Al een hele tijd lag er een lap (gordijn)stof in mijn kast met het plan om daar een tas van te maken. Ik wilde een echte vakantietas, waar alles wat je zoal op een dag meeneemt, ook in past. Een tas die af te sluiten is, maar toch de belangrijkste dingen voor het grijpen zijn. Een tas die niet te zwaar is, die over mijn schouder gedragen kan worden en er dan niet afglijdt. Een tas met een wensenlijst, zal ik maar zeggen.
Net voor ik naar Wenen ging, besloot ik om het idee uit te voeren. Dan had ik mooi de gelegenheid hem uitgebreid te testen.
En was mijn tas nou echt zo handig? Jazeker, want erin zit alles wat er niet zo maar uit te pakken mag zijn, netjes achter een rits. Voorop zitten vakken voor een zonnebril (of paraplu, dat hangt er van af) en achterop twee vakken voor folders, stratenplan en een boekje. De brede band is lang genoeg om schuin over te dragen en blijft netjes zitten. En niet onbelangrijk, de tas zelf is lekker licht, hij weegt slechts 170 gram.
Die lap stof is nog lang niet op, dus misschien maak ik er nog wel eens een.
Levertraan
![]() |
Omdat het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam 150 jaar bestaat, vroeg de Oud-Rotterdammer om herinneringen op te schrijven. En hoewel ik toen pas drie jaar was, herinner ik me daar nog wel iets van. Met name mijn ervaring met het innemen van levertraan. Dus stuurde ik mijn stukje in en verwachtte dat het tussen de gewone ingekomen post zou staan. Maar nee, het had de hoofdredeacteur behaagd mijn stuk apart en in zijn geheel te plaatsen, met een illustratie. Ach, ik ben altijd al een laatbloeier geweest, dus misschien komt mijn schrijverscarrière nu pas echt op gang 😉 Maar natuurlijk ben ik echt wel een beetje trots, dus publiceer ik het stuk hier ook nog eens: |
Levertraan
In 1952, ik was toen drie, moest ik worden opgenomen in het Sophia Kinderziekenhuis aan de Gordelweg.
Mijn moeder had al lang gedacht dat ik iets onder de leden had, maar de dokter vond dat ze zich zorgen om niets maakte. “Dit is een tenger poppetje, niet die stevige andere dochter van u”, gaf hij te kennen. Nou was mijn enige zus 18 jaar ouder, en dat is nogal een verschil. Tja, daar stak die magere driejarige schriel tegen af.
Maar toen de huisarts op vakantie was, rook mama haar kans. De vervanger liet me testen. Binnen no-time was er geen twijfel mogelijk. Ik had TBC, nog wel in een beginstadium, maar toch. Van alle commotie hierom herinner ik me niks meer. Wel dat ik onmiddellijk moest rusten. En hoewel ik nog maar klein was, kan ik me die dag wél herinneren. Dolgelukkig was ik, omdat ik met knuffel in mijn bedje mocht gaan liggen.
En om aan te sterken moest ik levertraan slikken. Bah, de lucht alleen al stond me zo tegen. Als mama de fles pakte, begon ik al te kokhalzen. Of ze me nou lief, boos, of quasi zoetsappig behandelde, niets kon me over halen dat smerige spul in te nemen. Daar begreep de huisarts helemaal niets van. Had moeder dan helemaal geen gezag?
Maar de rust thuis bleek niet voldoende, ik moest naar het Kinderziekenhuis aan de Gordelweg. En daar zouden ze wel raad weten met zo’n klein tegendraads mormeltje. De eerste avond meteen na het eten (dat ik natuurlijk had laten staan) stond de zuster opeens voor me. Ik herinner me vaag een groot stijf wit schort over een enorme boezem, een ernstig gezicht en een sonore basstem. “Zo, nu nog even een lepeltje levertraan!” De lepel kwam met vaste hand richting mijn mond. Ik klemde mijn lippen op elkaar en was absoluut niet van plan ook maar een druppel van dat vunzige goedje tot me te nemen. Maar ja, zuster had daarmee wel ervaring. Met haar vrije hand kneep ze hardhandig mijn neus dicht. Al snel kreeg ik het benauwd, moest wel even naar adem happen. Dat was het moment, waarop de zuster had gewacht. Behendig schoof ze de lepel in mijn mond en liet mijn neus los. “En nou meteen doorslikken!”, gebood ze met strenge stem. Met alle boosheid van een opstandige driejarige spoog ik met kracht de levertraan weer uit. Recht in haar gezicht. Spetters vettige troep dropen over haar schort en de ranzige lucht kwam in mijn neus. Ik kokhalsde en walgde van de vettige smaak in mijn mond.
Resoluut draaide zuster zich om. Het was de eerste maar ook de laatste keer dat ik levertraan te slikken kreeg. Al op de eerste dag was ik veroordeeld tot een hopeloos geval. Voortaan kreeg ik vitamine A-D druppels. Die smaakten ook niet lekker, maar dat waren er maar een paar. Niet de moeite om ze uit te spugen. En later, toen ik weer thuis was, maakte moeder het zich gemakkelijk en deed ze op een lepeltje suiker. Dat nam ik zonder tegenstribbelen.
