Je zult maar…

Je zult maar ziek zijn en wonen in de Noordoostpolder. Je moet naar het ziekenhuis. Maar dat ziekenhuis is failliet en op stel en sprong gesloten. Waar moet je dan heen?
De media zaten er vorige week natuurlijk bovenop. Kan er geen hulp van de overheid komen? Hoe moet het nu verder? Ze gingen natuurlijk bij de verantwoordelijke minister te rade.
Minister-BruinsEn wat zegt die? Met een zuinig mondje meldt hij dat het natuurlijk heel vervelend is, maar goede zorg blijft gegarandeerd. “Mensen kunnen terecht in de omliggende ziekenhuizen….zoals in Harderwijk, Hoorn of Sneek…. Ja, dat is wel wat verder weg, maar blijft nog binnen de norm van 45 minuten…”
Ik keek met verbijstering en heb me afgevraagd onder welke steen die minister en de regering al die tijd heeft liggen slapen. Gaat die man altijd met de auto, heeft hij nooit eens last van files?
En nog erger, wie geen auto heeft en dus van het openbaar vervoer afhankelijk is, hoe komt die daar dan?  Ik heb het nagekeken, schrik niet:

– Van een willekeurig adres in Tollebeek ( een kleine plaats in de Noordoostpolder) ben je in 8 minuten bij het IJsselmeerziekenhuis in Emmeloord. Elk halfuur gaat er een bus. En als je een aardige buur of kennis hebt, zul je misschien wel gebracht en gehaald kunnen worden. Dat was dus helemaal niet slecht. Maar nu….
– Moet je van hetzelfde adres naar het Westfriesgasthuis in Hoorn, dan ben je minimaal 2,46 uur kwijt en moet je 4x overstappen. De andere mogelijkheid duurt 3,16 uur en dan hoef je slechts 3x over te stappen.
– Wil je van Tollebeek naar Sneek, dan duurt de reis 1,35 uur met 2x overstappen, maar dat kan maar één keer per uur.
– En tenslotte duurt de reis met het OV van datzelfde adres in Tollebeek naar Harderwijk 1,38 tot 1,49 uur, waarbij je minimaal 2x moet overstappen.

Heeft die minister zich al gerealiseerd wat dat voor oudere of minder mobiele mensen zal gaan betekenen?

Daniël den Hoed

Kliniek-Daniel-den-HoedDe Daniël den Hoed-kliniek, een begrip in Rotterdam en omstreken. Als je daar heen ging, dan wist je het wel. Je kon rekenen op meelijwekkende blikken, wat benepen geknik. Er liggen voor heel veel mensen hele nare en wrange herinneringen. Ook voor mij. Ik ging er met mijn moeder heen, kwam er toen ook mijn schoonvader tegen. Zelf bracht ik er meer dan dertig keer een bezoek voor bestraling. En toch… na al die jaren zijn het geen spookbeelden die opdoemen als ik er aan denk. Wel herinner ik me de vriendelijkheid, de hulp en begrip van doktoren en verpleegkundigen. De ruimte die je kreeg om je angsten en problemen te bepraten.
Nu gaat de kliniek op 18 mei 2018 definitief dicht. Nog deze week was ik er, waarschijnlijk voor het laatst. Want de behandeling die ik nu weer ga krijgen zal waarschijnlijk later en dus ergens anders gebeuren.
Ook de naam “Daniël den Hoed-kliniek” gaat verdwijnen, want is die inmiddels opgegaan in het Erasmus MC. Dat is bekender in Nederland en het buitenland en genereert dus meer geld. Toch vind ik dat jammer. Want Daniel den Hoed, de pionier in de radiotherapie en Rotterdammer van de eeuw, mag niet vergeten worden.  We zijn hem veel dank verschuldigd. Er mag dus wel een plek komen waar hem eer wordt betuigd.

Knapzak

In 2008 moest ik na de borstkanker operatie ook nog bestraald worden. Dat gebeurde in de Daniël den Hoedkliniek, hier in Rotterdam.
De verzekering voorziet in zo’n geval voor ziekenvervoer, maar Leo en ik besloten op eigen gelegenheid te gaan. We zetten dan de auto bij een halte van de tram die bijna tot voor het ziekenhuis rijdt.
knapzakDe eerste keer had Leo een katoenen tasje bij zich. Ik vond dat vreemd, waar had hij die nou voor nodig? Maar wat bleek? Eenmaal in de tram toverde hij uit die tas van allerlei lekkers. De ene dag was het een krentenbol, dan weer een stukje chocola of een sultana. Ook had hij meestal een pakje chocomel of appelsap bij zich en zeker als het heet was ook nog een flesje water. Elke dag, en dat meer dan 30 keer, was het iets anders. Ik had natuurlijk al snel in de gaten dat die knapzak altijd mee moest. Het werd een beetje een soort van handelsmerk. En zo werd die bestraling weliswaar nog geen feestje, maar wel een heel stuk minder vervelend.
Ook onderweg zagen we nog wel eens wat. Dan lag er een groot schip bij de Erasmusbrug, dan weer waren er allerlei evenementen in aanbouw. En op de terugweg namen we wel eens een ijsje of gingen we nog even de stad in.
Bestraald worden moet ook dit keer weer. Misschien minder vaak, maar toch. Maar die knapzak wordt vast weer van stal gehaald.

