Een hofje

Eén van de wandelvriendinnen woont in Rotterdam op een hofje, het hofje van Kuijl’s Fundatie. Samen met haar man zijn zij de beheerders van het hofje en zorgen dat alles daar goed reilt en zeilt.

En nu was de Ganzenpas uitgenodigd uit om bij haar koffie te komen drinken.

Anthonetta Kuijl

Het hofje beschikt over een grote tuin, dus niks stond ons in de weg. Nou ja, de regen dreigde roet in het koffiewater te gooien. Maar er was een -bijna nog mooiere- uitwijkmogelijkheid: de ontvangstzaal in het hoofdgebouw van de stichting.

En zo zaten wij daar op gepaste afstand en onder het toeziend oog van Mejuffrouw Anthonetta Kuijl aan de koffie.

Tussen de buien door konden we ook de tuin en een ander andere vertrek bekijken en hoorden we en passant hoe het -ook heden ten dage- nog zeer traditiegetrouw gaat bij een vergadering van de Hooge Raad.

En heel gezellige koffiemorgen met een niet al te lange wandeling.

Boek

De titel en de omslag van dit boek intrigeerden me al. Kersenbloesems… zo mooi, zo betoverend.

Het boek leest vrij gemakkelijk, al moet je wel door tientallen namen van personen en benamingen van allerlei soorten kersenbomen spitten. Het niet een boek met een “gezellig” verhaal, maar ik vond het wel uiterst boeiend.

Collingwood Ingram, stammend uit een rijke en wat excentrieke Engelse familie, is ornitholoog. Maar nadat hij vrijwel alles van vogels wist, werd zijn interesse gewekt door de Japanse wilde kersenbomen.

Het viel hem tijdens een reis naar Japan op dat er vrijwel maar één soort kersenbomen aangeplant werden. En dat terwijl Japan juist zo’n verscheidenheid aan soorten heeft. Omdat de aangeplante kersenbomen zijn ontstaan door klonen, bloeien alle kersenbomen daar op één en hetzelfde moment. Er is dus maar een vrij korte tijd van enorme bloesempracht en dan is het over en uit. Ook hebben alle bomen dan dezelfde bloemen, dezelfde kleur en dat maakt het ook wel wat saai.

Het boek vertelt over de liefde die Ingram had voor de bomen, het kweken en vermeerderen van diverse soorten. Hij probeerde in Japan meer aandacht voor andere soorten te krijgen, verwees naar de erfenis van de prachtige wilde kersen. Maar de verering van de tere kersenbloesem was veranderd in de loop van de tijd. In het militair steeds sterkere Japan van voor de tweede wereld oorlog werd het een symbool van heldenmoed, sterven voor de keizer.

Door de inzet van Ingram is een aantal oude soorten weer terug naar Japan gebracht, waar zij hun schoonheid een korte tijd van het jaar ten toon spreiden.

Atoombom

Bron: Google foto’s

Vandaag, 6 augustus, is het exact 75 jaar geleden dat de eerste atoombom viel op Hiroshima. Veel was er niet meer over van die grote stad. Alleen dit gebouw stond nog overeind.

Hiroshima, 2009 (eigen foto)

In 2009 maakte ik er deze foto. Nu is het een monument, een aanklacht tegen de wreedheden van de oorlog. Natuurlijk gingen wij ook naar het atoombom-museum. De overblijfselen, gesmolten flessen, verwrongen stalen voorwerpen, alles netjes uitgestald, leken ontdaan van hun dramatisch verhaal. Zij waren verworden tot objecten zonder ziel. Het was verschrikkelijk, maar de verschrikkingen waren niet in woorden uit te drukken.

Wij keken er naar, net als de vele Japanse schoolkinderen. Op mij liet het een diepe indruk achter. De kinderen giechelden, plaagden elkaar. Ach ja, net als kinderen over de hele wereld doen.

Hiroshima is tegenwoordig weer een bruisende stad. Wie er rondloopt, kan zich nauwelijks voorstellen hoe erg het verwoest was. Men winkelt, loopt, lacht. Ogenschijnlijk niemand kijkt terug in de geschiedenis.

Pluizig bolletje

Wanneer deze distelsoort begint te groeien is het eerst een stevige rozet van stekelige bladeren, waaruit een ook al stekelige steel komt met een soort van mini-artisjok.

Niet veel later zie je overal de paarse bloemen in het veld staan. En nu laat de plant een heel andere kant van zichzelf zien. Want in plaats van stekels toont ze nu dikke pluizige en zachte bolletjes. Eén zuchtje wind en de zaadjes waaien over het land uit.

Er zijn veel distelsoorten met evenzovele namen. Deze wordt, geloof ik, “kale jonker” genoemd. Nou, kaal is ie nu toch niet 🙂

Natuur in de stad

Vandaag een klein plantje, dat ik ontdekte bij het oversteken. In een nauw spleetje tussen stoeprand en tegels stond het.

Felgele bloemetjes, frisse blaadjes. Hoe het heet? Ik heb geen idee. Op mijn telefoon staat weliswaar zo’n app om planten te kunnen herkennen, maar daar had ik niet aan gedacht toen ik de foto maakte.

