Een groot TV-kijker ben ik niet. Soms vind ik een programma wel leuk en kijk ik met plezier, maar vaak verveelt het me ook al snel. Langlopende series met elke week een aflevering vind ik al helemaal moeilijk te volgen. Ik vergeet ze gewoon of heb net geen gelegenheid om te kijken.
Maar voor “Salvage Hunters” op Discovery Channel wil ik wel tijd vrij maken. De sympathieke antiquair Drew Pritchard gaat daarin op jacht naar nieuwe items voor zijn zaak. Dat doet ie samen met Tee, een man met droge humor. Het is ook zo leuk waar hij gaat zoeken. Je komt in talloze grote en kleine tweedehands zaakjes in Groot Brittannië, maar ook in prachtige oude herenhuizen of kastelen. De eigenaren willen maar al te vaak van hun oude spullen af. Wie met groot genoegen kringloopwinkels afloopt, moet beslist ook hier eens naar kijken. Kopen kun je niks, of je moet het online bij Drew zelf doen. Maar mee op jacht is echt een genoegen. Gelukkig worden uitzendingen op DC vaak herhaald, dus kijk in de gids wanneer er eentje is.

Knapzak
In 2008 moest ik na de borstkanker operatie ook nog bestraald worden. Dat gebeurde in de Daniël den Hoedkliniek, hier in Rotterdam.
De verzekering voorziet in zo’n geval voor ziekenvervoer, maar Leo en ik besloten op eigen gelegenheid te gaan. We zetten dan de auto bij een halte van de tram die bijna tot voor het ziekenhuis rijdt.
De eerste keer had Leo een katoenen tasje bij zich. Ik vond dat vreemd, waar had hij die nou voor nodig? Maar wat bleek? Eenmaal in de tram toverde hij uit die tas van allerlei lekkers. De ene dag was het een krentenbol, dan weer een stukje chocola of een sultana. Ook had hij meestal een pakje chocomel of appelsap bij zich en zeker als het heet was ook nog een flesje water. Elke dag, en dat meer dan 30 keer, was het iets anders. Ik had natuurlijk al snel in de gaten dat die knapzak altijd mee moest. Het werd een beetje een soort van handelsmerk. En zo werd die bestraling weliswaar nog geen feestje, maar wel een heel stuk minder vervelend.
Ook onderweg zagen we nog wel eens wat. Dan lag er een groot schip bij de Erasmusbrug, dan weer waren er allerlei evenementen in aanbouw. En op de terugweg namen we wel eens een ijsje of gingen we nog even de stad in.
Bestraald worden moet ook dit keer weer. Misschien minder vaak, maar toch. Maar die knapzak wordt vast weer van stal gehaald.
Tassen
Tassen en schoenen kan een vrouw nooit genoeg hebben. Ruimte te weinig om alles op te bergen, tja dat weer wel. Maar goed, elk voordeel heb se nadeel. Daar vind ik wel weer wat op. 😉
Ik werd vrijdag verwend met een lief cadeautje, een vrolijk en handig opvouwtasje. Dat heeft nu standaard een plek in een nieuw klein en kek geel schoudertasje, dat ik zaterdag kocht om mezelf te verwennen. Leo blij, want nu kan dan eindelijk, eindelijk dat al jaren oude rode, wat armoedige en versleten tasje weg.

Muzikaal begin van de week
Net als vorig jaar begin ik elke week weer met muziek. Het kan van alles wat zijn, in elke taal, soms ontroerend, soms carnavalesk. Maar het brengt in ieder geval mij altijd in een goed humeur.
Deze week start ik met een Portugees lied van Mariza: “Ó gente da minha terra”
Delft
Voor mij een eitje, voor Bertie een flinke reis naar Delft. We ontmoetten elkaar op het station en liepen al kletsend naar het centrum. Ondertussen appte ik Emie, zodat we gezellig met z’n drieën aan de koffie/thee zaten.
Emie had daarna een huishoudklus te doen, Bertie en ik gingen op pad en schoten winkel in en winkel uit. Veel gekocht? Nee hoor, kijken, kijken en dan toch niet kopen. Er moest natuurlijk ook geluncht worden. We liepen over grachtjes, zagen Nijntje, het Meisje met de Parel in velerlei vormen en kwamen ook nog een spraakzame Hugo Grotius tegen. Dat kan allemaal in Delft. Een leuk stadje waar we vast nog wel eens rond willen neuzen.
Vooruit kijken!!
In deze dagen gaan mijn gedachten vaak terug naar mijn moeder. Zo’n gemakkelijk leven heeft die niet gehad. Jong haar moeder verloren, bittere armoe gekend, de oorlog, mijn vader met zijn manisch depressieve buien en zijn stijfkoppigheid. Toen alles een beetje op de rails leek te komen, kreeg ze mij. Mijn ouders hielden van me, maar echt welkom was ik niet. Mijn zus was al 18 en altijd enig kind geweest. Dan komt er ineens zo’n hummel bij. Als kind begreep ik in onwetendheid niet waarom ze me niet “teruggestuurd” hadden, maar later snapte ik heel goed de angst dat ze me niet groot zou zien worden. Gelukkig, dat kwam allemaal in orde en heeft ze ook kunnen genieten van haar twee kleinkinderen.
In november 1983, ze was toen 75, kreeg ze te horen dat ze borstkanker had. Naar bijna alle onderzoeken en afspraken ging ik met haar mee. Aan mijn vader en zus had ze niet zoveel. Die konden daar niet mee omgaan. Mijn moeder hield zich liever aan mij vast.
De dag dat ze geopereerd werd, gingen we ’s avonds naar haar toe. Ze was nog duf, lag te slapen met haar mond open, geen gebit in, bleek en grauw. “Hij is er af, hè?!” was het enige dat ze toen zei.
De volgende dag kwamen we op bezoek. En wat kan één dag verschil maken. Daar zat mama, gekamde haartjes, rouge op de wangen, gestifte lippen. Ze maakte grapjes, vroeg naar onze kinderen. Ze vrolijkte ons allemaal op. Wat een verschil met de vrouw naast haar, die hetzelfde had ondergaan. Tranen, droefheid, bedrukte gezichten, als er een grauwsluier rond haar bed hing. .
Mama vertelde later dat de vrouw niets anders deed dan huilen. Waarop mijn moeder zei: “Je kunt nog zeven emmers vol huilen, maar je krijgt er echt niks mee terug. Pak jezelf op. Kijk vooruit en probeer er het beste van te maken.” Dat deed ze zelf ook. En dat ga ik dus ook weer doen!
Leeftijd
Hier in het westen zijn we nogal druk met onze leeftijd. Jong is het credo. Dus joggen we, smeren we dure crèmes op ons gezicht, spuiten sommigen botox of laten zich faceliften. Vaak verven we onze haren om het grauwe grijs te verdoezelen.
Goed, laat ik heel eerlijk zijn, erg veel doe ik er niet aan. Maar het streelt ook mijn ego als ik jonger geschat wordt dan ik ben.
Deze vrouw ontmoetten wij in 2005 in Zuid-China. Ik was toen 57, maar hoe oud deze vrouw is? Geen idee? We zijn nu dertien jaar verder en ik vraag me af hoe zij er nu uit zou zien.
Recept
Kaasburgers (vegetarisch)
3-4 sneden volkoren brood
2 eieren
1 flinke teen knoflook, gehakt
1 sjalotje, fijngehakt
peper, zout
tijm en/of Italiaanse kruiden
250 gram ricotta
75-100 gram bloem
100 gram pittig geraspte kaas
(olijf)olie
Ik gebruikte hiervoor een op internet gevonden recept als richtlijn. Maar inmiddels heb ik zo veel veranderd, dat het een beetje mijn eigen recept is geworden.
Snijd de sneden brood (met of zonder korst) in zo klein mogelijke stukjes.
Doe in een kom en voeg eieren, knoflook, sjalot, kruiden, peper, zout en ricotta toe.
Meng goed en meng er dan zoveel bloem door dat het een niet al te stevig, vochtig deeg is.
Roer er de geraspte kaas bij en laat alles in de koelkast staan gedurende 30-60 minuten, zodat het vocht een beetje intrekt en de massa steviger worden.
Verdeel na de rusttijd de massa in 8 tot 10 gelijke delen. Bevochtig je handen met wat olie en rol elk deel tot een bal en sla plat tot een burger.
Bak de burgers in wat olie aan beide zijden goudbruin, leg dan het deksel op de pan en laat ze nog 5-10 minuten op zacht vuur gaar worden.
Zelf experimenteer ik nog wel eens met wat andere kruiden: (gerookte) paprikapoeder, cayennepeper, kerrie. Ook een restje peterselie, koriander of selderij kan toegevoegd worden. Met de geraspte kaas kan natuurlijk ook nog gevarieerd worden.
Een recept om volop mee te experimenteren.
EET SMAKELIJK!!
Eigen schuld….
Ziek zijn, beter worden. Dat is op dit moment natuurlijk het allerbelangrijkst.
Ik weet van mezelf dat ik een nogal praktische tante ben. Niet zeuren, niet huilen (nou ja, soms een beetje), maar aanpakken. Doen wat gedaan moet worden. Nou, daar ben ik dan ook druk mee bezig.
Toch is het vaak de buitenwereld die je de zaken ineens van een andere kant laat bekijken. Precies op de dag dat ik hoorde dat ik weer borstkanker heb, las ik een artikel waarin de journaliste de relatie tussen alcohol en die ziekte ter discussie stelde. Alsof je, door te drinken, schuld hebt aan je defecte lijf. Dat je dus beter had moeten weten. Wat een k.tverhaal! Vrouwen opladen met een schuldgevoel! Hou toch op!!
Ik weet het wel: alcohol kan een negatieve invloed hebben. Maar wat niet? Suiker, vet, zonlicht, luchtvervuiling, het kan allemaal bijdragen aan het ontstaan van allerlei enge kwalen, bij mannen en vrouwen. Het is dus niet eerlijk om alleen die alcohol de schuld te geven. Het is doodgewoon helemaal niet realistisch om de schuld bij één ding te gaan zoeken. Een combinatie van factoren heeft er toe geleid en ik vind dan ook de beste omschrijving: “domme pech“.
Want had ik iets kunnen doen aan de genetische kwaliteit van mijn moeder, vader?
Hadden mijn ouders mij ander eten, vooral biologisch en onbespoten, moeten geven?
Had ik kunnen weten dat mollig niet gezond was?
Had ik de eerste ongesteldheid kunnen uitstellen, de overgang kunnen vervroegen?
Had ik toch mijn baby moeten dwingen om borstvoeding te drinken?
Had ik als kind kunnen protesteren tegen veelvuldige onderzoeken met, toen nog bovenmatige, Röntgenstraling? Dan was ik misschien wel als kleuter gestorven aan TBC en had ik inderdaad nooit borstkanker gehad.
Overmatig alcoholgebruik kan beslist niet goed zijn, dat moge duidelijk zijn. Maar moeten
we nu voortaan zo gaan leven dat we alleen maar geitenharenwollensokkenmelk drinken en smakeloze sompige schotels tot ons nemen? Geen wijntje, geen biertje, geen glaasje bubbels op Oudejaarsavond? En als je dan toch nog een keertje ernstig ziek wordt? Nee, leven is geven en nemen, zon en schaduw, vreugde en verdriet. En helaas, soms ook ziek zijn en (hopelijk) beter worden.
Dus ik neem gewoon zo nu en dan een glaasje wijn. Proost, L’chaim!
Monnickendam
Toen Leo nog Leootje was, logeerde hij soms bij zijn oom Paul en tante Ali in Monnickendam. Als stads ventje vond hij het er heerlijk, met veel vrijheid, ruimte. Met tijd om te klooien, te vissen, te spelen met zijn even oude nichtje Betty en haar buurmeisje Neelie.
Hij vertelde er vaak over, want het waren heerlijke herinneringen. De WC buiten, de deur met het hartje erin. Slapen op zolder, de grote steile trap op, stiekem luisteren wat er beneden besproken werd, de grote pispot die hij een keer uit zijn handen liet vallen…
En ook als we tante Ali zagen, werden die herinneringen weer opgehaald, aangevuld door schoonmama, schoonpapa en tante zelf. Dan kwamen natuurlijk ook andere medebewoners aan bod. De ouders van Neelie aan de ene kant, de buren aan de andere, met een eigen palingrokerij. Daar waren er meer van in het dorp en dat kon je soms goed ruiken.
En ook de melkboer verderop in de Kerkstraat. Die man die zoveel kinderen had. Tante vertelde dat ze altijd meteen wist wanneer het weer “zo ver” was. Dan droeg de melkvrouw een speciale rok, weet je nog? Ja,ja, schoonmama herinnerde zich dat ook en samen moesten ze daar dan weer om lachen. Elk jaar raak. Hoeveel kinderen zou die wel gehad hebben? Dat konden ze zich niet precies herinneren.
Tante, oom en schoonouders zijn al lang overleden, dus de herinneringen vervaagden. Tot afgelopen zaterdag. Want Jeanne van Sjannes Blog schreef over een indrukwekkende begrafenisdienst in Monnickendam. Dat zou toch niet die oude melkboer zijn geweest?
Ik reageerde en vertelde over Leo’s herinneringen. En geloof het of niet, maar het was inderdaad de oude melkboer Tessel die begraven werd. Een heel bijzonder toeval. Jeanne ken ik al lang, maar ontmoette ik pas persoonlijk op de Bloggersbijeenkomst en nu komen we elkaar meteen weer op het wereld-wijde-web tegen.
Al speurend op het www ontdekten Leo en ik ook nog deze site. Voor wie misschien ook herinneringen aan Monnickendam heeft.

