Mooi ontwerp

Ontwerp:
Christien Meindertsma, Roel van Tour

In de tentoonstelling in de Kunsthal zag ik deze stoel, een Nederlands ontwerp.

Simpel, fraai en zeer doordacht. Dit is namelijk een zeer milieuvriendelijke stoel. Gemaakt van vlas en glasvezel.

Uit de rechthoekige plaat wordt de zitting en rugleuning in één keer gesneden en in vorm geperst. En daarna worden de overgebleven stukken plaat gebruikt voor de poten. Zo simpel kan het zijn.

Het is waarschijnlijk niet ieders smaak, maar ik vond deze stoel bijna ontroerend mooi. Een stoel met een gedachte, zonder afval.

Op heel veel plaatsen te gebruiken, want in een huiskamer miststaat hij niet, maar hij voelt zich ook in een concerthal of kantoor op zijn plaats.

Waarover praten zij?

Moest je vroeger naar Katendrecht, dan maakte je een hele omweg. De wijk, bekend om zijn prostitutie en de Chinezen die er woonden, lag nogal afgelegen. Maar ja, wat had een mens daar te zoeken? Het leek het domein van smachtende zeelieden en Chinezen, die er een gesloten gemeenschap vormden.

In de loop der tijd is dat veranderd. Katendrecht kreeg een brug, die in Rotterdam zelden bij zijn officiële naam “Rijnhavenbrug” genoemd wordt, maar meestal “Hoerenloper” heet 😉

Nu is Katendrecht een yuppenwijk geworden, met talloze nieuwbouwflats. En op een zomerse avond is van daaraf een loopje naar de Wilhelminakade snel gemaakt. Niet alleen voor de hippe nieuwe bewoners, maar ook voor de Chinese bewoners. Die zich heerlijk in het zonnetje koesterden, onderwijl druk pratend.

Maar waar over praatten zij? Dat kan ik je niet vertellen. Ik wilde eerst van dichterbij fotograferen en vragen om toestemming. Maar dat lukte niet. Want de oudere Chinezen hebben vaak zo hard gewerkt, dat het leren van de Nederlandse taal erbij is ingeschoten. Dan maar wat verder af, dat maakt me eigenlijk niks uit, ik vond het een mooi plaatje.

Minibieb

Minibiebs zie je steeds meer. Soms een klein kastje, soms een mooie kast met een flinke voorraad.

In Anloo liepen we langs de kerk en stonden ineens voor een minibieb. Niet zomaar een, maar voornamelijk gevuld met tuinboeken en tuinbladen.

Ervoor stond een tafel met potjes, waarop wat zaaigoed en stekjes. Zomaar, om mee te nemen. Het was dat we nog een paar dagen weg zouden blijven, maar anders had ik ze zeker meegenomen voor thuis.

En dat was nog niet alles. Er stond ook een aantal doosjes met zakjes zaad. Keurig gerubriceerd en op alfabet. Er waren wat groentenzaden, maar ook bloemenzaad natuurlijk. Zo leuk.

Daar wilde ik wel iets van meenemen. Natuurlijk heb ik me ingehouden en slechts 1 zakje meegenomen.

Straks eens kijken of de Oost Indische kers wortel wil schieten in Rotterdam.

Bakken

Brood bakken schijnt ineens heel populair te zijn. Ik vind het ook altijd een hele belevenis om van die paar ingrediënten iets te maken. Want in principe heb je alleen meel, water, zout en gist nodig.

Tijd en kracht zijn ook noodzakelijk. Tijd om alles te laten rijzen en kracht om te kneden, want dat is een stevig karwei. Maar daar heb ik nu dus een apparaat voor.

Op internet heb ik al heel wat receptenfilmpje gezien, er staan nog wat kookboeken in mijn kast, dus ik zou meteen aan de slag kunnen.

En als klap op de vuurpijl kreeg ik vorige week deze Broodbijbel. Niet alleen vol met recepten, maar ook met theoretische feiten en technische weetjes. Dat wordt nog een paar uurtjes studeren.

Liefdespaar

Kijk ze nou es zitten, heerlijk in de zon. Het is niet zo’n groot dak, daar op mijn voederhuisje. Maar dat is juist fijn, zo kunnen ze lekker dicht tegen elkaar schukkeren.