Valentijn

Deze schattige kaart kreeg Leo toen hij nog maar een klein Leootje was. Hij lag in het ziekenhuis met buikvliesontsteking, dat was in 1951. En het was natuurlijk helemaal niet er gelegenheid van Valentijnsdag, maar gewoon om hem op te vrolijken. Toch is het wel degelijk een originele Valentijnskaart, kijk maar naar de achterkant.

   

Lief hè?  Zo vind je nog eens wat bij het opruimen.

Het kan verkeren…

 

Oeps, wat een impact heeft zo’n ziekenhuisopname. Ineens word je met je neus op de feiten gedrukt. Krijg je vragen zoals “wilt u gereanimeerd worden?” Wilde ik dat? Daar was ik helemaal niet mee bezig. Ik leefde, had plannen, wilde op vakantie, naar musea, wandelen, weet ik veel wat nog meer.
Maar ja, ze moeten het wel vragen. En als ik eerlijk ben, dan denk ik “dood is dood”. Jammer voor degenen die overblijven, maar zelf weet je het toch niet meer. Toch, tijdens al die ziekenhuisonderzoeken is de grens tussen leven of dood soms flinterdun. En wat is reanimeren? Pfff, daar had ik wel even voor nodig. Want nee zeggen, betekende ook niet geopereerd worden. Want als aan het eind van de operatie je hart niet meteen op gang wil komen? Dan……? Ja,ja, nou daar zit toch wel een beetje meer nuance. Na al die moeite dan het loodje leggen, dat is toch ook wel heel erg wrang. Dus, ja ik wilde uiteindelijk wel gereanimeerd worden. Ach en als je dan onder narcose bent, dan maakt het allemaal niet uit. Je voelt het niet, krijgt het niet mee en of het gebeurd is……….? Ik heb de details niet nagevraagd. Alles was zonder complicaties verlopen en nu gaan we weer in een heel rustig tempo naar betere tijden.

Nu ik weer thuis ben, komen de momenten waarop alles een beetje aan het bezinken is en groeit het wonder. Dat er mensen zijn die je kunnen en willen opereren, dat er ziekenhuizen waar dat allemaal kan, dat er verplegers en verpleegsters zijn die je willen verzorgen. Dat je eigen lijf je in de steek liet, maar toch ook weer niet. Dat je weer trek in eten hebt, dat de meest basale functies het gewoon weer doen.
Dat maakt me blij, maar geeft ook zo nu en dan stomme huilbuien. Maar vooral heel erg veel om heel erg dankbaar te zijn!

 

Het kan verkeren…

En nu lig ik weer in Rotterdam, in het IJsselland ziekenhuis. Helemaal zonder draadjes, infuus of wat dan ook. Gewoon patiënte no. zoveel, die een beetje moet aansterken, bijkomen en binnenkort weer naar huis toe gaat. En dat is natuurlijk prima. Ik laat me verzorgen, lees een beetje, slaap zo nu en dan wat. Nog even gewoon relaxen.

Het kan verkeren…

Als je dan hoort dat je geopereerd gaat worden, kom je in een achtbaan van emoties terecht. Vanmorgen vertelde de verpleging dat ik donderdag naar Breda ga en daar vrijdag geopereerd zal worden. In mijn hoofd maakte ik een sprongetje. Tegelijkertijd bekroop me de angst. Hoe zal het gaan…. Dat moet ik afwachten. Maar ik ben niet de eerste en zeker niet de laatste in deze situatie. Velen gingen me voor en ze knapten er erg van op. Voorlopig dus even radiostilte, maarrrrrr ik kom terug 😊

Het kan verkeren…

Ineens moest ik de vraag beantwoorden “wilt u gereanimeerd worden, voor het geval dat….” Dat hakt er in. En zo’n catheterisatie vond ik al best griezelig. Gelukkig gaf de verpleging duidelijke uitleg, waren alle betrokkenen aardig. En zorgde een klein pilletje voor een houding van “laat maar gaan, je niet opwinden”. En het viel alleszins mee.

Alleen de uitslag niet. Want 3 vernauwingen zijn niet mis. Ze gaan er over denken en een plan opstellen. Maar het wordt dotteren met of zonder stens of een bypass operatie. En binnen niet al te lange tijd. Ik ben dus nog niet thuis……