Op één van mijn wandelingen zag ik deze schrijfmachine staan bij een kringloopwinkeltje. Er zat zelfs nog een stuk papier in, waar wat nonchalant op getypt was.
Kinderen van nu weten niet meer wat dit voor een ouderwets ding is. Want we hebben tegenwoordig bijna altijd een computer, of een laptop, tablet of smartfoon. Typen doen die jonge dingen met het grootste gemak, met twee vingers of ze appen met hun duimen. Zelf leerde ik nog keurig het tien vinger-systeem. Ik leerde nog wel meer, waar nu met een vragende blik op wordt gereageerd. Want wie schrijft er nog een briefkaart, wie ondertekent nog “met de meeste hoogachting” of zoekt de juiste titulatuur van de geadresseerde op. Aan “de Weledelgestrenge Heer ….. of was het Hoogwelgeboren…. ? We mailen nu dagelijks, of sturen een what’sapp. Op kantoor zijn al lang geen zalen met typistes meer, die driftig tikkend de correspondentie uitwerkten. Stenografie lijkt ook iets uit een ver vervlogen tijd.
Ik heb geen heimwee naar deze antieke schrijfmachine, met zijn toetsen waar je vingers tussen bleven haken en je zorgvuldig gelakte nagels op afbraken. Ik verlang niet meer terug naar het lint dat verwisseld moest worden, altijd net op het moment dat het niet uitkwam. Nee, laten we dit apparaat maar in een museum plaatsen. Zijn tijd is geweest en wat de komende decennia zal brengen, dat merken we vanzelf wel…
Category Archives: Nederland
Wijsheid…
Soms zie je iets door een raam, op een aanplakbiljet of ruw gekliederd op een muur en dan denk je: “Ja, daar ben ik het helemaal mee eens.”
Zo zag ik vorige week dit door een raam van een woonhuis en ik kan het volkomen onderschrijven.
“Succes is niet de sleutel tot geluk; geluk is wel de sleutel tot succes”
Volgens mij is dat een waarheid als een koe. Want hoe succesvol je ook bent, het geeft geen garantie tot gelukkig zijn. Soms zelfs integendeel lijkt het wel. Want hoeveel mensen die zeer succesvol door het leven gaan, voor wie de zon altijd lijkt te schijnen, zijn toch doodongelukkig.
Kunstenaarsdorp
Het was lang geleden dat ik in Ootmarsum logeerde. In die tijd droeg ik nog een strik in mijn haar, dus kun je nagaan…
Nu waren we er weer. Een vriend had ons verteld dat het een echt kunstenaarsdorp was en dat klopt ook. Overal staan beelden, zijn galerieën en straalt de kunst je tegemoet. Een gezellig dorp, met natuurlijk de nodige horeca. Maar ook met een prachtig achterland, zodat je er best een tijdje vertoeven kunt.
Wij waren vooral gecharmeerd van de beelden in de Kloosterstraat. Die herinnerden aan de oude school die hier gestaan had. De Italiaanse kunstenaar Emanuele de Reggi heeft de kinderen trefzeker neergezet.
Weer er op uit…
Wie veel reist, kan veel verhalen. Zoveel dat ik bijna vergat te vertellen over onze dagen in Twente, alweer een paar weken geleden. We logeerden in Beuningen bij De Lutte en boften met het weer. Het was heerlijk wandelweer en dat wandelen hebben we dan ook gedaan. Door het Arboretum Poort-Bulten, langs de Dinkel en door Ootmarsum.
Heerlijk genietend van de stilte, de vogels in de bomen, de ontluikende natuur, de geuren.
Het Arboretum Poort-Bulten is niet zo groot, maar wel goed gedocumenteerd.
We wandelden er in alle rust al waren er ook nog wel andere wandelaars. Het mooie weer trok en menigeen had gehoopt ook op het terras van het restaurant een drankje te kunnen drinken. Maar dat was helaas nog niet open. Dan maar gewoon even zitten en je laten koesteren in de zon.
Amsterdamse school
Bij Sjanne las ik een enthousiast blog over de Amsterdamse school. Reden voor Leo en mij om onze “vrij reizendag” dit keer te besteden aan een dagje Amsterdam.
We namen na de trein bus 22 en stapten uit bij de Hembrugstraat. Vandaar liepen we rechttoe rechtaan naar “Het schip”, het gebouw waar ook het museum over de Amsterdamse school gevestigd is. En dan ben je in een buurt waar je nauwelijks iets merkt van de enorme toeristenstromen in de binnenstad.
We waren net op tijd voor een leuke rondleiding. In de nagebouwde krotwoning, zonder ramen, zonder toilet, kon je zien hoe arbeiders rond 1900 woonden. Wat een verschil met de woningen die Michel de Klerk ontwierp. Met ramen die geopend konden worden, een wc met stromend water, een keuken en -heel belangrijk- aparte kamers voor ouders en kinderen. En al mag het dan in de ogen van nu wat bekrompen lijken -er was nog geen badkamer- het was een hele verbetering. De gids vertelde ook over de vele symbolische versieringen aan het pand. De band met de Zaanstreek, de nautische symbolen en de fraai gemetselde muren. Ook bezochten we het postkantoor, waar de lonen voor de arbeiders werden uitbetaald. Beter dan dat het geld in de kroeg werd uitbetaald en de arbeiders in de verleiding kwamen hun loon in borrels en dronkenschap om te zetten.
