? en klaar is het. Snel verder met de waan van de dag.
Beseft men dan niet dat juist een persoonlijk berichtje, met desnoods wat onbeholpen woorden, meer troost biedt dan een snelle mail, waarvan er tig in een dozijn gaan?
Laat ik het er maar op houden dat de wereld verkilt, maar ik blijf nog gewoon een persoonlijk berichtje sturen.
Verstopt
Leo sloot achteraan in de rij voor de balie, ik ging zitten op de stoeltjes tegen de wand van het Oogziekenhuis. Ik keek op. “Hè, wat is dat nou? Het lijkt wel kunst, maar wat een gekke plaats en waarom zoiets nou in dit ziekenhuis?” Ik keek nog eens beter, nee dat kon het niet zijn. Maar wat dan wel?
Toen bewoog er iets en viel het kwartje.
Niks kunst dus, gewoon de benen van een werkman die bezig was met iets tussen het plafond te monteren.
Wat kan een mens toch een rare associaties hebben….
Boek
Na ons bezoek aan de tentoonstelling over Iran was mijn nieuwsgierigheid weer gegroeid naar dat land. Hoe graag zou ik dat willen bezoeken, zien hoe Esfahan, Persepolis en Teheran er in het echt uitzien. Maar een aantal dingen houden me tegen. Ik moet er niet aan denken altijd in zo’n verhullende lange jas te moeten lopen, ook als het bloedheet is en dan ook nog mijn haar te moeten bedekken en dan nog de politieke situatie… Niet bepaald prettig.
Maar gelukkig zijn er dan altijd mensen die het wel aandurven. Zoals Eefje Blankevoort, die in de periode 2002 – 2006 verschillende malen in Iran was. Ze is 23 jaar als ze er begint met een onderzoek naar de propagandakunst. Daarnaast leeft ze te midden van de jongeren in Teheran, leert ze de taal spreken en reist ze naar verschillende andere steden. Ze heeft contacten met diverse jongeren die het leven in Iran willen veranderen. Haar belevenissen geven een mooi beeld van een land met vele verboden, maar met een levendige en onvermoede andere kant van het bestaan. Niets is wat het lijkt, er kan niet veel en toch is er bijna alles mogelijk. Je moet de valkuilen alleen wel met een zekere swung weten te omzeilen. En zo nu en dan geluk hebben of de juiste relaties…
De schrijfster schuwt het avontuur niet, maar is wel altijd op haar hoede.
Natuurlijk houdt ze na haar terugkomst in Nederland de situatie in Iran nauwlettend in de gaten en heeft ze nog regelmatig contact met haar vrienden daar. In 2017 gaat ze weer terug en vindt ze het land én de mensen veranderd, hoewel veel hetzelfde is gebleven. Nog altijd een land dat me nog nieuwsgierig maakt, maar plannen om er heen te gaan zijn er nog steeds niet…
Fado en port
Mijn 70e verjaardag vierde ik dus in Portugal. Ik had verwacht dat die dag stilletjes voorbij zou gaan. Maar de attente hoteldirectie had ’s middags op onze kamer een gekoelde fles champagne en lekkere taart klaar laten zetten. Een complete verrassing, waar we dankbaar van genoten hebben.
Daarom stapte ik al een ietsiepietsie onvast in de taxi, die Leo en mij naar een gezellig restaurant bracht. Tijdens een heerlijk en uitgebreid diner luisterden we naar live fadomuziek. Wat heerlijk toch dat Leo dat allemaal gewoon van uit Rotterdam via het internet geregeld had. De wereld wordt telkens een stukje kleiner 😉
En na het diner dronken we een heerlijk glas port. Meestal word ik van port een beetje droevig, maar dit keer had ik een vrolijke dronk.
Dus, proost, to the good life!
Muzikaal begin van de week
Net als vorig jaar begin ik elke week weer met muziek. Het kan van alles wat zijn, in elke taal, soms ontroerend, soms carnavalesk. Maar het brengt in ieder geval mij altijd in een goed humeur.
