Tentoonstelling

In het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam bekeken we de tentoonstelling “Lust for Life” met het werk van Ed van der Elsken. Hij maakte foto’s in een tijd dat fotograferen nog niet zo wijd verbreid was als het nu is. Nu kiekt Jan en Alleman er op los en worden we overspoeld met foto’s.

Ed van der Elsken was een echte mensen-fotograaf. Niks geposeerd, maar mensen in het echte leven. In de hippietijd in Amsterdam maakte hij prachtige foto’s van de “paradijsvogels” die er rondliepen. Maar ook maakte hij honderden foto’s op zijn reizen naar verre bestemmingen. Niet altijd onder de fijnste omstandigheden, niet vrolijk, maar hartverscheurend. Bij het zien van de foto’s die hij in Bangladesh maakte, voel je nog steeds de pijn die toen geleden is.

De dia’s werden niet altijd goed bewaard en daardoor waren ze bijna onherstelbaar beschadigd. Gelukkig heeft het Nederlands Fotomuseum er voor gezorgd dat de dia’s nog net op tijd gerestaureerd konden worden. Ook dat wordt in de tentoonstelling belicht. Nu kunnen we dus gelukkig nog genieten van die vele duizenden prachtige beelden.

Misschien gaan we nog wel een keertje kijken. De tentoonstelling is nog tot 6 oktober 2019 te zien.

Helemaal vanzelf…

Dit busje kan helemaal uit zich zelf rijden. Geen mens meer nodig aan het stuur, dat is overgenomen door een computer. Toch is het experiment in Wenen gestopt, want er was een voetganger aangereden.

Nou was dat misschien ook wel gebeurd als er een meneer of mevrouw aan het stuur had gezeten. Fouten worden tenslotte dagelijks gemaakt en ongelukken gebeuren aan de lopende band. Maar ik heb wel eens gehoord dat de techniek om de auto te laten rijden zonder menselijke tussenkomst niet zo moeilijk is. Wat de struikelblokken zijn, is welke keuzes er gemaakt moeten worden. Wanneer moet ie stoppen, wat is de beste snelheid? Natuurlijk moet ie voor een mens stoppen. Maar hoe bepaal je dat? Ik heb er geen verstand van, maar de mogelijkheden om een mens te herkennen moeten legio zijn. En stopt ie dan ook voor een dier? Welke grootte heeft dat dier? Een hond, okay, maar een kakkerlak? Dat denk ik niet. Toch moet aan elke mogelijkheid worden gedacht en geprogrammeerd.

Voorlopig houden wij het nog maar bij een doodnormale auto 😉 😉 😉

Creatief rekenen…

Deze week moest ik ineens denken aan de co-piloot van onze vlucht naar Zakynthos. Want die man kon heel creatief rekenen. Toen we bijna gingen landen, kregen we een praatje over wat voor weer ons te wachten stond. Maar ook vertelde hij hoeveel kerosine erop Schiphol getankt was, hoeveel kilometers we hadden afgelegd en hoeveel mensen er in het vliegtuig zaten. En als we dat nou allemaal gingen berekenen, dan hoefden we ons helemaal niet te schamen over het vliegen, want dan waren we gemiddeld op ongeveer … liter brandstof naar Zakynthos gegaan.

Het praatje ging toen een beetje oor in-oor uit, dus de precieze cijfers kan ik jammer genoeg niet meer herhalen. Maar als ik die hoeveelheid brandstof vergelijk met wat er in onze auto moet, dan waren we nog niet tot halverwege gekomen.

Jaja, die man kon zijn zaken goed verkopen. Je zou bijna besluiten alles maar met het vliegtuig te doen. Zo veel beter voor het milieu… :-O
Toch heeft het me aan het denken gezet. Want er zijn natuurlijk allerlei berekeningen te maken en zo kun ja alles wat krom is weer recht praten. Zoveel dingen moeten meegerekend worden. Daar kom ik nog wel eens op terug.

Kinderlijk genoegen…

Het was nog even dubben of ik wel zou gaan wandelen, want het regende donderdag. Maar toch besloten om te gaan en de weergoden te trotseren. En dat pakte heel gezellig uit.

Zes dames waren er en we namen dit keer eens een nog niet zo vaak belopen gebied, het Hoge Bergse Bos. Een wandeling daarheen had ik al eens uitgezocht. Maar jammer genoeg kun je bij het uitzoeken op de computer niet zien of je echte wandelpaadjes neemt of dat het meer asfalt is. En dat laatste bleek het geval. Maar toen we iemand aan het maaien zagen, vroegen we hem de weg.

