Onze tuin is een beetje wild. Op sommige plekken misschien zelfs wel een beetje te wild. Maar heel erg vinden wij dat niet.
Integendeel zelfs. Wij verwelkomen de aanwaaiers die onze tuin als een plek hebben gekozen om op te groeien.
Soms hebben ze het zo naar hun zin, dat de toevloed iets te veel wordt.
Maar bevallen ze ons niet, dan is het niet te veel moeite ze uit de grond te rukken. Dus mogen akelei, IJslandse papaver en hibiscus gewoon nog even doorgroeien.
Het mag dan heerlijk rustig zijn in Nederland en de ons omringende landen. Dat betekent wel dat het toerisme zo langzamerhand de nek is omgedraaid.
Ik maakte wat foto’s bij de molens van Kinderdijk en bedacht een beetje beschaamd dat dit toch wel een soort van ramptoerisme mag heten.
Want het is fijn als je op je gemak kunt kijken, maar saai en levenloos is het wel. Een beetje reuring was toch wel prettig.
Werd je vorig jaar nog onder voet gelopen door hordes Chinezen, Japanners, Italianen of weet ik welke landsaard dan ook. Nu is het overal stil en verlaten. Lege parkeerterreinen, gestapelde stoelen op terrassen, bezoekerscentra en musea leeg en gesloten. Rondvaartboten die aangemeerd blijven.
Overal enorme investeringen die er nutteloos bij liggen. Hoe lang nog? Voorlopig nog wel…
Geïnspireerd door de verhalen van Marthy besloten wij afgelopen dinsdag maar eens een keertje naar Kinderdijk te gaan. Dat is een plan van al langer geleden, maar dan wilde ik met de waterbus. Dat leek ons nu niet zo’n goed idee, dus namen we de auto.
We parkeerden vlakbij de molens en liepen langs het water. Het was ongelofelijk stil en rustig. Een beetje winderig, met veel wolken. Maar dat gaf nou juist zulke mooie vergezichten.
Normaal gesproken zouden we wel een flink stuk gewandeld hebben, maar mijn knie is nog steeds pijnlijk en dus liepen we maar een stukje en gingen we al snel weer terug.
Die molens zijn uniek in de wereld en zo mooi. Ze dateren van rond 1740 en werden in die tijd zonder computers, snelle berekeningen of lawaaiige machines gebouwd. Puur mensenwerk, steen voor steen. Ook het binnenwerk van stevige boomstammen werd geheel handmatig gemaakt, gezaagd en gebeiteld. En dan staat alles er na zo veel jaren nog zo prachtig bij.
Wel jammer dat we niet binnen konden kijken. Maar ja, dat zit er nu even niet in. Het was toch een leuk uitje!
Nu ik nog maar één keer in de week boodschappen haal, is het zaak goed te plannen wat we in de loop van de week zullen eten.
Peulvruchten zitten sowieso een keer ertussen, met een saus of als curry. Maar verder natuurlijk vooral verse groeten, die wel een beetje te bewaren zijn.
Vorige week had ik weer eens paprika mee genomen en daar maakte ik Shakshuka van. Dat is een recept waarin heel veel eigen variatie mogelijk. Leo vond het erg lekker en daarom deel ik het met jullie.
Bron: Google foto’s
Sahkshuka (voor 2 personen) 1 ui, gehakt 2 tenen knoflook, gehakt 1 pepertje, gehakt 3 paprika’s, gehakt 3 stengels bleekselderij, in blokjes 1 lenteui, gehakt ½ bosje peterselie, gehakt 2 tomaten, in kleine stukjes 1 eetlepel tomatenpuree 4 eieren 1 theelepel gemalen komijn 1 theelepel (gerookte) paprika ½ theelepel gemalen korianderzaad ½ theelepel oregano (olijf) olie om in te bakken
Verwarm de olie en fruit hierin de ui,
knoflook, pepertje en bleekselderij licht aan. Doe de
tomatenpuree erbij en bak even mee. Strooi de kruiden erover en roer
goed door. Voeg de paprika toe en laat alles ongeveer 5-10
minuten zachtjes bakken. Doe er eventueel wat water bij als het te
droog wordt. Voeg de tomaten erbij, net als de lenteui en
peterselie en laat alles nog even goed door bakken. Proef en breng op
smaak met zout en peper.