Ik moet aan de Gordelweg op een zaal op de begane grond gelegen hebben. Want elke avond stond voor het raam de schoonvader van mijn zus en zwaaide naar me. Hij kwam op zijn Solex-brommertje en met zijn leren jas aan altijd even kijken hoe zijn oogappeltje het maakte. Het zal wel het hoogtepunt van de dag geweest zijn, want ik geloof niet dat er veel te doen was. Ik was te klein voor school, er was weinig speelgoed en ik denk niet dat ik mijn bedje uit mocht.
Drie maanden later werd ik door mijn moeder opgehaald. Niet om naar huis te gaan, maar om naar het Zeehospitium in Katwijk te worden gebracht. Maar dat is een heel ander verhaal, dat ik al eens hier heb gepubliceerd
| Wie veel reist, kan veel verhalen. Een nieuw gezegde zou kunnen luiden: Wie veel surft op internet, kan veel ontdekken. Sinds kort heb ik me aangemeld bij Pinterest en ben ik te volgen. Maar natuurlijk volg ik ook anderen en kom ik regelmatig “internetkennissen” tegen. Van alles is er te vinden, van handige gadgets tot prachtige taarten, recepten, haakpatronen of super-de-luxe ingerichte huizen. Zoals met zoveel nieuws op internet, moet ik nog een beetje wennen en mezelf eigen maken hoe en wat ik er mee moet. En wat anderen er mee doen. Maar het is vooral een leuk (maar tijdrovend) tijdverdrijf. Heerlijk om al surfend te verdwalen en te weten dat, hoe ver je ook bent, je gewoon de computer uit moet zetten om meteen weer veilig thuis te zijn. |
![]() |
Wenen
![]() |
Vorige week was ik in Wenen. Ik had geen idee dat die stad zo mooi zou zijn, zo schoon en zo veel te bieden had. Allereerst is het een stad met zoveel schitterende gebouwen, die prachtig onderhouden zijn. Er is bijna geen straat of plein of je vindt er wel een foto-onderwerp. We hadden geluk, het was stralend weer. Dus werd het heel veel lopen om al het moois te bekijken. Maar voor de langere afstanden was er het openbaar vervoer. Ik had me thuis al georiënteerd en vriendin en ik namen elk een weekkaart, ook al bleven we maar 5 dagen. Die kaart is geldig van maandag tot en met zondag en kost Euro 15,00. En voor dat bedrag kun je dan een hele week lang met elke bus, tram of U-bahn de stad doorkruisen. Er zijn vele andere mogelijkheden, dus ga je naar Wenen kijk dan eens hier. Want wie de vele musea wil bezoeken, kiest misschien voor de Wienkarte. |
Snel
Spreuk van de week
Levensecht
“Goh, wat een levensechte etalagepoppen”, dacht ik gisteren toen ik in Rotterdam langs deze winkel liep. En toen bewoog de rechtse zich ineens. Ze strikte de veter van haar schoen een beetje beter. Ze waren dus meer dan levensecht. En toen ik een foto van hen wilde maken, gingen ze er nog eens even goed voor zitten.

Even weg
Oeps, helemaal vergeten een blogje te maken. Maar ja, ik was dan ook gisterenavond pas laat (na even) thuis uit Wenen. En dan moet er natuurlijk bijgepraat worden, foto’s bekeken en koffer uitgepakt.
Vandaag zijn Irene en ik nog Rotterdam ingegaan en dan schiet het bloggen er een beetje bij in.
Dus sla ik vandaag een keertje over. Binnenkort vertel ik wel iets over wat wij allemaal in Wenen gezien en gedaan hebben.
Springlevend
Hij is al 106, maar dat zieje niet aan hem af. Hij danst het vliegveld op, na een reis door Noord-Amerika, Europa en Afrika. Niks comfortabel met auto en chauffeur, maar met het openbaar vervoer. Het leverde hem een vermelding op in het Guinness Book of Records, want hij is de oudste persoon die dit voor elkaar bracht.
Zulk nieuws vrolijkt heel mijn dag op!
Nog eens de Eiffeltoren
Laatst stond hier een stukje over ons bezoek aan de Eiffeltoren.
Bij het zien van de enorme constructie vroegen wij ons af hoe hij in die tijd gebouwd was. En hoewel er toen natuurlijk nog geen You Tube was, heeft iemand toch foto’s gemaakt van de opbouw en werd hiermee dit filmpje gemaakt:
Hier nog een een paar getallen :
De Eiffeltoren werd in 1889 ingehuldigd. De 7300 ton zware metalen constructie, bestaande uit 18.000 stukken metaal, wordt bijeen gehouden door 2,5 miljoen klinknagels.
Het schilderwerk beslaat 2000.000 vierkante meters. Een complete verfbeurt duurt ongeveer 2 jaar, waarbij 60 ton verf wordt gesmeerd.
Daarbij verbruiken de schilders 50 kilometer “levenslijn”om zich te zekeren, 2 hectare netten om de verfschilfers op te vangen en 2.000 paar handschoenen.