Zo nu en dan knuffelen ze elkaar. Als ik de deur open doe, kijken ze meteen op. Ze vliegen niet meteen weg, zijn aan ons gewend. En wie weet, misschien schud ik het broodmandje wel leeg….

De buurkat houdt het stel ook in de gaten. Maar die is alert op alle vogels. Niet dat ie er veel vangt. Dat komt omdat hij een beetje mollig en dus ook wat slomer is. Nou ja, geen nood. Dan sluipt ie naar de vijver en drinkt een beetje. En dan zoekt ie weer een ander lekker tuintje.

De tortels trekken zich niks aan van de kat. Ze weten allang dat die geen gevaar vormt. Nog even knuffelen, roeroekoe (dat is ik vind je lief op z’n tortels) en dan vliegen ze weg. Op zoek naar een ander romantisch stekkie.

En ik ga verder met wat ik bezig was te doen. Straks is er vast wel wat meer te zien in onze tuin.

Muzikaal

De meeste planten hebben een mooie, officiële Latijnse naam. Maar er zijn zoveel verschillende vormen, die vaak ook nog een een beetje op elkaar lijken. Dus krijgen nieuwe variëteiten naast hun officiële naam een soort van bijnaam.

Dat zal nog knap lastig zijn om die namen te verzinnen. Er zijn tegenwoordig toch niet meer zoveel koningen, prinsen of prinsessen die je nog kunt vernoemen. En als je een persoon uit de geschiedenis kiest, dan weet je maar niet hoe lang die nog in de gratie blijft 😉

Maar in de muziek zijn de mogelijkheden nog lang niet uitgeput. En de kwekers van Astibles (pluimspirea) zochten de namen dan ook in de popmuziek.

Een paar weken geleden waren het nog maar net opkomende planten in een groot bed in Arboretum Trompenburg. Alleen die bordjes verwezen naar de muziek. Maar als ze bloeien -en dat doen ze vast wat later in het jaar- gaan we gewoon weer kijken om te zien of er echt zoveel muziek in zit… Of de Astibles Punk Rock, Rock and Roll, Metallica en nog wat anderen inderdaad de pan of het perk uit swingen

Zoeken

De bloementuintjes die ik bij de Appie kreeg had ik nog even laten liggen. Ze werden soms van hier naar daar geschoven, maar ach, ze lagen niet in de weg.

Maar toen voor Pasen de tafel uitgebreid gedekt moest worden, moesten ook de bloementuintjes met nog wat andere zaadjes verkassen.

Waar zou ik die nou eens neerleggen? Niet in de kamer, want dan bleef het toch rommelig. Niet inde gang, niet op mijn eigen kamer. Nee, ik legde ze ergens waar ze uit het zicht waren, maar toch simpel weer terug te vinden.

Maar de nacht na Pasen schrok ik wakker met de gedachte “Waar heb ik die doosjes nou toch gelaten?”

De volgende morgen meteen maar eens kijken. Ik zocht, ik zocht, maar nergens te vinden. Ook Leo zocht mee, maar zonder resultaat. We zochten onder de bank, in de boekenkast, in alle keukenkastjes. Maar geen bloementuintjes. Vagelijk herinnerde ik me dat ik ze ergens bij elkaar gelegd. Er vormde zich een beeld, maar hoe ik ook zocht, geen spoor.

Tot afgelopen donderdagmorgen. Ik keek weer eens in de berging, zonder resultaat. Had ik ze nou toch, zonder er bij na te denken, weggegooid? Toen viel mijn oog op dat ene barbertje onder de plank. En kijk….., in een mandje, netjes droog en opgeruimd, daar lagen ze dus!

En gisteren heb ik ze dus gezaaid. Nog even wachten en dan kunnen de roze, witte, gele en regenboogmix-bloemen worden uitgeplant.

Vechtpartijtje

Als we rustig in de kamer zitten, is het ineens een kabaal van je welste in de tuin. Gekrijs, klapwiekende vleugels en we zien wat veren door de lucht waaien.

Het zijn eksters en roeken, die duidelijk met elkaar in gevecht zijn. Maar waarom? Dat weten we zo gauw niet te achterhalen. Ze vliegen onrustig heen en weer en wippen van de schutting op het dak van de buren.

