Pasjes

Jaren geleden kocht ik op de markt twee opbergdoosjes voor pasjes. Handig, alle betaalkaartjes en toegangspassen bij elkaar.

Eén doosje sneuvelde na een aantal jaren, maar gelukkig is had er nog een. Maar ook dat viel laatst en sloot niet meer goed.

Bij diverse winkels vroeg ik naar zo’n doosje, maar nee, nergens te koop. En dan is internet je vriendje. Want bij Bol.com waren de mogelijkheden vrijwel onuitputtelijk. Van heel goedkoop tot afschrikwekkend duur.

Maar ineens zag ik een vrolijk geel mapje, lekker klein, precies passend bij mijn favoriete tas. En ook nog eens redelijk geprijsd. Dat werd dus snel bestellen. En al de volgende dag kwam het door de brievenbus.

Ik ben er heel blij mee. Handig, want de belangrijkste pasjes vinden een plek in een speciaal metalen beschermhoes, waar ze met één knopbeweging uit flippen. De andere pasjes vonden ook allemaal een plekje.

Er past wat contant geld in en er is zelfs plek voor (een paar) munten. Goeie koop!

Spelling

Deze poster laat maar weer eens duidelijk zien hoe het met het onderwijs van onze eigen taal is gesteld.

Bron: Google foto’s

Wie regelmatig de commentaren op -onder andere- Facebook ziet, begrijpt dat we het niet meer zo nauw nemen met de spelling. En zoiets als “autocorrectie” helpt daarbij ook niet al te veel. Vaak genoeg geeft die juist een heel verkeerd gespeld woord en in de snelheid van je berichtje wordt dat dan over het hoofd gezien.

Maar ik vraag me toch af…! Hoe kan het dat de ontwerper, de zetter, de drukker, zelfs de man die de posters ophing, die enorme spelfout nooit opgemerkt hebben.

Of is er uit onverschilligheid geen opmerking over gemaakt? Zien we zulke dingen wel en denkt men “Ach laat maar…!”?

Overdaad

Ja, ja, ik weet het. Ik heb er al vaker over geschreven. Maar het irriteert me telkens weer. De ongebreidelde overdaad in onze winkels.

Ik heb niks tegen keuzes. Het hoeft echt niet allemaal sober en grijsgrauw. Ik kan met plezier kijken naar een gevarieerd schap en kiezen welke jam of hagelslag ik nou weer eens op brood zal doen.

Maar een aantal maanden geleden viel me bij de grootsuper op (en dat zal bij andere supers niet anders zijn!) dat er wel erg veel soorten pindakaas in het schap stonden. Zo iets eenvoudigs als pindakaas, wat zouden ze allemaal aanbieden? En omdat ik een tel-tik heb, telde ik de verschillende soorten. Ik kwam toen op 24 soorten pindakaas. Met stukjes noot, met grote stukjes noot, naturel, met suiker, zout, chocola en dat dan van diverse merken. Keus te over mevrouw! Maar ik neem toch altijd maar dat ene merk. Geheel naturel, zonder poespas, suiker, en zonder palmolie.

Vorige week – ik vermoedde het al – stonden er nog eens wat meer soorten bij. Nieuw merk op de markt en ja, dus te koop bij de grootgrutter. Inmiddels kan ik het aantal verschillende soorten niet meer tellen, maar dik over de 30 variaties staan er hier in het schap.

En dat is dan alleen nog maar pindakaas. Twee stappen verder staan de potten chocopasta, met amandel, met hazelnoot, met……..

Ach lieve meneer AH, mag het asjeblieft een beetje minder….?

Balanceren

Bron: Google afbeeldingen

Om oefeningen te doen met mijn knie vroeg de fysiotherapeute me zo’n grote fitness bal te kopen en daar mee te oefenen. Nou hoef ik gelukkig niet als de olifant op dit plaatje op die bal te gaan staan. Maar zitten vind ik al knap lastig.

Je moet een beetje balanceren en die bal blijft natuurlijk niet liggen.

Ik zie mezelf in de spiegel en vind me nou niet zo’n gracieuze ballerina. Eerder een klein, angstig varkentje, al rollend op weg naar de slachtbank.

Er zijn ook andere oefeningen, met de bal tegen de muur. Maar dat vraagt ook om een beetje overgave. Pffft, niks voor mij. Ik hou alles graag onder controle.

Maar oefening baart kunst en als dat dan ook nog helpt om mijn knie weer gewoon en zonder al te veel pijn te laten functioneren, dan heb ik het wel voor over.

Vandaag dus maar weer aan de slag. Leo is weg, dus niemand die me ziet en gaat lachen….!

Onderzoeken

Na alle commotie over de C-crisis begint nu een periode waarin we het ene na het andere onderzoek voorgeschoteld zullen krijgen.

Bron: Google foto’s

Nog tot in lengte van dagen zullen wetenschappers en pseudo-wetenschappers zich verdiepen in allerlei aspecten van die ziekte.

Over de invloed op ons leven, de gevolgen van het thuiswerken, hoe veel minder of juist hoeveel meer ziektes de kop op staken of verdwenen leken te zijn.

Hoe het echtscheidingscijfer beïnvloed is, wanneer de geboortepiek plaats zal vinden, waarom men beter dit wel of dat weer niet zou hebben moeten eten, drinken, gebruiken, laten staan.

Het moet een eldorado zijn voor al die snuffelaars in de cijfers en trends. Ze zullen er voorlopig nog wel een tijdje zoet mee zijn.

Zeep

Vroeger, toen ik bij mijn tante in Brabant logeerde, liet ze me een keer haar voorraadkast zien.

Tante had in de oorlog in een Jappenkamp gezeten, bittere armoe en honger geleden. Misschien daarom wilde ze altijd een flinke voorraad in huis hebben. Die kast stond vol zelf geweckte potten bonen, stoofperen en kersen. Er lag rijst, macaroni, bloem. In mijn kinderogen leek het wel een winkel.

Maar er was ook een plank met stapels lucifers. Dat moest je ook altijd ruimschoots in huis hebben, vond tante. Want dan kun je altijd een vuurtje maken.

En zeep, dat heb je ook nodig. Dus lagen er grote blokken Sunlight zeep en stapels Lux toiletzeep. Het maakte een overweldigende indruk op me.

Toen de C-crisis begon, heb ik mijn voorraad eens geïnspecteerd. Ik kocht wat blikken, vulde rijst en pasta aan. Maar niet in zo’n grote hoeveelheid als tante.

En natuurlijk keek ik ook naar mijn voorraadje lucifers. Dat was nog wel voldoende. En de zeep behoefde ook geen aanvulling. In de loop van de tijd heb ik nogal wat stukken verzameld, gekregen of zelf gekocht.

Trouwens, sinds we vloeibare zeep gebruiken, slinkt mijn voorraad niet noemenswaard.

Maar nu gebruiken we weer gewoon zeep. Eigenlijk best fijn. Zacht schuimend en lekker geurend. Ik kan nog wel een tijdje vooruit. In elke kast ligt nog wel een geurend stukje 😉

Privé

Een paar maanden geleden vroeg ik op gymles om het telefoonnummer van een -op dat moment- zieke mede-gymster. Degene aan wie ik het vroeg wilde me dat nummer al geven, toen ze werd tegengehouden door een ander. Dat mag je niet zo maar doen, dan schaad je de privacy.

Oké. Het zou dus via een omweg moeten. Eerst moest de betreffende mevrouw gevraagd worden of ik dat nummer wel zou mogen hebben…. Hoewel ik het nogal ver gezocht vond voor iets simpels, stemde ik er uiteraard mee in. En gelukkig, een paar uurtjes later had ik het betreffende telefoonnummer en kon ik even een whatsappje sturen en beterschap wensen 😉

Nú moet je bij een -vooraf telefonisch- gereserveerd restaurantbezoek een aantal vragen beantwoorden, je naam, adres en telefoonnummer achterlaten. Die gegevens zouden eigenlijk meteen na je bezoek vernietigd moeten worden. Maar… dienen nu nog even bewaard te blijven, zodat ze, indien noodzakelijk, bij een later contactonderzoek gebruikt kunnen worden.

Guttegut, wat kan alles toch snel veranderen. Eerst op je vingers getikt worden, al ging het alleen maar om je meeleven te kunnen tonen. Nu je gegevens achterlaten zonder ook maar enigszins te kunnen controleren wie die zoal in kunnen zien….

Kunnen jullie er nog chocola van maken?

Voor ons alleen

Al heel lang komen we regelmatig in Trompenburg Arboretum. Maar het Arboretum helemaal voor ons alleen hebben, dat was ons werkelijk nog nooit overkomen.

We hadden, zoals dat nu overal gebruikelijk is, een tijdslot gereserveerd voor maandag 10.00 uur. Bij reservering zag ik dat het Arboretum al om 09.00 open zou zijn. Dat vond ik wel vreemd, maar ja, nieuwe omstandigheden, nieuwe tijden nietwaar?

Toen we aankwamen bleek dat het toch pas om 11.00 uur zou open gaan. Die tijd was dus een foutje op de website en zal binnenkort wel veranderd worden. Maar… we waren er nu en mochten gewoon doorgaan. Anderhalve meter afstand houden….? Een fluitje van een cent, we konden wel 100 meter uit elkaar lopen 😉

Alsof de tuin voor ons alleen was, heerlijk rustig dus… En daar maakten we gretig gebruik van. Zeer op ons dooie gemak liepen we over de bekende paden. Bekeken de bomen, bloemen en planten uitgebreid en brachten zo dus een uur in alle rust door. Om 11.00 uur werd het niet veel drukker. Want ja, die tuin is zo groot, daar kun je met gemak met 100 mensen zijn zonder elkaar te hinderen.

En ondertussen werd ons huis schoongemaakt door de hulp, die dus ook alle vrijheid had. Je zou bijna spreken van een win-win situatie, als het Coronaspook niet zo’n vervelende aanleiding was!

Toch bijzonder

Al vele jaren staan in mei vlak bij ons huis wilde orchideeën. Niet die grote die je kopen kunt, maar kleine fel paarse bloemetjes. Als ik het goed heb, is het een moerasorchis.

Vorig jaar stonden er maar het en der wat verscholen tussen het hoge gras. Even leek het er op dat ze zelfs verdwenen waren.

Maar dit jaar staan ze weer volop te bloeien. Er is één weide waar ze vooral in het midden staan. Gelukkig ver weg van al te grijpgrage handen. Maar wie goed oplet, ziet ze ook zo nu en dan langs de kant van het pad.

Misschien is het een goed jaar voor orchideeën, want ik zal bij andere bloggers ook al dat zij ze gespot hadden.

In Noord Holland, onder andere bij Schagen en in de buurt van Ilpendam. Misschien zijn die niet dezelfde soort, zijn het net andere variëteiten. Maar allemaal minstens even mooi.

En omdat ze uitgraven en in je eigen tuin zetten totaal geen optie is, maak ik er dus een foto van. Kunnen jullie ook nog even meegenieten 😉