Badhuis

badhuis Laatst gingen wandelen we in Spangen, de buurt van Rotterdam waar ik opgegroeid ben. Een buurt die ik als kind behoorlijk groot vond, maar nu bepaald gekrompen leek.
We bekeken het Justus van Effen-complex en kwamen langs het badhuis. Een instituut waar we nu niet meer zo veel van horen. Tegenwoordig heeft elk huis tenminste een douche.

Maar vroeger waste je jezelf -wekelijks- in een teil. Ik herinner me nog goed, op zaterdagavond werd de zinken teil in de keuken gezet en gevuld met vele keteltjes heet water. Mijn moeder controleerde de temperatuur en dan mocht ik er in, eerst even spelen. “Maar niet teveel knoeien hoor!” Daarna kwam moeder om me te wassen en af te drogen. Haartjes nat, nog even op… en dan naar bed. En in de winter een kruik mee, net als Gerard Cox, Kooten en de Bie bezongen.
Mijn vader deed dat niet, die ging elke week naar het badhuis. Met onder zijn arm een handdoek met daarin een stuk Sunlight zeep en schoon ondergoed. Geen idee meer hoe lang hij er over deed, maar in mijn herinnering geen uren. Je zult daar ook wel niet voor je plezier gebadderd hebben. Toen mocht geluk dan heel gewoon zijn, geef mij maar mijn dagelijkse douche. Met centrale verwarming en een lekker luchtje.

Bewaren

Bewaren

Voeding en gezondheid

Bij de Voedingsvoorlichting van Capri Hartrevalidatie hoorden we dat we moeten oppassen met verzadigd vet. Maar dat wisten we wel. Al lang eet ik weinig zuivelprodukten en dierlijke vetten. Dat kokos- en palmvet ook veel verzadigd vet bevatten, was wel nieuw voor me. Adieu dus kokosmakronen en Bounty  🙁 .

In een ver verleden had ik palmolie één keer in een recept verwerkt, daarna verdween de fles in de berging en later in de kliko. Over palmolie maakte ik me dus geen zorgen. Wat een enorme misrekening!! Want toen Leo en ik de ingrediëntenlijstjes van verschillende doodnormale levensmiddelen eens bekeken, schrokken wij ons een hoedje.
Beschuit, knäckebrod, ontbijtkoek, krentebollen, rozijnen- en mueslibrood, biscuits; ze zijn vrijwel allemaal met palmolie vervaardigd. Ook kunnen bouillonblokjes, slaolie, frituurolie, gebrande noten, stroopwafels, pindakaas, choco- en notenpasta, chocovlokken, babyvoeding, mayonaise, ijs, snacks, (diepvries) pizza, (diepvries) maaltijden, maar ook –en dat vind ik werkelijk belachelijk(dieet) margarine in meer-of mindere mate palmolie bevatten.

Ik ben vooral pissig dat je hierover nauwelijks iets hoort of leest. Ongeveer 60% van alle levensmiddelen wordt met palmolie gemaakt. Je hoeft dus helemaal niet buitensporig veel te eten om ongemerkt toch behoorlijk wat verzadigd (en dus ongezond) vet binnen te krijgen. Heel veel mensen hebben een te hoog cholesterol en proberen dat te verlagen door bewuster te eten.  Dat wordt moeilijk als de industrie ons producten levert en reclame maakt voor eten dat juist het tegendeel van gezond is.

Er zijn palmolievrije producten te vinden, maar daar moet je wel intensief naar op zoek! En neem dan vooral je leesbrilletje mee, want de lettertjes zijn verdomd klein op die etiketten. Je kunt natuurlijk ook koken zonder al die potjes, pakjes en zakjes. Zelf maken heeft niet alleen het voordeel van geen kokos- of palmvet, maar ook van minder zout en suiker gebruiken.
Wij zelf hebben inmiddels bijna alle kokos- en palmolie geweerd. Deze producten bijvoorbeeld kopen we niet:

Palmolie verhoogt niet alleen je cholesterol, maar is ook schadelijk voor ons milieu. Hele regenwouden worden er voor gekapt, want niet alleen voedsel, maar ook allerlei andere producten worden er mee gemaakt. Maar dat is weer een ander verhaal.

Schone schijn

Wie in Japan uit eten gaat, hoeft zijn keus niet te laten bepalen door de gedrukte menukaart. Daar is meestal voor ons westerlingen geen touw aan vast te knopen. Nee, je kiest buiten al voor een gerecht wat er wel lekker uitziet. Dat staat in de etalage. Natuurlijk niet echt, het is van plastic, maar zo natuurgetrouw dat je er bijna meteen een hap van zou nemen.
Kijk hier hoe ze dit “nep-eten”maken:

 

Sfeerloos

sfeerloos Er staat niet veel op deze foto, hè? Beetje kaal, weinig sfeer, kil. Toch is hij gemaakt in wat we wel de “Hoofdtempel van de Nederlandse Kunst” mogen noemen, het Rijksmuseum.
In een dergelijk instituut zouden ze de koffieshop wel een beetje gezelliger mogen aankleden, vonden wij.
Okay, natuurlijk hang je er geen originele kunstwerken op. Maar zouden er nou niet een paar fraaie reproducties in een eenvoudige lijst gevonden kunnen worden? Het maakt van zo’n koffiehoekje meteen iets warmers. Nu kwam het op ons over als of je in een laboratorium zat, wachtend op de uitslag van een akelig onderzoek.

Bewaren

Bewaren

Snotneus

Met bijna 68 jaren op de teller, kun je me natuurlijk geen snotneus meer noemen. Want zo kan ik mezelf wel noemen, omdat ik regelmatig met een druipneus door het leven ga. Hier in huis liggen dan ook zakdoekjes op allerlei strategische plekken. Zo kan ik meteen in actie komen wanneer er zich weer een lijn 11 onder mijn neus vormt. Het is niet de hele dag, maar zo nu en dan. Het is een rare bijwerking van één van mijn medicijnen. Och, het kon erger en ik maak er dan ook niet zo’n punt van. Er valt tenslotte goed mee te leven…

Wachten

Daar zit ie, wachtend… Hij heeft geduld, want zeker weten dat er straks iets lekkers te vinden is. Nu staan er nog allemaal mensen bij die tent, maar straks wordt het stiller. Er is vast wel iemand die toch niet zo’n grote honger heeft… En hij hoopt dat ze hun afval naast die grote bak gooien… Dus nog even wachten…

meeuw

De zomer van ’76

1976 Emie en Marthy schreven er ook al over, over die bloedhete zomer van 1976. Die zomer die voor ons (en wie weet voor welke lezers nog meer) zo’n impact had.
Emie kreeg haar eerste kind, een dochter, bij ons werd ook de eerste geboren, een flinke jongen. Marthy verhuisde naar Stolwijk. Voor haar toen een onbekend en klein dorp, al is ze nu helemaal ingeburgerd en wil ze niet meer weg.
Dat het bloedheet was, die zomer, kan ik me nog goed herinneren.

Van 11 tot 8 kwam je tot niks, veel te warm. Dus zat ik ’s morgens al om half 7 op het balkon, voedde Jorik en viel soms met hem op schoot weer in slaap.

1976 was sowieso een heel bewogen jaar. Ik kreeg niet alleen een kind, maar verloor ook -volkomen onverwachts- mijn zwager. Hoog zwanger stond ik aan zijn graf, intens hopend dat dat kind nog even zou wachten. Gelukkig werd hij keurig in het ziekenhuis geboren.

Leven en dood, geluk en verdriet, het loopt soms heel erg door elkaar.