Amsterdam

Ik kom regelmatig in Amsterdam, alleen, met vriendinnen of met mijn echtgenoot. En telkens kom ik dan weer in een ander gedeelte van die stad. Toen ik vorige maand met Leo in Amsterdam was, had ik het boek De wensdagen nog niet gelezen. Maar we liepen over de Lijnbaansgracht en gingen door wat straten die juist in dat boek zo vaak genoemd werden. Ontdekten een hofje en we maakten foto’s natuurlijk. Eigenlijk niks spectaculairs, maar gewoon een mooie dag!

Leuk

Na een lange reis moet een mens wel eens eventjes naar de wc. Gelukkig is dat in een museum nooit een probleem, al zijn er heel veel verschillen te beschrijven in de een of andere toiletgelegenheid. In het Fries Museum is alles consequent in het Fries, maar gelukkig ook in het Nederlands aangegeven. Al snapte ik deze aanduiding meteen. Het gaf me een beetje “ouwerwets” gevoel. Als kind kwam ik nog wel bij familieleden met een toilet buiten, het huisje. Dus de aanduiding “húskes” was voor mij genoeg, de grafische verbeelding vond ik ook wel mooi. Gek, maar ik zag in de figuren een verpleegster en een soldaat. Maar ja, die moeten ook wel eens plassen nietwaar?

Fietsen

Overal in Nederland zie je fietsen staan, met name bij stations. In Amsterdam is een enorme fietsenstalling naast het Centraal station, duidelijk gemarkeerd met een ok al enorm groot bord.
Ik vraag me dan altijd af hoe je je eigen fiets daar weer terug kunt vinden. Maar blijkbaar is dat niet zo’n groot probleem.

Winkeltje

 

 

 

 

 

 

 

 

Zo jammer dat dit winkeltje in Vollenhoven gesloten was. Want ik had hier natuurlijk heel graag willen rondkijken. In een winkel die “Juffrouw Sprokkel” heet, moet wel van alles liggen waar je blij van wordt.
Hoe verzin je zo’n naam? Want zo heet de dame van de winkel vast niet. Sprokkelt ze zoveel bij elkaar, sprokkelt ze hout? Ach ee, ze verzamelt gewoon van alles.Die naam past gewoon bij haar!

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Leeuwarden

Wat gingen we in Leeuwarden doen? Naar een, wat zeg ik, twee tentoonstellingen, beide aangeraden door Wieneke.
Eerst lopen we naar het Princessehof voor de opwindende potten en beeldjes in porselein. Grappig om te zien wat onze voorouders toch zo opwindend vonden en wat nu helemaal niet meer zo extreem overkomt. Door de overvloed aan niks verhullende reclame zijn we een beetje overvoerd, misschien? Maar de peepshow vonden we allebei heel leuk en daar stonden toch ook wel dingen die nou ja…. Ach, ga zelf eens kijken.  Goed voor een vrolijk uurtje.


Daarna liepen we langzaam en genietend van de mooie gevels naar het Fries Museum. Een nieuw en ruim gebouw, waar mooie tentoonstellingen gehouden worden. Nu is er sitz of chintz te zien. Prachtige katoenen stoffen, bedrukt met voornamelijk natuurmotieven. Al in de tijd van de Verenigde Oost-Indische Compagnie werden deze stoffen uit India gebruikt om handel mee te drijven en dienden ze als betaalmiddel in Indië. Maar ook in Nederland waren de stoffen zeer geliefd. Rijke dames lieten er fraaie japonnen, mantels, dekens, hoeden van maken. En zuinig als Hollanders zijn, nadat de jurken versleten waren, werden de wijde rokken verknipt tot kinderkleding. In klederdracht werden strakke ruiten gecombineerd met sierlijke bloemranken. Veel van die kleding is nu te zien op de tentoonstelling. Er is een film, waar de fabricage wordt uitgelegd en waar een nieuw ontwerp op oude manier wordt gedrukt en geverfd. De tentoonstelling is zeer verzorgd, ruim en mooi opgezet en brengt oude en nieuwe technieken en ambachten tezamen.

