Deur

Even naar een ander deel van de stad, met andere winkels, andere straten. Dat wat de Duitsers “Tapetenwechsel” noemen.

En dan zie je andere dingen. Gezellige etalages, nieuwe eethuisjes, leuke hebbedingetjes.

En dit, een deur van de bibliotheek. Op zich heeft elke bibliotheek natuurlijk een deur, maar deze sprong er wel hevig uit met die tekst.

JE BENT IEMAND DIE UIT EEN KOMMA EEN TAPIJT ROLT

Wat bedoelt de dichter (Anne Vegter) hier nou mee? Is het een beetje negatief: je hebt maar één woord nodig, om los te branden, commentaar te geven. Of bij jou kom je nooit aan het woord, jij neemt altijd het hoogste woord.

Maar ik ga liever voor een wat poëtischer gedachte: Jij weet alles zo mooi te verwoorden. Met één woord begin je een lieve zin en na de komma volgt een heerlijk verhaal….

Ja, zo zou ik dat willen zien.

Opletten

Het restaurant had maar een piepklein terrasje. Met zo’n 8 mensen was het al te vol.

Maar aan de overkant van de straat was nog plek zat. Lekker onder de bomen van een park, vogeltjes die fladderden en zongen. Dus was de oplossing snel gevonden.

Alleen, de bediening moest telkens met volle bladen oversteken. En de weg werd redelijk druk gebruikt, niet alleen door auto’s maar ook door fietsers.

Vandaar dit bordje aan de rand van het fietspad.

Zodat de koffie, drankjes en de broodjes veilig over zouden komen. De obers natuurlijk ook!

Vakantieherinnering

Zo’n vakantieblogje brengt je weer terug in de tijd. Deze foto is van oktober 2014 in Kyoto, Japan.

Het lijkt hier sereen en rustig, maar ik zie voor mijn geestesoog weer al die toeristen rondbanjeren, bewapend met kleine, grote en nog grotere fototoestellen. Of met een tablet, want daarmee foto’s maken is ook een tijdje erg in geweest.

Ja natuurlijk, ook ik schoot foto na foto. En hoe vaak zal ikzelf in iemands blikveld hebben gestaan? En wie heeft zich aan mij geërgerd?

Maar na een tijdje vond ik het fotograferen welletjes en deed ik mijn toestel in mijn rugzakje. Ik weet niet hoe lang we daar hebben gezeten, stil en zwijgzaam. We lieten vooral de schoonheid van deze tuin en de overweldigende herfstkleuren op ons inwerken.

En nu ook hier de herfst haar kleuren rondstrooit, denk ik weer met veel plezier en een beetje heimwee aan die weken in Japan terug. Al valt er hier natuurlijk ook heel veel te genieten.

Vakantieherinnering

Wandelend door Bologna kwamen we deze muur tegen, waarin op regelmatige afstanden grote en fraai gevormde haken zaten.

Ik vroeg me af waarvoor die gediend hadden. Later las ik dat deze haken werden gebruikt om de paarden mee vast te zetten. Logisch eigenlijk, een soort van parkeerplaatsen avant la lettre.

Het moet een mooi gezicht zijn geweest, al die paarden. Er zal ook wel mogelijkheid zijn geweest om de dieren te drenken en te voederen. En een druk gepraat door alle mensen die er om heen bezig waren.

Zo iets simpels en toch, als ik mijn ogen dicht doe, kan ik zo’n middeleeuws plaatje zo voor de geest halen. Misschien zelfs de geur wel ruiken… 😉

Boek

Loes Hegger: Villa De Wartburg

Ik ben van huis uit wel enigszins gelovig opgevoed, maar religie speelt geen grote rol in mijn leven. En mijn kennis over de Rooms Katholieke riten en gebruiken is marginaal.

De geschiedenis van De Wartburg begint met de enorme gewetensnood waarin Herman Hegger zich bevindt. Als kind wist hij zeker dat hij priester wilde worden. Vader wilde liever nog een werkman in zijn boerenbedrijf. Toch gaat Herman als 12-jarige jongen naar het Seminarie. Maar na een paar jaar gaat hij terug naar huis. Toch pakt hij de studie weer op, op aandringen van zijn moeder.

Als priester in Brazilië beseft hij nogmaals dat hij zijn geloof in de kerk verloren is. Hij keert terug naar Nederland, wordt ziek en ontmoet in het ziekenhuis zijn latere vrouw Willy.

Herman is inmiddels overgegaan tot het Gereformeerde geloof en zet zich in voor de Stichting de Rechte Straat. In Villa De Wartburg vangen zij ex-priesters op, die vaak met gevaar voor eigen leven hun land ontvlucht waren.

Met verve en humor vertelt Loes Hegger (dochter) de geschiedenis van haar jeugd, met de vreemde situaties en steeds wisselende bewoners in huis. Zij zocht diverse ex-priesters op en vroeg hen hoe zij naar hun verblijf in Velp terugkeken.

Het is een boek over mensen, in een periode van hun leven waarin alles op z’n kop werd gezet, alle zekerheden wegvielen. De ene dag waren ze een gerespecteerd priester, de volgende dag werden ze outcasts. Uitgestoten door de maatschappij, stonden ze op straat, zonder geld, zonder bezit. Soms moesten ze vrezen voor verraad, gevangenschap. Vaak moesten ze op stel en sprong hun familie achterlaten, zonder goed afscheid te kunnen nemen.

Ik las het boek in één adem uit. Het bracht me even in een wereld waarvan ik het bestaan niet kende.

