
Eigenlijk las ik dit boek te laat, want het er op volgende deel had ik al gelezen. Toch bleef ook dit boek boeien van begin tot eind. Patience Murphy is op de vlucht. Waarvoor komt stukje bij beetje in het boek naar voren. Ze woont dan al een paar jaar in een huisje op het platteland van West Virginia. Ze is min of meer een “selfmade” vroedvrouw in een gebied waar nog geen goede ziekenzorg bestaat en heeft het vak van een oudere vroedvrouw zo goed en zo kwaad geleerd.
In het Amerika van 1929, kort na de beurskrach, is armoede heel normaal. Er is geen werk voor de vele tienduizenden arbeiders. Velen gaan op zoek naar werk in andere gebieden en trekken langs de wegen. Patience leeft alleen en eenzaam, maar krijgt gelukkig toch hulp uit onverwachte hoek. Maar ook die hulp veroorzaakt moeilijkheden, die tot voor kort onmogelijk leken te bestaan. Een boek over een moeizaam, zwaar en hard leven vol verdriet, maar ook met lichtpuntjes die de hoop op betere tijden doet opleven.

In een museumvitrine zag ik laatst dit kopje staan. Een beetje vreemd geval, vond ik. Een kopje met een kopje er in. Maar dat onderste kopje, daar kon dan weer geen vloeistof in, want dat was opengewerkt. De gids wist wel waarom. Want dit is een “trembleuse”, een kopje dat vroeger vaak werd meegenomen op reizen. Het onderste opengewerkte deel zit vast aan het schoteltje en daar past het kopje in. Dan viel je kopje niet van het schoteltje als de koets over een hobbel reed. Slim toch….?
Wanneer ik bij de super sta, bekruipt me wel eens het gevoel dat ik heel slecht bezig ben. Want ik wil nou juist die dingen, die er mooi en lekker uitzien, maar ecologisch verwerpelijk zijn.
Of het echt veel lekkerder is, weet ik niet. Ik zag dit soort pasta in een grote AH-supermarkt. Het lijkt me echt heel Italiaans.
Hoe het ontstaan is, weten we niet meer. Maar als wij op vakantie gaan, eten we de avond tevoren witbrood met haring en aardbeien. Nee, niet meteen roepen van “Bah”, want we eten natuurlijk eerst brood met haring (en uitjes) en dan pas één of meer boterhammen met aardbeien. En geloof me, dat is heerlijk.
Toen ik voor het eerst bij mijn schoonouders kwam, lustte ik geen haring. Dat kon niet vond schoonmoeder en haar wil was wet. Dus proefde ik mijn eerste haring zuinigjes op een boterham, bedekt met heel veel ui en tomaat. Dan hoefde ik die enge vis niet te zien. Dat het zo lekker was, leerde ik snel. En nu eet ik het ook zonder ui en tomaat leg ik er al heel lang niet meer op.
Dit is het begin van een -hopelijk- uitbundige oogst aardbeien. We kijken ze zowat de grond uit! Maar natuur laat zich niet dwingen, dus zullen we geduld moeten hebben.
De winkel van Jac. van Zanten op de Karel Doormanstraat in Rotterdam herinner ik me nog wel. Een delicatessenzaak met voornamelijk Engelse zaken. Thee, jam, cider, Engelse kaas en leuke snuisterijen. Jammer, maar die zaak zul je er niet meer vinden. Het winkelaanbod is totaal veranderd, de huren stegen en het klantenbestand dunde uit.
Herenhuis. Bij zo’n woord denk ik aan statige huizen, langs een gracht of singel. Met een grote klopper op de deur, blinkend gepoetst. En als je belt, wordt de deur opengedaan door een jong dienstmeisje, met een keurig zwart jurkje en een wit schortje. Ja, ja, beetje ouderwets, beetje upstairs-downstairs.
Maar dit bord zag ik dan wel in een deftige wijk, een mooie laan en het huis kon er ook mee door. Maar herenhuis zal dan toch wel iets anders betekend hebben. Ik schat het op een flinke studentenwoning. Alle bewoners lid van het “corps”, beetje bekakt, biertje in de hand, sigaretje of sigaartje in de mond…. Maar nog niet genoeg bemiddeld voor een eigen auto. Ze gaan voorlopig nog gewoon met de fiets. En zo heurt het ook, niet toch…. ?
Wie wat bewaard, heeft wat. En hoewel ik soms denk “waarom bewaar ik dat nou?” kan ik sommige dingen niet weggooien. Omdat het nog wel eens te pas kan komen.
Want neefje wordt twee jaar en dan ben je groot genoeg voor een leuk voorleesboek. Dat dan weer prima paste in die doos. Etiketten er af gehaald, leuk plaatje erop, adressticker en afzender. Flink wat stevig plakband er om, want het moet tegen een stootje kunnen. En tada… zuinigheid met vlijt maakt dat het zo op de post kon.