Het vee-hek door en daar stonden we meteen in wild 😉 gebied. Het paadje was net gemaaid. Verderop stuitten we op een heel stuk met uitbundig groeiende bramen. En dan worden keurige dames opeens weer kinderen. We plukten en snoepten van het fruit. Een dame zocht en vond nog een plastic zakje en scharrelde haar toetje van de dag bij elkaar. Dat het soms een beetje regende maakte de wandeling juist nog leuker. Want deze vrouwen zijn toch zeker niet van suiker!

Trammuseum

Aanstaande zaterdag is er weer een open dag in het Trammuseum van de Stichting RoMeO inRottrerdam. Het museum draait volledig op vrijwilligers en is niet elke dag geopend. Wie er een kijkje wil nemen, zou dat dus komende zaterdag kunnen doen. Wij brachten al eerder een bezoekje en dat is altijd leuk. Zoveel oude trams en bussen staan er en ze zijn bijna allemaal ook van binnen te bezichtigen.

Ook staat er een van de eerste metrostellen. Keurig opgeknapt en in oude luister hersteld. Nou ja, wat schrijf ik, oude luister. Als je zo’n wagon van binnen bekijkt, dan blijkt dat de reis vroeger stukken simpeler was. Nauwelijks luxe, harde stoelen en banken. En nog maar weinig technische snufjes.

Vroeger ging ik met de tram naar de middelbare school. En toen ik dan laatst in zo’n oude tram stapte, wist ik het meteen weer. De banken, met handgrepen aan het gangpad, de mechanische bel en het bordje “de aandacht van het personeel niet afleiden”.

De bus was ook soberder dan nu. Al zag ik wel dat de vloer toen gewoon egaal was en dat ik nu opstapje op- en af moet in de bus. Het slingeren is nog steeds hetzelfde vrees ik 😉

Boek

Eline stamt uit een gegoed Leids gezin en is getrouwd met Wieger, een archeoloog. Ze is niet religieus, wel ongedurig en heeft behoefte aan vrijheid. Als haar man naar een klein dorp in Drenthe gaat om er een veenlijk te onderzoeken, mist Eline hem enorm. Impulsief besluit ze naar hem toe te gaan en ze neemt haar kinderen mee.

Hoewel ze vriendelijk wordt ontvangen in het dorp, leidt haar aanwezigheid tot opschudding. Eline is niet gewend van haar hart een moordkuil te maken en haar vrije manier van doen en denken valt niet bij iedereen in goede aarde. Ze wordt dan ook min of meer terug gestuurd naar Leiden.

Nederland is in 1918 dan wel nog steeds neutraal in de grote oorlog, iedereen krijgt toch te maken met de nare gevolgen. Familieleden komen om, er is weinig meer te krijgen, het is armoe troef. Dan aan het eind van die oorlog staat een nieuwe en nog onbekende vijand op: de Spaanse griep maakt heel veel slachtoffers. Eline besluit terug te keren naar het Drentse dorp en helpt bij de verzorging van de grieppatiënten. Haar blik op de wereld wordt wijder en haar leven wordt langzaamaan anders.

Het boek is goed geschreven en die periode (1918 tot ca. 1922) interesseert me in hoge mate. Ik las het boek in één adem uit. Ik ga zeker nog meer boeken van deze schrijfster lezen.

Strandwandeling

Vorige week gingen de Ganzen van de Ganzenpas naar Hoek van Holland. Dat was al eerder gepland, maar toen strooide de regen roet in het eten.

Nu was het perfect strandwandelweer. Zo nu en dan een matig zonnetje, wat wind en een aangename temperatuur. Het zou een wandeling van slechts enkele kilometers worden, maar aan het eind hadden we toch aardig wat stappen gezet omdat er zo nu en dan wat afgeweken werd van de route. Maar wie maalt daarom als het gezellig is, er zo nu en dan wat te drinken en te eten is.

Het eerste deel liepen we over het strand en daar zag ik deze grote zakken staan. Daar is een flinke haard mee te vullen, al vermoed ik dat er zo nu en dan ook gewoon een leuk vreugdevuur mee gemaakt wordt.

In de duinen zagen we regelmatig grote stukken met deze planten staan. Een distelsoort, dat was wel duidelijk. Een kogeldistel wist één van de mede-wandelaars te melden. Ze had hem in de tuin gehad, omdat hun straat zo heet. Maar in Rotterdam mist die plant de zoute zeewind en had dus het loodje gelegd. Hier toonde ze zich gelukkig in volle glorie.

