Druk, druk…

Ja, elke winkelier moet wel eens even weg en dan sluit je de zaak.

Maar deze handelaar maakt er wel een potje van. Die is gewoon elke dag gesloten.

Nou, dat zal een goed lopend winkeltje wezen…. 😉

Of was het een grap, een gebbetje van vrienden, die telkens weer hoorden dat de man in kwestie geen tijd had?

Wie zal het weten?

Boek

Ongehuwd zijn in het Engeland van 1914 is geen sinecure. Cate moet haar kind alleen opvoeden,  geld verdienen en dan ook nog opboksen tegen de argwaan die de maatschappij heeft bij een vrouwelijke arts.

Vrouwen mogen dan wel medicijnen studeren, zich ontplooien als zelfstandig arts is iets geheel anders. Dan blijven de benoemingen zeer schaars.

Het begin van de 1e wereldoorlog brengt echter een ommekeer.  Cate wordt gevraagd om, samen met anderen, in Frankrijk een hospitaal op te zetten, waarvan de staf uitsluitend uit vrouwen bestaat. Het lijkt een utopie en ze moet er haar dochtertje tijdelijk voor achterlaten onder de hoede van goede vrienden.

Na maanden kan ze weer terug naar Londen, waar nu wel ruimte wordt gemaakt voor een militair hospitaal. Ook daar weer bestaat de hele bezetting uit vrouwen.

Toch is er tegenstand, want nog steeds is men niet gewend aan vrouwelijke artsen. Maar het is juist die vrouwelijke touch en de empathie die de gewonden weer terug in het leven plaatsen. Velen verloren ledematen, werden levenslang invalide. Daarnaast leden ze onder de psychische gevolgen van de moderne oorlogvoering.

Feiten en fictie, ze lopen in dit boek door elkaar. Dat is echter geen bezwaar, want het een mooi geschreven roman. Maar juist door de historische feiten gaat het verhaal leven. Het zou zo maar mogelijk zijn geweest.

Ilaria Tutti: Waar de wind de aarde raakt.

Dom beest

Naast eksters, roeken, mussen, mezen en roodborstjes komen er ook zo nu en dan duiven in onze tuin. Niet alleen die mooie slanke Turkse tortels, maar deze, een dik en wat dommig beest.

Hij (of zij) waggelt wat langs de vijver, zoekt naar wat eetbaars. Maar kijkt een beetje kippig over allerlei kruimels heen.

Soms probeert hij een nest te maken, maar op het klapraampje lukt dat al jaren niet. Toch blijft hij het proberen en wij blijven hem dan ook steeds verjagen.

Het beest heeft ook geen enkel zicht op wat hij soms aanricht. Vorige week hoorden we een hard geluid, alsof er een emmer om viel. Maar waar kwam dat nou vandaan?

Het was weer die dikke duif, die een beetje verwezen op de tuintafel zat en ook niet wist hoe of wat. Terwijl toch duidelijk te zien was dat hij de metalen vogeltjes omgegooid had.

Wel tien minuten bleef hij glazig zitten kijken, vloog even op om wat verder op de stoelrand te gaan zitten. Maar die wazige blik bleef.

Nee, die zal nooit meer iets bij leren. Hij blijft een domme duif.

Boek

Francis van Broekhuizen: Bij twijfel hard zingen

De recensie die ik las over dit boek was zo lovend, dat ik het meteen bij de bieb liet reserveren. De schrijfster zei me niks.

Toen ik het ophaalde bleek zij dus een operazangeres te zijn. Een sopraan, nou dat helemaal niet mijn smaak. Maar na het eerste hoofdstuk werd ik toch wel het boek ingetrokken. Francis van Broekhuizen weet zeer boeiend te vertellen.

De hoofdstukken springen van de hak op de tak, maar zijn telkens zeer humorvol. Ze beschrijft haar twijfels, haar passie voor opera en speciaal voor Maria Callas.

Het was voor mij aanleiding om eens wat meer over haar te weten te komen en te zoeken naar YouTube-filmpjes, TV-uitzendingen en podcasts.

Want al houd ik dan niet van opera en krijg ik rillingen van een sopraanstem, het is altijd de moeite waard om eens iets nieuws te ontdekken. Tenslotte zingt Francis naast “zware”muziek ook nog wat lichters. Genoeg om eens verder te luisteren.

En misschien kennen jullie haar wel, want ze deed mee aan diverse TCV-programma’s, o.a. Maestro.

En voor operaliefhebbers lijkt me dit boek een must.

Campingplaats

Ik heb totaal geen ervaringen met kamperen. Slechts één keer sliep ik in een tentje en alles wat ik er nog over weet te herinneren is dat ik het ongelofelijk koud heb gehad. Niks leuk, niks gezellig, alleen die kou is in mijn gedachten gebleven.

Leo heeft iets meer ervaring. Hij bracht diverse vakanties door met een vriend in een sheltertje. Hij weet er sappig over te vertellen. Hoe ze geen plek konden vinden en later toch wel. Want toen mochten ze op het gazon in een Engelse tuin hun sheltertje opzetten. ’s Avonds nodigde de bewoners hen uit voor een glas whisky en een jointje roken. Ja, dan voel je natuurlijk ook geen kou 😉 !

Maar al hou ik danniet van kamperen, ik kijk wel met plezier naar “We zijn er bijna”. En daar moest ik onmiddellijk aan denken toen ik dit op een vintagebeurs zag.