Vakantieherinnering

Op vakantie zijn is heerlijk. Lekker slenteren in een onbekende stad, winkeltjes kijken. En dan ineens voor de etalage staan van een kookwinkel.

In Nederland al niet zo maar aan voorbij te lopen. Maar in Bologna was het helemaal een hemeltje voor een kookfanaatje als ik.

Allerlei apparaten, spatels, deegrollen, vormen en wat er al niet nog meer te koop is om heerlijke pasta te maken.

Ik moet er een hele tijd hebben rond gelopen, genietend van al dat leuks. En ik kocht er ook iets. Maar wat….? Iets onontbeerlijks, vast en zeker. Helaas, ik heb geen idee meer wat.

Want eh, ik maak nooit zelf pasta. Dat koop ik echt gewoon bij de super 😉

Bordje

Tijdens een wandeling zag ik het ineens.

Zomaar een gewoon huis, in een gewone straat. Een buurt met tamelijk veel “sjiek” maar ook wel een beetje vergane glorie.

En dan is daar ineens zo’n bordje. “’t luchtkasteel”. Toch wel een naam om even over na te denken…

Leek het huis zo mooi, was het praatje van de makelaar te romantisch? Had men gedroomd van grote successen, enorme prijzen, topsalarissen of superbanen?

Of lekte het dak, liep de vloer scheef of hadden houtwormen de deuren kapot gevreten?

We zullen dat wel nooit te weten komen. Het blijft gissen.

Maar dat is het leuke van zulke vondsten. Ik kan er mijn fantasie volkomen los op laten gaan….!

Vakantieherinnering

Wanneer wij onderweg zijn, ontdek ik vaak allerlei dingen om te fotograferen. Voor mezelf, voor mijn blog of voor mede-bloggers, die speciale interessses hebben.

Dit trafo-huisje fotografeerde ik met de bedoeling het te sturen aan Sjoerd van BVision.nl.

Maar dit huisje staat in Eijs en dat is maar een paar kilometer van Sjoerds woonplaats en ik had zo’n vermoeden dat hij het huisje al gezien en omschreven had. En dat klopte.

Want al in 2014 zat Sjoerd, net als wij in 2022, aan de overkant ‘Bie de Tantes”.

Ik weet niet wat Sjoerd daar at of dronk, maar wij genoten er van een heerlijke boterham met Limburgse Brie, vergezeld van een lekker wijntje.

Het had dus geen zin om mijn foto te e-mailen. Maar dat huisje vond ik wel erg leuk.

Mooi metselwerk, een fraaie tegel van een bij. Jammer dat het groen er om heen ietwat verwaarloosd was.

Vakantieherinnering

Een foto van een foto. Het album waar de foto in zat was niet te scannen, dus dan maar zo. Een beetje primitief, maar dat past wel bij de herinnering. In 1999 fotografeerde Leo mijn rug in een1000-dingen winkeltje op Florès.

We hadden geboekt voor een groepsreis naar Indonesië, maar het politieke klimaat maakte het voor velen te onrustig, Daardoor bestond onze groep slechts uit Leo en mij. Verder was alles prima verzorgd en werden we overal door vriendelijke gidsen over de eilanden gereden.

Zo ook over Flores. Een eiland met een betoverende natuur, maar nog vrijwel niet ingesteld op toeristen. We vonden het geweldig, genoten met volle teugen en namen de wat primitieve omstandigheden voor lief.

Er was niet veel te koop. Zelfs ansichtkaarten konden we niet krijgen, al vonden we dat niet zo’n groot probleem. Maar toen ik opeens heel dringend tampons nodig had, werd het wel een beetje penibel.

In het eerste winkeltje werd ik geholpen door een man, die zo verlegen was dat ik nauwelijks om mijn spullen durfde vragen. De tweede winkel verkocht duidelijk niets wat ik zou kunnen gebruiken. In de derde winkel (we hadden al vele kilometers gereden) stond een Chinese vrouw achter de toonbank. Ze antwoordde niet, maar rende naar de telefoon. Ik verstond natuurlijk niet wat ze zei, maar hoorde wel “tampax”.

Even later sprong een jong meisje op een brommertje. Na een kwartier kwam ze terug en ja, met een doosje waarin 8 tampax zaten. Zelden zulke dure tampons gebruikt en er zo zuinig mee omgesprongen. Maar oh, oh, wat was ik blij.

Nog vele jaren later behoorde een doosje “damesdingen” tot mijn standaard reisuitrusting.

Grens

Grenzen bestaan tegenwoordig bijna niet meer. Vroeger stond je uren in de rij te wachten tot eerst de Nederlandse en later de Duitse, Belgische of Franse douanebeambte je paspoort had bekeken voordat je verder mocht rijden.

Nu hoor je alleen een piepje van een berichtje op je telefoon. Want helemaal ongezien gaat niemand meer de grens over.

Ik was dan ook hogelijk verbaasd nog diverse malen dit soort grenspalen aan te treffen. Zomaar midden in het land, op een kruising van twee wegen. Geen kantoortje, geen beambte, alleen die grijze paal. Met een jaartal erop,

1843 verwijst naar Het Verdrag van Maastricht, waarin de rijksgrenzen tussen Nederland en België werden vastgesteld. Niet zonder slag of stoot, want er was op diplomatiek niveau nogal om gesteggeld. Uiteindelijk zou het tot 31 oktober 1995 duren voordat alles echt en definitief werd vastgesteld. Ambtelijke molens maalden toen niet zo snel.

Die grenspalen hebben dus een duidelijke geschiedenis. Maar ja, daar kwam ik pas thuis, achter de pc, achter 😉