Deze week een ode aan het leven… L’chaim van de Budapest Klezmer Band
Bouwen
Rotterdam is een stad van werken en van bouwen. Het ene project is nog niet klaar of het andere staat al weer op stapel. Wandelen door de stad betekent vaak langs, over of door een opgebroken straat lopen en overal vind je heimachines en bouwkranen.
Maar vorige week verbaasde ik me toch wel over dit gezicht, genomen vanaf de kade tegenover Katendrecht. Acht enorme bouwkranen telde ik. Eigenlijk staan er nog meer, maar die pasten niet allemaal op de foto. Zoveel had ik er nog niet bij elkaar gezien….
Ja, in Rotterdam zijn de hemdsmouwen weer opgestroopt.
Effe doorwerken nog, en dan hebbie zo een heel nieuw stadsdeel!

Porto
Het was nog een heel gezoek naar ons hotel in Porto, maar uiteindelijk vonden we het toch. Gelukkig vlak naast een metro-station, zodat we niet met de auto de stad in hoefden. Ik las ergens dat geen straat in Porto waterpas loopt en dat blijkt inderdaad zo te zijn. Het is stijgen en dalen, trapje op, heuveltje af. Maar de Douro is altijd dichtbij en vanaf de kades heb je een prachtig gezicht op de wijnpakhuizen en de grote brug, die Eiffel nog gebouwd heeft. Met de metro over die brug naar de andere kant gaf uitzicht op de vele kleurige huizen, die opeengestapeld lijken te zijn. En dat alles overgoten door een stralende zon met een strak blauwe lucht op de achtergrond.
Natuurlijk namen we een kijkje in het station van Porto, bekend om zijn enorme tegeltableaus. De hal was bijna louter gevuld met fotograferende mensen. En ohh, wat kunnen sommigen zich in allerlei bochten wringen om toch maar mooi op de foto te komen. Ook de gevels van huizen zijn vaak bekleed met kleurrijke tegels. We slenterden wat door smalle straatjes met leuke winkeltjes. En natuurlijk namen we ook zo’n ouderwets trammetje en reden naar de monding van de Douro, waar we op een terrasje heerlijk aten.En natuurlijk dronken we een glaasje port en luisterden we naar fado-muziek. Maar daarover vertel ik later nog…
Macaber…
In Evorá konden we natuurlijk niet om de “Capela dos ossos” heen. In de kerk van St. Franciscus is een kapel gemaakt waarvan de wanden en pilaren bestaan uit menselijke botten. Ook staan er vitrines met skeletten van monniken. Het lijkt griezelig, maar ik vond het op een bepaalde manier heel indrukwekkend.
Boven de ingang staat een Latijnse spreuk die “Onze beenderen die hier liggen wachten op die van u” betekent. In de tijd dat de kapel gebouwd werd, leek de dood dichterbij, maar nog steeds geldt dat de enige zekerheid in het leven de dood is.
Na het bezoek aan de grote St. Franciscuskerk vonden we een rustig en koel plekje in de nabijheid van de kapel, waar we wat uitrusten. Daarna ging het verder Evora in. Het is niet zo’n groot stadje maar wel heel bezienswaardig, met veel resten uit de Romeinse tijd, smalle straatjes en knusse winkeltjes.
Zoete zonde….

Ik had het op mijn verjaardag al voorspeld. In Portugal zou ik “Pasteis de Belem” of “pasteis de nata” eten. Niet één, meerdere, misschien wel een paar tegelijk. Dat is me niet gelukt hoor, één per keer was meer dan voldoende. Maar een volgend keer weer, dat maakt toch wel een leuk stapeltje zo met elkaar.
En ik was niet alleen, want ook Leo vond die kleine ronde custardtaartjes heel erg lekker. En dus probeerden we bij diverse bakkerijtjes welke we de lekkerste vonden. We hebben één adresje, waar ze nog warm waren. Knapperig van buiten, zacht en zoet gevuld…. kopje koffie erbij…. hmmmmm… heerlijk…..
In dit filmpje kun je zien hoe ze gemaakt worden.