Ik was meer verbaasd om zoveel kracht in zo’n klein plantje. Want ondanks de rare plaats langs de weg, deed het erg zijn best om op te vallen.

Maar misschien wordt het nu wel door iemand herkend. Ik wacht dus maar even af…

Verstopt

In deze buurt komen we niet zo vaak. Nou ja, we gaan de laatste tijd helemaal niet meer zo vaak op stap. Maar zaterdag moesten we wel even naar de stad. Met de auto, want in het OV zul je ons voorlopig niet zien.

Maar toen konden we ook wel meteen nog iets anders doen. Dus gingen we op zoek. Naar wat? Dat vertel ik later wel.

Ik keek eerst verbaasd omdat ik helemaal niet zoveel groen in deze wijk verwachtte. Maar ja, er stond wel een dikke oude boom. En toen zag ik hem. Een beetje verstopt. Maar die rode puntmuts verraadde hem toch. Zo maar een tuinkabouter midden in een Rotterdamse straat. En dat op klaarlichte dag!

Het zijn rare tijden, maar het moet nou echt niet gekker worden 😉

Alternatief van huis

Sommigen van ons gaan of zijn al op weg naar een vakantiebestemming. Veel blijven in Nederland, sommigen verkozen toch den vreemde om een tijdje naar af te reizen.

Wij blijven voorlopig nog maar even hier. Er is tenslotte keus genoeg om naar toe te gaan. En wie niet voor al te oubollig wil worden versleten, kan ook nog kiezen uit diverse exotisch klinkende namen:

Auvergé = Overschie
Kéthèl sur l’Auvergé = Kethel bij Overschie
Das Krälingerwald = het Kralingsebos
Réo = Rotterdam en omgeving

Bron: Google foto’s

Maar misschien blijven we wel waar we nu zijn, in Teilia. Dat is Rotterdams voor “met je voeten in een teiltje”

Al die namen en uitdrukkingen heb ik niet zelf bedacht hoor! Die komen van de Rotterdamse Taal-kalender. Zelfs de foto van het Krälingerwald komt van Google 😉 Tja, ik heb nou eenmaal vakantie, nietwaar?

Reiger

Afgelopen week wandelden we na het avondeten nog een klein stukje. Toen we het bruggetje wilden oversteken, zagen we deze reiger.

Zo stilletjes mogelijk benaderde ik hem, mijn telefoon al helemaal klikklaar. Maar dat had ik niet hoeven doen. Hij was totaal gefocust op wat hij in het water meende te ontwaren. Had helemaal geen oog -en geen angst- voor de wandelende mensen.

Blijkbaar was het een goed voorzien stukje sloot, want diverse malen verdween zijn snavel in het water en liet hij iets naar binnen glibberen.

Was hij misschien nog aan het hoofdgerecht bezig, terwijl wij ons al verheugden op een toetje….? 😉

Niet al te ver

Vorige week wilden Leo en ik een stukje wandelen. Vlakbij huis is dat niet zo moeilijk, maar ja… verandering van spijs doet eten.

Dus nadat onze hulp er was, pakten we de auto en reden we naar Lekkerkerk, naar het Loetbos. Vaak langs gereden, maar nooit echt geweest. En dat is heel onterecht, want het is een mooi gebied. Met veel slootjes, vogels en mooie wandelpaden.

Nog steeds loop ik niet zo goed, dus was ik blij dat er her en der bankjes staan en we even uit konden rusten. Het was trouwens bloedheet, dus ook dat maakte dat we geen lange kilometers weg liepen. Maar kijken wat er om je heen groeit, fladderende vlinders bewonderen en luisteren naar de vogels en de zoemende insecten, maakte dat we een heerlijke ochtend hadden.

En omdat we toch in de buurt waren, gingen we even op bezoek bij een oude vriend van Leo. Hij was verrast en liet de schildersklus waar hij mee bezig was, de schildersklus. En maakte koffie en broodjes die we in de tuin samen met zijn kleinzoon opaten. En zo hadden we een heerlijke lome dag.

Beschermd

Een dooie knotwilg langs de kant van het pad. Geen groen blaadje te zien… of toch? Ja daar, tussen wat zo op het eerste gezicht twee armen lijken. Wat er groeit is geen wilgenblad, maar een zaailing van een eik.

Ik ben geen bioloog, maar weet wel dat zaadjes door de wind meegenomen kunnen worden. Maar een eikeltje? Dat lijkt me sterk. Hoe komt zo’n eikel dan in die boom terecht?

Ik loop verder en denk er niet meer aan. Maar thuis zie ik de foto en dan verwonder ik me er weer over. Zo’n raadsel kan zich in mijn brein nestelen en groeit daar dan uit tot een “probleempje”. Maar ineens wist ik het….

Nou ja, ik denk dat ik het weet. Kinderen hebben er een eikeltje verstopt… Of misschien was het een gaai, die het een mooie plaats voor zijn wintervoorraad vond. Of zou het een eekhoorn geweest zijn? Dat lijkt me onwaarschijnlijk, want die zie hier niet in de buurt.

Ach, wat kan het me verder schelen. Het is één van de vele raadselen van de natuur….!