Ergernis

“Zeg, je wilde toch naar Leeuwarden?” “Ja, zullen we dat doen? Met welke trein? Niet zo vroeg en kijk even of je moet overstappen”. “We kunnen om 10 over 9, maar dan moet je wel in Zwolle overstappen, of om 10 over half 10, die gaat rechtstreeks”.  “Die nemen we dan!”
Als we instappen is het een beetje druk, maar we vinden een plekje en installeren ons. Oh, het is een stilte-coupé. Nou ja, we knikken naar elkaar en kunnen na 45 jaar ook woordeloos communiceren 😉
In Gouda stopt de trein, we horen wat gezoem uit de luidsprekers, maar dat is zo zacht en dus onverstaanbaar. Stilte-coupé, nietwaar?
Na een half uurtje zijn we in Utrecht. De trein staat al een aantal minuten stil. Dan klinkt ineens uit de speaker, luid en duidelijk, dat de trein op een ander spoor is aangekomen. Wie verder wil naar Amersfoort, Zwolle of Leeuwarden moet er hier uit en naar spoor 9b. We blijken op spoor 21 te staan, moeten dus via de grote hal naar een heel ander spoor. Dat wordt nog haasten, want die trein gaat over 2 minuten. Het echtpaar dat naast ons zat, zet er, net als wij, de pas in en puffend komen we nog net op tijd in de goeie trein aan. En ook zij hebben behoorlijk de smoor in. “Had dat nou niet een beetje eerder gekund, nu moesten we ons rot lopen”, zegt de vrouw. Ik beaam het en laat mijn ongenoegen ook blijken. Want de NS leert het, geloof ik, nooit. Dat de trein naar een ander spoor gerangeerd wordt, weten machinist en conducteur toch al veel eerder. En dat hadden ze toch op z’n minst eerder kunnen omroepen, uitleggen en zich voor het ongemak excuseren. Maar nee hoor, niks niemendal. In de trein die vertrekt wordt wel omgeroepen dat we exact op tijd vertrokken zijn. En kijk, dat hoef ik niet te weten. Daar ga ik gewoon van uit! Zo hoort het ook!

Feestkleding

Nee, geen blog over mode.
Dit is een rok die ik zag in een vitrine in het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek. Een heel bijzondere rok, gemaakt van restjes stof, oude dassen. Gemaakt om te dragen als het weer vrede zou zijn, er weer mogelijkheden waren om feest te vieren en te dansen.

Een rok van hoop op betere tijden.

Bewaren

Dodenherdenking

Gedicht van Paul Niemöller, op een muur in het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek.

Eerst kwamen ze voor de Joden
en ik zei niets
want ik was geen Jood

Toen kwamen ze voor de communisten
en ik zei niets
want ik was geen communist

Toen kwamen ze voor de vakbondslieden
en ik zei niets
want ik was geen vakbondslid

toen kwamen ze voor mij
en was er niemand meer over
die iets kon zeggen

Boek

Als we niet in mijn oude buurt gewandeld hadden, had ik van dit boek waarschijnlijk niet geweten. Maar het affiche op het raam van een huis aan de Mathenesserweg trok mijn aandacht. De bieb had het gelukkig en dus lees ik nu het ongelofelijke verhaal van een gezin -vader, moeder en twee dochters- die de oorlog overleefde door onder te duiken bij een katholiek gezin.
Carry Ulreich begint haar dagboek als ze nog maar 14 jaar is. Wat ze opschrijft is dan nog niet zo heel interessant. Vrienden, vriendinnetjes, school spelen de hoofdrol. De oorlog is rottig, maar ja, als 14-jarige beleef je dat toch anders en ligt je belangstelling niet zo bij politiek. Maar gaandeweg zie je haar groeien, volwassen worden. Lees je over hoe de sfeer en de leefomstandigheden in Rotterdam in die jaren zijn. Hoe er steeds meer beperkingen komen voor Joden. En dat ze uiteindelijk gaan “duiken”. Ze beschrijft het dagelijks leven, met toch nog wel leuke momenten, feestjes, dansen. Maar ook de ergernissen, de angsten. De soms ongelofelijke mazzel, het zich verstoppen, honger, zoeken naar voedsel, saamhorigheid. Haar dromen over vrede, misschien volgende week, volgende maand, jaar… wanneer…? Dan ja, dan is er eindelijk een einde aan die oorlog. Haar dagboeken stopt ze in haar rugzak en daar blijven ze. Totdat al dik in de 21e eeuw ze het dagboek terugvindt en het dan toch wordt uitgegeven.
Lezenswaardig, met soms rake bespiegelingen, en een volwassen kijk op een idiote wereld.

Bewaren

Bewaren

Giethoorn

We bereisden al vele verre landen, waren in allerlei steden en dorpen ver van huis.
Maar in Giethoorn was ik nog nooit. Daar moest wel een keertje heen en dus reden we afgelopen dagen naar Steenwijk. Om van daaruit de omgeving te verkennen. Eerst gingen we naar de Weerribben in Ossenzijl. Later vertel ik daar nog over.
De dag daarna togen we naar Giethoorn, waar we de auto op een parkeerplaats zetten en te voet verder gingen. We waren vroeg en het was nog vrij stil, maar van lieverlee kwamen de toeristen binnen gedruppeld. Opvallend veel Chinezen, wat Japanners, maar ook Noren en Fransen, en ja, ook Nederlanders.
Giethoorn is niet zo groot, maar er valt veel te zien. Dat kan uitstekend al wandelend, maar het beste zie je alles toch vanaf het water. Veel mensen huurden een fluisterboot en speelden voor kapitein. Dat liep niet altijd zo vlot als ze zouden willen en ook de waterverkeersregels werden wel genegeerd. Wij besloten ons te laten varen en ondertussen iets te vernemen over de geschiedenis van Giethoorn. We waren de enige Nederlanders, verder zaten er uitsluitend Chinezen aan boord.
Een heerlijke dag, zeer relaxed en gelukkig met redelijk goed weer!
Kijk hieronder voor een diashow:

Deze slideshow vereist JavaScript.