Maar dan ontdekken we iets op onze tuinkast. Lag dat er nou al? Nee, het blijkt een stuk brood te zijn. Maar dat is wel gek, want dat dak loopt rond af en je moet wel heel goed mikken dat zo’n broodkorst precies in het midden komt en blijft liggen. Trouwens, hele boterhammen gooien wij niet in de tuin. Hooguit wat kruimels uit de broodmand. We vermoeden dat het uit de bek van een vogel gevallen is.

Omdat wij opstonden zijn de vogels meteen weg gevlogen. Maar dat duurt niet lang en dan begint het gevecht alweer.

Uiteindelijk blijft er één roek over, die de korst met zijn poot op het dak vastdrukt. Zo, daar zal hij eens op zijn gemak van genieten…. Totdat er weer een ander zo brutaal is om ook een deel van de buit op te eisen. Even tilt de roek zijn poot op en …. floep, de broodkorst valt naar beneden en verdwijnt tussen de planten.

Dan heeft de vogel er genoeg van. Als het moeilijk wordt, zoekt hij wel ander voedsel. En zo is de rust weergekeerd in onze tuin.

Boek

Sommige boeken trekken je meteen in het verhaal. Bij Het lied van de Mistral ging het een beetje moeizaam. Waar dat aan ligt. Ik weet het niet. Er lopen wel vaker verschillende lijnen door elkaar in een verhaal.

Olivier Mak-Bouchard: Het lied van de Mistral

De ik-figuur woont met zijn vrouw Blanche in een klein vlekje in de Provence. Ze hebben weliswaar goed contact met de buren, maar komen er niet regelmatig over de vloer.

Tijdens een noodweer stort een deel van een muur in op het terrein van de buurman. In de stromende regen komt hij de verteller halen. Waarom? Dat is het begin van een vreemde ontwikkeling.

Buurman denkt dat er een bron is en begint met graven en de schrijver helpt mee. Enigszins tegen wil en dank, maar steeds enthousiaster. Ze ontdekken inderdaad een waterbron. En water is meer dan goud in het droge gebied.

Was die bron er altijd al? Het lijkt er niet op. Maar uit welke tijd is ie dan wel? En moeten ze het melden bij de autoriteiten? Want er worden ook oude voorwerpen gevonden. Hebben die archeologische waarde? En dat water, kun je dat drinken of zou het alleen geschikt zijn voor bewatering van de kersenboomgaard? zoveel vragen zonder duidelijk antwoord.

Het wordt steeds geheimzinniger, vreemder en soms lijken sagen, legenden en koortsdromen door elkaar te lopen. Totdat een natuurramp leidt tot een onoverkomelijk einde.

Ik vond wel een mooi, maar wat bevreemdend boek, met bespiegelingen over de natuur van de streek en diverse facetten van de geschiedenis.

Recept

Hoewel ik heel graag kook, laat ik sommige groentes vaak in de schappen liggen. Aubergine is zoiets. Ze glanzen me vaak tegemoet, lijken perfect te kunnen optreden in heerlijk schotels. Maar toch, vaak kopen doe ik ze niet.

Maar een bericht dat het wel heel lekkere en ook gezonde groente is, liet me besluiten om er ook weer eens eentje in mijn wagentje te leggen. Thuis verdween hij in de groentela en pas na enkele dagen realiseerde ik me dat er nu toch wel iets mee gedaan moest worden.

Start het filmpje met deze link

Tablet erbij, internet op en zo kwam ik terecht bij dit filmpje. Een maaltijd, bereid door Rudolph van Veen, al lange tijd mijn favoriete kok. Dat moest wel lekker zijn.

En dat was het niet alleen, het was ook nog eens super eenvoudig. Een met bakpapier beklede bakplaat beleggen met schijfjes aubergine, rode ui in smalle reepjes erop en bestrooien met een flinke lepel ras-el-hanout en een ferme scheut olijfolie. Een kwartiertje (of iets meer) in de oven, Italiaans spek erover en nog even terug in de oven. Dat spek had ik niet in huis, maar een restje mozarella smaakte ook en zo bleef het ook nog een een vegetarische maaltijd.

Erbij tomaten couscous. Ook al zo simpel, want eigenlijk gewelde couscous ombakken met wat knoflook en tomaten.

Ik kan het aanraden. Aubergine komt beslist vaker op het menu!