Ik neem aan dat met dit bordje de plek waar je mag staan wordt gemarkeerd. Zo te zien al heel wat jaartjes geleden in gebruik geweest. Er is toch (bijna) niemand meer die met zo’n klein eitje op vakantie gaat? Wat ik zo nu en dan aan caravans voorbij zie komen is groot, luxe en van alle gemakken voorzien.

Maar voor mij hoeft het niet. Ik ga wel in een hotel.

Knalgeel

Ergens in de grote brij van FB-berichten kwam ik iets tegen over paardenbloemen. Niet geliefd in de tuin, want onkruid. Maar nuttig, want ze brengen door hun lange wortels lucht in de bodem en verbeteren die bodem met mineralen zoals calcium.

En hun kleur, daar ontkom je niet aan. Als er nog niet veel bloeit, dan zie je de paardenbloem al alom. Hele bermen staan vol te schitteren in de zon of vrolijken een sombere dag op met hun geel.

Ook insecten weten de bloemen te vinden en zoeken er stuifmeel en honing, dat in ruime mate voorhanden is. In Engeland wordt nog vaak wijn van paardenbloemen gemaakt (Dandelion wine), maar ook de bladeren kunnen door mensen gegeten worden.

Dat onkruid is dus helemaal niet zo onnuttig. Het zou dan ook helemaal niet zo gek zijn om die paardenbloemen nog even in de tuin te laten staan. Maar niet te lang, want hun pluisjes verwaaien snel en dan zit straks de hele buurt met paardenbloemen. 😉 😉 😉

Mooi

Tijdens ons bezoek aan Trompenburg Arboretum zag ik deze mooie kelken langs het water staan.

Een opmerkelijk gezicht, met dat frisse en uitbundige geel en maar heel weinig ook fris groen blad. Het is de Moerasaronskelk (Lychiton americanus).

Die naam moest ik natuurlijk opzoeken en toen kwam ik tot de ontdekking dat deze plant niet meer in Nederland verkocht mag worden.

Het is een invasieve soort en zou dus andere inheemse planten kunnen overwoekeren. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Ik vind het jammer, maar wel begrijpelijk.

Hij zou beslist heel mooi staan in onze tuin, maar dat past natuurlijk helemaal niet in ons mini vijvertje.

Gelukkig is er dus nog de mogelijkheid om die mooie plant in “gevangenschap” te bewonderen, in Rotterdam dus en ook in Appeltern.

Daar zullen de tuinlieden hem wel in toom weten te houden.

Badgast

Er komen vaker vogels badderen in ons vijvertje. Die zijn echter een stuk kleiner.

Maar de laatste weken komt deze grote dikke duif regelmatig van ons water gebruik maken.

Er vliegt wel eens een andere duif op de pergola, maar die wil niks van hem weten. En dan gaat hij maar weer eens een keertje in bad…

Hij is dik en een beetje sloom. Kijkt regelmatig wat in het rond, maar van verdere activiteit weten we niet.

Misschien wacht hij op zijn vrouwtje en willen ze straks, net als andere jaren, een nest maken op ons bovenlichtraam.

Maar dat willen wij niet, dus wordt het weer tijd om iets te verzinnen waardoor ze dat raam met rust laten.

Het is wel niet mogelijk om er een nest te maken, want ze glijden er telkens af. Om nog maar te zwijgen van de takken en takjes die er ook meteen af vallen.

Maar het maakt zo’n rommel en een heleboel lawaai. Vogels in de tuin zijn fijn, maar die duiven mogen wel een paar straten verder gaan.

Planten

Bron: Google foto’s/www. Bakker.com

Dit is de tijd om te planten en te zaaien. Maar dat zaaien heeft me de laatste jaren niet zo veel gebracht.

Ondanks mijn goede voornemens werd het geen succes. En zoveel moeite om één mini tomaatje, daar ga ik niet meer aan beginnen.

Dus heb ik plannen om een deze dagen naar het tuincentrum te gaan om wat gezellige planten aan te schaffen en in de tuin te zetten. Er mag wel wat meer kleur in komen.

En ik wil natuurlijk ook de plantenbakken weer vullen. En die leuke kruidenplantjes, die nu nog in een keukenhoekje staan, moeten natuurlijk ook een plek krijgen. Daar heb ik nog wel een mooie bak voor staan. Tijd dus om aan de slag te gaan.

Als smaakmaker maar even op internet gezocht naar een kleurig plaatje.

Jullie dachten toch niet dat dit in mijn eigen tuin gefotografeerd was…? 😉 😉 😉

Ouderwets

Breien en haken, dat was wat mijn moeder vroeger deed. Naaien, borduren of nog ingewikkelder “smokwerk” daar begon ze niet aan.

Ik had dus wel poppenkleertjes die moeder zelf gebreid had en truien voor mijzelf. Maar gesmokte kleding, dat zat er voor mij niet in.

Zelf leerde ik wel smokken, op school. Er staat me nog iets bij van een geel-geruit nachthemd dat ik zelf genaaid en gesmokt had.

Het lijkt een beetje ouderwets handwerk, maar laatst zag ik op Instagram toch weer dat iemand er aan bezig was. En dit fraaie proeflapje lag in de Wonderkamer van het Museum van de vrouw in Echt.

Misschien komt het -net als alles- wel weer in de mode. Ik vond -en vind het nog steeds- heel fraai handwerk.

Stel je voor, van die lieve “Shirley Temple” meisjes met pastelkleurig boerenbonten ruitjurkjes, versierd met dat smokwerk.

Hoe nostalgisch….