In de 3e klas van de lagere school spaarde iedereen kauwgumplaatjes met filmsterren. Kauwgom vond mijn moeder maar vies, dus dat kreeg ik niet. Zakgeld had ik niet en dus ook geen kauwgomplaatjes. Maar ik zag ze bij vriendinnetjes natuurlijk wel. Het zei me overigens niet veel, want ook naar de film ging ik niet. Echt heel veel herinneringen heb ik dus niet aan deze jeugdrage. Maar ineens zag ik op Pinterest een foto van Roy Rogers en kwamen de herinneringen terug. Alleen noemden wij hem “Rooie Roggers”. In werkelijkheid heette de man Leonard Franklin Slye en speelde hij in heel veel films, samen met zijn vrouw Dane Evans.
Film
Afgelopen weekend keek ik op Netflix naar “Woman in Gold”, een film met in de hoofdrollen Helen Mirren en Ryan Reynolds.
Maria Altmann kon ternauwernood de nazis in Oostenrijk ontvluchten. Haar Joodse familie was welgesteld en bezat diverse waardevolle kunstwerken. Onder andere een portret van haar tante Adèle Bloch-Bauer, geschilderd door Gustave Klimt. Tijdens de bezetting roofden de nazis de kunstschatten en na de oorlog vervielen ze aan de Oostenrijkse regering. Het prachtige portret van tante Adèle hing van toen af in het Belvédère in Wenen.
Wanneer een nieuwe wet het mogelijk maakt om de geroofde kunstwerken terug te krijgen, doet Maria met behulp van de zoon van haar vriendin, een advocaat, een poging. Maar het lijkt een verloren zaak. Na verloop van tijd is ze alle commotie zat en besluit ze er maar van af te zien. Maar dan bijt de advocaat zich in de zaak en begint een rechtszaak tegen de staat Oostenrijk. Dankzij de emotionele speech die Maria in Wenen houdt, slaat de opinie om en komt het kunstwerk weer in haar bezit.
Maar wat moet je met zo’n prachtig maar ook zeer kostbaar werk in je huis? Uiteindelijk koopt Richard Lauder, van het bekende cosmeticaconcern het schilderij en belooft Maria het portret altijd ten toon te stellen.
Een onderhoudende film, gebaseerd op een waargebeurd verhaal.
Lente
Yes, we can!
Dit plaatje staat niet alleen op mijn sleutelhanger, maar siert nu ook als zeepje ons toilet.
Rosie the riveteer, symbool voor alle vrouwen die in de tweede wereldoorlog het werk van de mannen overnamen. Zich de zware werkzaamheden eigen maakten en hun land naar de overwinning hielpen. Die zelfvertrouwen kregen, maar later toch weer terug gewezen werden naar hun enige recht, het aanrecht.
Nou ja, natuurlijk niet allemaal. Er is gelukkig ook een hele generatie van zelfstandige, hardwerkende en sterke vrouwen uit voort gekomen.
Maar dat weet je natuurlijk niet, als je bij mij een plasje pleegt. Daar staat ze eigenlijk alleen een beetje voor de sier en de “verluchting” 😉
Nostalgie
In Rotterdam is het openbaar vervoer goed geregeld en wij maken er dan ook dankbaar gebruik van. Vroeger ging ik met de tram naar school, later met tram en bus naar mijn werk. Soms was het stampvol en mopperde ik, duurde het me te lang om te wachten in de regen of kou. Ook Leo bewaart goede herinneringen aan de tram. Hij wilde vroeger trambestuurder worden en spijbelde regelmatig om dan een ritje met de tram te maken.
Sinds een aantal jaren hebben wij gratis vervoer van de RET, gunstige bijkomstigheid van ouder worden. En ik ga dan ook niet op stap zonder OV-chipkaart in mijn tas.
Zaterdag brachten Leo en ik een bezoek aan het Trammuseum in Rotterdam. Pure nostalgie, want daar worden rijtuigen uit vroeger tijd bewaard, worden filmpjes vertoond en konden we mee rijden met zo’n oude en bekende tram.
Zelfs het allereerste elektrische rijtuig staat er, mooi gerestaureerd door talrijke vrijwilligers. Eén van hen vertelde dat het rijtuig zelfs nu nog zou kunnen rijden. Ik stapte er in, alleen al om even te kunnen denken dat mijn ouders hier ook mee gereden moeten hebben. En dat rijtuig was dan wel elektrisch, dus voorzien van een beugel en verlichting, maar een koplamp kon er niet meer af. Dat was gewoon een olielamp.
Muzikaal begin van de week
Net als vorig jaar begin ik elke week weer met muziek. Het kan van alles wat zijn, in elke taal, soms ontroerend, soms carnavalesk. Maar het brengt in ieder geval mij altijd in een goed humeur.
Deze week ga ik terug naar het Eurovisie Songfestival van 1969, waar Louis Neefs dit zong:
Auto’s
Lang geleden, toen onze jongens zo’n jaar of 13, 14 waren, ging hun belangstelling vooral uit naar bijzondere auto’s. En ook hun vriendjes vonden die heel interessant. Zo kon het gebeuren dat we ergens reden en ineens moesten stoppen. Dan hadden ze een Ferrari of Lamborghini gespot.
Gisteren wandelden we door Hillergersberg, een mooie en chique buurt in Rotterdam. Auto’s staan daar in overvloed, maar deze stal werkelijk de show. Groepjes jongens stonden er verlekkerd naar te kijken en maakten foto’s.
Het bleek een Bugatti te zijn. Het leek mij een kostbaar bezit, zo’n felbegeerde auto, niks voor mij. Maar een ritje, dat zou ik ook best wel eens in zo’n auto willen maken. 
Opluchting
Ruim op tijd zaten Leo en ik gisteren in de wachtkamer het IJssellandziekenhuis. Gelukkig hoefden we niet lang te wachten tot we naar binnen mochten. En daar kwam de chirurg met een brede grijns op zijn gezicht de kamer in. Goedemorgen mevrouw……. En nog voor hij zat, vertelde hij dat hij een gunstige uitslag kon melden. De weggehaalde tumor was gelukkig niet agressief. Ik krijg dus alleen nog bestralingen en hoef ik verder geen medicijnen te slikken. Er zijn geen woorden om te beschrijven hoe gelukkig ik op dat moment was.
Die bestralingen zijn nog even een dingetje en ik zal daar ook best nog wel last van krijgen, maar dat gaat over na een tijdje. Geen verdere medicijnen betekent vooral geen verdere bijwerkingen en dus geen zorgen meer.
De wereld ziet er ineens weer fleuriger uit!

Allemaal lieve wensen van familie, vrienden en vriendinnen. Hartverwarmend!
Mooi
Op Facebook zag ik een bericht van het Smithsonian Institute, waarin Smithsonian’s 15th Annual Photo Contest werd genoemd. De wedstrijd blijkt al sinds 2003 jaarlijks te worden gehouden en de deelnemers maken werkelijk prachtige foto’s.
Als je wilt registreren bij het Smithsonian, kun je ook mee stemmen. Dat hoeft voor mij niet, maar die foto’s zijn soms adembenemend.
Deze heeft mijn voorkeur, zo sereen en zo mooi van compositie.

This photo was not made by me, but is a part of the Smithsonian’s 15th Annual Photo Contest 2018
Mengelmoes
Een beetje bijpraten over afgelopen week. Dinsdags het nucleair onderzoek van de poortwachterklier. Het klinkt buitenaards, dat voelt ook voor mij zo. Raar idee dat er radioactiviteit ingespoten wordt, al is het maar een minimale hoeveelheid. Maar de radiologe was allerliefst, stelde me op mijn gemak (nou ja, voor zover je dat dan kunt zijn) en ik ging met Leo weer rustig huiswaarts.
Woensdag was het vroeg op, zonder koffie, thee of boterham. Nuchter moest ik zijn. Dat de operatie pas ver na de middag ging plaats vinden, deed daar niks aan af. En het leek wel of iedereen ineens over Paasbrunch, chocola en lekkere dingen wilde praten. Gelukkig, tijdens de narcose weet je van niks. En ’s avonds kreeg ik wel te eten. Donderdag kon ik gelukkig weer naar huis. Leo nam het huishouden over en de jongens kwamen. Het werd een gezellige avond.
Dat ik de volgende dag kookte, was een eigen(wijze) beslissing. Op de een of andere manier zou dat toch moeten kunnen, dacht ik. Dat kon ook, al heb ik weleens in een betere stemming gekookt. Maar er werden bloemen gebracht, van de Scrabbleclub, van de wandelclub en ook schoonzus en zwager namen bloemen mee.
Zaterdag dacht ik het verband wel weg te kunnen halen. Heel voorzichtig, stukje voor stukje losweken met baby-olie. Het ging prima. Maar wat een schrik toen ik na het douchen de wond langzaam open zag trekken. Paniek, er is geen ander woord voor. Druipnat stond ik in de badkamer. En ook nu weer redde Leo de zaak, door me voorzichtig af te drogen en te helpen. Maar het voelde beslist niet kosjer, dus gingen we naar de Spoed Eisende Hulp. Ook daar weer vriendelijke en vooral adequate hulp. Het leek allemaal erger dan het was. Dicht- en afgeplakt kon ik terug naar huis, waar ik vooral een beetje op de bank gehangen heb. En mooi de tijd vond om dat dikke e-boek binnen de termijn uit te lezen.
