
Eigenlijk las ik dit boek te laat, want het er op volgende deel had ik al gelezen. Toch bleef ook dit boek boeien van begin tot eind. Patience Murphy is op de vlucht. Waarvoor komt stukje bij beetje in het boek naar voren. Ze woont dan al een paar jaar in een huisje op het platteland van West Virginia. Ze is min of meer een “selfmade” vroedvrouw in een gebied waar nog geen goede ziekenzorg bestaat en heeft het vak van een oudere vroedvrouw zo goed en zo kwaad geleerd.
In het Amerika van 1929, kort na de beurskrach, is armoede heel normaal. Er is geen werk voor de vele tienduizenden arbeiders. Velen gaan op zoek naar werk in andere gebieden en trekken langs de wegen. Patience leeft alleen en eenzaam, maar krijgt gelukkig toch hulp uit onverwachte hoek. Maar ook die hulp veroorzaakt moeilijkheden, die tot voor kort onmogelijk leken te bestaan. Een boek over een moeizaam, zwaar en hard leven vol verdriet, maar ook met lichtpuntjes die de hoop op betere tijden doet opleven.

Toch was er laatst commotie over.
Met belangstelling kijk ik regel-matig naar de uitzendingen van
Wanneer ik bij de super sta, bekruipt me wel eens het gevoel dat ik heel slecht bezig ben. Want ik wil nou juist die dingen, die er mooi en lekker uitzien, maar ecologisch verwerpelijk zijn.
Maar de patiënten van het EMC kunnen dat niet. Die moeten, in omstandigheden die toch al erg belastend kunnen zijn, hun verslaving maar “cool turkey” opgeven.

Maar ’s avonds bij het Journaal valt regelmatig onze mond open. Want dat kon toch echt niet meer. Die arme nieuwslezer en weerman, strak in het pak, overhemd tot aan het bovenste knoopje dicht en dan nog een stropdas. Welke suffe stylist had hier nou toch de hand in? De presentator hoeft echt niet in bermuda op het scherm te verschijnen, de weerman mag zijn hawaï-shirt ook wel thuis laten. Maar is er nou geen gulden middenweg? Een vlotte lichte broek, net poloshirt…? Zodat ze op de weersomstandigheden zijn voorbereid?
Nu kreeg ik te horen dat er zalf voor was. Tikkeltje eigenwijs wilde ik daar in eerste instantie niet aan beginnen. Maar toen na een paar dagen de blaren opensprongen, belde ik toch maar even op om te vragen hoe en wat. Bij het Kruidvat kon ik cetomacrogol crème kopen en er dik op smeren. Tja, en hoe dan…? Want pleisters kunnen en mochten niet. Het werd dus hannesen met grote gaas kompressen. En het moest zo luchtig mogelijk blijven, liefst zonder BH.
De ons opgedrongen privacy-regels beginnen nu al absurde vormen aan te nemen.