Na de rondleiding en het museumbezoek liepen we nog wat door de wijk, waar nog meer “Amsterdamse school” gebouwen staan, van andere architecten. Maar wel allemaal met mooie details. Leuk om eens een andere kant van Amsterdam te zien.
Liefde en passie
Met Marthy loop ik over de Westzeedijk in Rotterdam. We bewonderen de mooie huizen en zien een deur open staan. “Kijk eens wat een mooie trap” zeg ik en dat is voor de daar bezig zijnde schilder reden om uit te roepen “Kom gerust even binnen kijken”. Dat laten we ons geen twee keer zeggen en dus bewonderen we de fraai beschilderde muur in de hal, de schitterende kroonluchters en de mooie witmarmeren trap. De zijkanten zijn fraai versierd en wit geschilderd en er ligt een mooie houten leuning op. De schilder legt daar net de laatste hand aan. Hij vertelt met veel liefde en passie over het vak dat hij al lang uitoefent. Ik herken dat, mijn vader was ook zo’n schilder. De man vertelt dat het huis is aangekocht door vrij jonge mensen en helemaal gerestaureerd zal worden en in oude luister hersteld. Goed dat daar gelukkig nog geld voor wordt uitgegeven en leuk om zoiets dan te kunnen zien. We hadden graag ook in de kamers een kijkje willen nemen, maar dat zat er helaas niet in.
Natuur in de stad
Oké, je moet het wel ruim zien, die natuur. In wezen is het niet meer dan een polletje gras. Maar kijk waar het groeit! Midden tussen het metaal en het asfalt van de Erasmusbrug in Rotterdam. Met dagelijks duizenden auto’s die langsrijden, trams, fietsers, joggers en motorrijders die er aan voorbij snellen. En toch, fier recht op in de wind. Dat vind ik wel heel stoer en een teken dat de natuur zich niet laat ringeloren door al die mensen-bedenksels. Dat er overal wel een mogelijkheid is om te groeien. Het mag dan alleen maar gras zijn, het is sterker dan wij denken!
Vrolijk
Ik ben niet religieus, maar toch heb ik een zwak voor Boeddha. Er zijn verschillende Boeddha-beelden, in soorten en maten, soms heel sereen, soms wat streng.
Maar de leukste vind ik de “lachende Boeddha”, zo’n dikbuikige man met een lach van oor tot oor.
En deze vind ik helemaal het einde. Ik weet eigenlijk niet of je Boeddha een muts op mag zetten of hem tot tassenverkoper mag degraderen. Maar toen ik hem zag, kon mijn dag niet stuk. Hij brengt alle sores weer een beetje tot redelijke proporties. Of ik nou wil of niet, hij maakt me aan het lachen.
Icoon
Al wandelend zagen we diverse malen dit Rotterdamse icoon: de Hefbrug, of op z’n Rotterdams kortweg De Hef. Nog ouderwets met klinknagels gemaakt, stoer symbool van onze stad. Want Rotterdam heeft niet alleen de Euromast en de Erasmusbrug. Er zijn nog zo veel andere markante gebouwen en objecten te vinden.

De Hef is niet meer als spoorbrug in gebruik, maar is wel een Rijksmonument. Maar vooral is het een markant punt in de stad. Goed te zien vanaf de Erasmusbrug en meer dan vele malen gefotografeerd. Ach, laat ik er dan ook nog maar een fotootje tegenaan gooien 😉
IJsje…
Gisteren was het zulk mooi weer, daar konden we geen weerstand aan bieden. Dus pakten we metro naar het Oostplein en liepen we wat wij onze “bruggenloop” noemen. Eerst een stuk langs de Maas, over de Willemsbrug en via het Poortgebouw naar de Erasmusbrug. Nog even doorlopen naar station Beurs of via de Witte de Withstraat naar het Eendrachtsplein. Overal terrasjes vol met gezellig pratende mensen, nippend aan een glas witte wijn of stoer een biertje drinkend. Wat ziet de wereld er toch anders uit als de zon schijnt.
En kijk, zelfs de ijszaak was al open. Met nog maar een beperkt assortiment, maar toch…! Zullen we nou wel of niet….? Ja natuurlijk, kom op, zo’n heerlijk ijsje, het eerste van het jaar, dat laat je toch niet schieten? Toen ik op het bankje voor de zaak van mijn ijsje likte, kwam er een gezin naast me zitten. Twee kinderen van net drie turven met roze bolletjes ijs in hun bekertje, papa achter de kinderwagen en moeder, likkend aan een hoorntje mango-ijs. “Kijk eens, ik heb nou roze slagroom…!” kraaide het meisje. “Lekker hoor”, knikte moeder. “Wil je ook een likje van mij?” “Nee getsie, dat is poepijs!” Ik keek eens goed en ja inderdaad, dat mango-ijs leek op geel-groene baby-poep. Ik was blij dat ik het niet had genomen. Het leek mij ook niet zo lekker 😉 😉 😉
