Spreuk van de week

Laten we de week beginnen met een spreuk. Grappige gezegden om te (glim)lachen of wijze woorden om te overdenken. Elke maandag vind je er hier een. 

Ouder worden is als een achtbaan; je gaat omlaag en omhoog, je lacht en je gilt en soms… doe je het zowat in je broek 😉

 

(een klein beetje zelfspot kan geen kwaad, nietwaar?)

 

Op reis

Spannend hoor, zo met de hele klas op schoolreis. Staan we wel op het goeie perron en is het nou wel de goeie trein? Meester, mogen we er al in….Voor de meesters en juffen een hele toer om zo’n groep in het gareel te houden. Maar het zal allemaal wel goed gegaan zijn. Wij keken lekker vanaf een ander spoor naar deze groep en hoefden alleen op onze eigen spullen te letten 😉

Heb je ook een leuke foto van zo’n klas, doe dan mee met Stuureenfoto, want ook daar gaan we deze week op schoolreis.

Haring

Als er vroeger bij ons thuis haring werd gegeten, zaten mijn moeder en ik ver van de tafel. Alleen de lucht al deed ons griezelen. Voor mijn vader geen probleem, die at ze dus helemaal alleen op! Later, toen ik bij mijn schoonouders kwam, was de opening van het haringseizoen een belangrijke dag van het jaar. Iedereen vond haring heerlijk en dus moest en zou ik ze leren eten.

Mijn eerste haring had ik in uiterst dunne reepjes gesneden en bedekt met veel uitjes en tomaat. Maar naarmate ik ze vaker at, ging ik ze steeds lekkerder vinden. Misschien verandert je smaak wel, want nu kun je me wakker maken voor een broodje haring. Dat wordt dus weer heel wat broodjes haring eten deze zomer!

Hiroshige

Zie de reizigers strompelen op weg naar Kakegawa. In de tijd van Hiroshige bestonden en er nog geen treinen, was iemand zich bewust van het comfort dat er in deze tijd is.
Want nu hoeft niemand meer te voet te sjouwen. Heel Japan is voorzien van prima spoorweg-verbindingen. De trein hier is een goederentrein, maar met de shinkansen is de treinreis een genot, met alle gemakken aan boord.

Voetbalkoorts

Langzamerhand begint Nederland weer oranje te kleuren. Als we boodschappen gaan doen, dan vliegen de oranje-aanbiedingen je om de oren. Van oranje-veren tot oranje juichpakken, sjaals, petjes, vlaggetjes, pennen, hoedjes en wat al niet. Het eerste versierde huis mochten we vier weken geleden al ontdekken, maar het worden er steeds meer.

Nee, niet bij ons. Wij zijn geen voetbal liefhebbers. Het is leuk als Nederland speelt en wint, het zou prachtig zijn als ze wereldkampioen zouden worden. Maar dat duurt nog wel even en in die tussentijd kan er heel veel gebeuren. Al lijkt het nu soms op of we die beker al in de prijzenkast hebben staan.
Nee, ik verheug me op vele avonden met detectives op de tv,

speciaal de serie “George Gently”, mooi Engels drama, dat speelt in Northumberland. De serie speelt in de jaren 60, met de  bedaarde oudere Goerge Gently tegenover de jonge hond John Bacchus. Topklasse!!

Gewoon een deegkom

Als ik vroeger bij mijn zus logeerde, bakte ze vaak cake. En dan kwam altijd de grote groene glazen kom te voorschijn. Toen Rina overleed kwam de schaal in mijn keuken terecht. En ook ik gebruik hem regelmatig. Het is gewoon een gebruiksvoorwerp. Maar laatst, op de Noordermarkt in Amsterdam, stond daar ineens zo’n zelfde kom. Met de naam van de ontwerper erbij en een behoorlijk prijskaartje erop.
Nooit geweten dat ik mijn sla aanmaak in een heuse design-schaal van Jane Ray. Thuis zocht ik natuurlijk meteen op internet naar mijn schaal. Er blikt nog een levendige handel in dit soort serviesgoed te zijn en op Pinterest is zelfs een bord met alleen serviesgoed van deze ontwerpster.  

Martha Stewart heeft een hele verzameling en beweert dat sommige items een fortuin waard zijn. Nou, dat kan best zijn, maar ik verkoop mijn schaal niet. Ik vond hem in het begin al mooi en dat is hij nog. Ik blijf hem gewoon gebruiken, want voor beslag maken of salade husselen vind ik hem nog steeds ideaal.

Straat van duizend bloesems

Ik kende de schrijfster niet, maar dit boek trok meteen mijn aandacht in de bieb. Ik twijfelde, legde het weg maar ben toch weer terug gegaan om het te lenen. En het stelde niet teleur.
Hiroshi en Kenji zijn twee broers, die al jong wees worden en door hun grootouders worden opgevoed. Het boek begint in 1939, als de kinderen al naar school gaan. Hiroshi is groot en setrk en zijn liefste wens is sumo-worstelaar worden. Daar traint hij al hard voor. Zijn broertje is kleiner, geen vechtersbaas, dromerig. Hij kan uren kijken hoe een kunstenaar maskers snijdt en zou dat ook graag willen leren. Door de oorlog komen hun dromen op een zijspoor en na de oorlog moeten zij hun weg in het snel veranderende Japan zien te vinden. Hiroshi pakt zijn sumo-training weer op, Kenji weet nog niet wat hij moet beslissen, studeren of heeft hij toch voldoende talent om maskers te snijden? En past de liefde in hun leven?

Gail Tsukiyama beschrijft in mooie zinnen de hoogtepunten en de tragedies in het leven van beide jongens. Het boek geeft een goed beeld van de diverse tradities in het oude en nieuwe Japan.

Rommelig

Zomaar een hoop kabels, op de kade gesmeten. Wachtend op…. ja op wat? Op een bootje om op het droge te trekken, op visnettn om binnen te halen, of gewoon om later weer aan boord te nemen? Ik zal het wel nooit weten, maar wat doet het er toe…