En dan weer met de bus terug naar Rotterdam. Konden we meteen een beetje uitrusten van de wandeling 😉 😉 😉

Autopech…

Vaak zeg ik dat een auto moet rijden en dat er benzine in moet. Hoe die er verder uitziet, groot of klein is, dat doet niet zo (heel veel) ter zake.

Maar er is nog een belangrijk detail waaraan zo’n auto moet voldoen. Hij moet open gaan. Gelukkig gingen laatst onze deuren nog wel open, maar toen we iets in de achterbak wilden leggen… Vergeet het maar! Met geen mogelijkheid kregen we de achterklep open.

De portieren reageerden wel op het commando van de sleutel, maar die achterklep bleef hermetisch dicht. Ook de reservesleutel gaf geen reactie. Goed, dan zetten we de spullen maar op de achterbank. Twee dagen bleef de klep gesloten als een oester. Toen reden we een stukje en deed Leo gewoontegetrouw de achterbak open…. en realiseerden we ons dat ie het gewoon deed. Een half uur later, nee hoor. Weer dicht als een huis. Het bleek een leiding te zijn, waar een breuk in zat. Nadat die gelast was, werkt alles weer prima. Het was een klein euvel, maar wel een lastig.

Robbeneiland

Denk nou niet dat ik even naar Zuid Afrika ben geweest, want dit is Robbeneiland, vlakbij Rotterdam

Want in dat grote, drukke en industriële Maasvlakte-gebied ligt dit eilandje. De eerste opzet was een plek te maken voor grote tankers om aan- en af te meren. Dat werd de Nijlhaven. Maar waarom dan niet meteen iets wat meer aantrekkelijks te maken? En zo werd het piepkleine eilandje voorzien van een strand en wat gras. De rest moest de natuur zelf doen en dan maar hopen dat er wat leven zou komen. En dat kwam er. Vogels vonden het wel een geschikte plek, maar ook de zeehonden die rond de Maasvlakte zwemmen liggen er graag. Bij een beetje gunstige wind en wat zon zijn het er heel wat. Wij spotten er meer dan tien! Het eilandje is niet toegankelijk, maar er varen wel regelmatig schepen voorbij. De zeehonden houden al dat verkeer nauwlettend in de gaten en zodra een schip iets te dichtbij komt floepen ze allemaal het water in.

Futureland…

Vrijdag hadden we ons tweede uitje, dit keer naar Futureland. Waar dat ligt? Op de Tweede Maasvlakte, te midden van grote industrieën, havens, schepen en kranen.

Bron: Google foto’s

Ook hier waren we al eens, maar toen was de Maasvlakte nog vrijwel onbebouwd. En nu wisten we niet wat we zagen. Binnen enkele jaren is hier uit water en zand een haven gemaakt die er wezen mag. Enorme kranen en aanlegplaatsen voor containerschepen, die behoren tot de grootste van de wereld. Niet alleen containerschepen, maar ook enorme olietankers kunnen hun lading daar kwijt. Een voorlichter van het Havenbedrijf Rotterdam gaf, tijdens de boottocht die we maakten, uitleg over wat we zo allemaal zagen. Zo staat er vlak bij de tentoonstellingshal een enorme loods, waar stalen buizen liggen. Buizen van zo’n 8 meter in doorsnee en van 8 centimeter(!) dik plaatstaal. Die worden in Roermond gewalst en via de weg naar Rotterdam vervoerd. Ze dienen als ondergrond voor windmolens en boorplatforms op de zeebodem.

Containers zijn niet meer dan grote dozen, maar er is vrijwel geen product dat niet in een container vervoerd kan worden. Op zo’n schip staan er ruim 14.000. Binnen in het schip staan er bijna net zoveel als boven op.

En wekelijks komen deze schepen in de Rotterdamse haven aan. Ze hoeven geen sluizen door en de diepgang van de haven is ruim voldoende. Dat maakt Rotterdam tot de motor van onze economie.

En hoe zit het met de huidige milieu-eisen? Tot mijn verbazing bleek dat al heel veel kranen en voertuigen elektrisch voortbewogen worden. En ook op andere punten wordt in de Rotterdamse haven goed gelet op het milieu. Rotterdam heeft op dat punt een voortrekkersrol in de wereld.

De tentoonstelling in Futureland is mooi opgezet, interessant en er kunnen diverse tochten per bus of per boot gemaakt worden. Ook kinderen kunnen zich er prima vermaken. Alles moet wel van te voren besproken worden, dus even plannen is geboden.