Maak in de groenten vier holletjes en breek daarin de eieren. Zet het vuur laag en laat de eieren stollen totdat het wit gaar is en de dooier eventueel nog wat zacht. Bestrooi de eieren nog met wat zout en peper en eventueel nog wat peterselie.
In parken en bossen kun je nog lekker wandelen en daar wordt dan ook grif gebruik van gemaakt. Maar sommige parken zijn maar een paar weken per jaar open. Ze nu open stellen zou zorgen voor een enorme drukte die niet meer verantwoord is.
In de Japanse tuin van Clingendael in Den Haag was ik al een paar keer. Ik herinner me prachtig bloeiende rododendrons, maar vooral ook de rijen mensen die de bloemen bewonderden en er foto’s van wilden maken. Begrijpelijk, maar wat een capriolen sommigen daar voor uit wilden halen. Dat blijft de tuin nu allemaal bespaard. Maar we kunnen toch van alle moois genieten omdat op de site van de Gemeente Den Haag nu een YouTube filmpje te bekijken is. Een mooi initiatief!
Net als de dieren, laat ook de natuur zich niet ringeloren door wat onze mensenwereld op zijn kop zet.
Het is voorjaar en dus… het fluitekruid groeit en bloeit. En niet alleen het fluitekruid, ook de boterbloemen, het koolzaad, de gele irissen tonen zich op zijn mooist.
Maar het fluitenkruid vind ik toch het allerleukst van alles. Tere witte schermen, net kant. En als je het wilt fotograferen lukt dat maar met moeite. Eén zuchtje wind is voldoende om het heen en weer te laten wiegen.
Sommigen zullen het misschien wel onkruid noemen, maar ik vind het elk jaar weer prachtig.
Kinderboerderij “De Blijde Wei” ligt er nu maar verlaten bij. Het hek is dicht. Er klinken nu geen kinderstemmen. Alleen de medewerkers zijn er om de boel te onderhouden en de dieren te verzorgen.
Maar de dieren zijn er nog wel. Die trekken zich niks aan van Corona en vinden het misschien wel rustig. Nu kunnen ze heerlijk spelen in de wei en worden ze niet achterna gezeten door lawaai makende kinderen.
Het ziet er wat “terug in de tijd” uit. Jetses zou hier nog leuke platen hebben kunnen tekenen. Vroeger was dit een echte boerderij. Alles is nog authentiek en ademt een sfeer van vroeger.
Wij kwamen hier al met onze kinderen en nu komen er buurkinderen met hun pappa en mamma naar toe. Normaal gesproken is het er altijd wel druk. Op de parkeerplaats bij de grote witte Kip staan meestal rijen auto’s, want ook opa’s en oma’s gaan graag even een kijkje nemen. Net als wij dus deden, maar nu vanaf het wandelpad langs de sloot.
Annie M.G. Schmidt schreef de tekst, en ja natuurlijk Harry Bannink maakte de muziek voor dit liedje uit de musical “Wat een planeet” uit 1973. Maar ouwerwets? Ik denkt het niet, want nu we een recessie in het vooruitzicht hebben, kan het best weer heel actueel worden.
Jammer genoeg kon ik hiervan geen filmpje vinden. Dan maar een “stil”beeld.
Koken en bakken is niet alleen heel leuk om te doen, het is ook leuk om naar te kijken. Ik heb op YouTube verschillende abonnementen van bekende patissiers tot aan gezellige koks of kokkinnen.
Een van de gezelligste vind ik zelf die van Jenny can cook, een van oorsprong Poolse Amerikaanse. Ze houdt van kleuren en dat is te zien aan haar keuken. Bekers, potten, lepels en spatels zijn allemaal vrolijk gekleurd en alles straalt een enorme gezelligheid uit.
En maakt ze ook lekkere dingen? Ja nou, en ook nog eens niet al te ingewikkeld. Al roerend en lepelend praat ze honderd uit, geeft adviezen en lacht daarbij voortdurend. Het is echt zo’n vrolijke keuken.
Laatst zag ik haar aardappel-pannenkoekjes maken. Dat stond dus ’s avonds op ons menu en waren heerlijk. Hier zie je hoe je die kunt maken: