Lekker luisteren…

Al vaker vertelde ik hier over podcasts. Een podcast is een geluidsbestand en kan over van alles en nog wat gaan. Muziekpodcasts, zoals van de Sandwich, Andermans Veren, maar ook documentaires zoals “Tante Jos”, die ik afgelopen weken beluisterde.

Deze podcast gaat over verzetsvrouw Jos Gemmeke. Radiomaakster Mijke van Wijk gaat daarin op zoek naar de details van het verhaal zoals haar tante Jos het altijd vertelde. Maar hoe zat het nou werkelijk in elkaar en wat was verzinsel en wat was werkelijkheid? Een diepgravend onderzoek in Nederlandse en Britse archieven. Dat alles doorspekt met een verslag van de fietstocht die Mijke in navolging van haar tante Jos maakte, zoektochten naar mensen die Jos kenden of mogelijk gekend zouden hebben. En wie was dan toch die vriendin, die ook een groot stuk mee fietste en plotsklaps verdwenen was, maar later toch weer opdook.

Heerlijk om naar te luisteren als je ergens mee bezig bent. Altijd oproepbaar en wanneer het te veel wordt, kun je stoppen en later weer verder luisteren.

Rustig aan…

Er zijn van die weken dat je elke dag wel een afspraak hebt. Niet per sé een vervelende afspraak, integendeel. Maar toch, je moet weg, ergens op tijd zijn, laat terug en dus ook laat naar bed.

Een paar weken achter elkaar hadden we dat. Ik zie het voordeel er ook wel van in, want we zijn nog lang niet uitgeblust en leven nog steeds redelijk actief. Maar dan opeens, hebben we behoeft aan rust. Geen bezoek, geen film of theater, geen afspraken bij die of gene. Gewoon niks, nada!

En dan houden we een soort van “pyamadag”. We slapen wat uit, ontbijten zeer op ons gemak en wat langduriger, trekken een lekkere en comfortabele joggingbroek aan met een makkelijk shirt of trui. Dagje in slow motion. Zelfs koken wordt met de Franse slag gedaan, want we trekken een reeds bereide maaltijd uit de diepvries. En daarna kunnen we er wel weer tegen!

Altijd wat…

Deze bomen, Ginko Biloba, staan in de straat achter ons huis. ’s Zomers fraai groen met mooi gevormde bladeren, die eigenlijk vergroeide naalden zijn. En in de herfst verkleurend naar geel. Er staat een hele rij en gek genoeg verkleuren ze niet allemaal tegelijkertijd.

In Japan en China staan deze bomen vaak bij tempels, omdat ze zouden staan voor een eeuwig leven.

Dit soort bomen staat natuurlijk niet alleen in onze buurt, overal in Nederland werden ze aangeplant. Alleen lette men niet op, want men had alleen mannelijke exemplaren moeten planten. Want vrouwelijke bomen bloeien en geven nadien vruchten. Ook mooi goudgeel, maar ze schijnen te stinken naar hondenpoep. En dat levert dan weer bezwaren op van de bewoners.

Och, och, werden de zoet geurende lindebomen gerooid omdat ze de teerbeminde auto’s plakkerig maakten en zouden eiken moeten wijken vanwege die processierups. Nu is het dus weer stank. Het is ook altijd wat…

Vergadering…?

Wat deden ze daar die duiven. Wachtten ze op een aardige voorbijganger met wat voer? Hadden ze het koud of voelden ze de herfst nu pas echt in hun botten? Waren ze moe en rustten ze wat uit, daar op dat stukje kade met het zicht op de Westertoren?

Wie zal het weten? Het is nou eenmaal heel moeilijk om je in duivengedachten te kunnen verplaatsen.

Misschien was het wel helemaal niet zo bijzonder… Ik kwam er tenslotte maar eventjes langs. Misschien zitten ze daar wel alle dagen en vele uren… tot groot ongenoegen van de bewoners. Die misschien al vaak geklaagd hadden en geprobeerd te verjagen.

Zo veel vragen, zo weinig antwoord. Maar wel weer een onderwerp van een blogje vandaag! 😉 😉

Kwestie van smaak…

Dit schilderij had ik niet zo gauw toegeschreven aan Claude Monet. Aan wie dan wel, geen idee! Maar dit is niet de stijl en de voorstellingen die me bij zijn naam voor de geest komen.

Bij Claude Monet denk ik in eerste instantie aan zijn schilderijen van bloemen, planten, waterlelies. Zie ik zachte kleuren, enorme doeken en proef ik de sfeer van Musée Marmottan in Parijs. Maar nu hangen er een aantal schitterende werken in het Kunstmuseum (de naam Gemeentemuseum is in de ban gedaan) in Den Haag.

Zoals te verwachten was, was het druk. Maar gelukkig niet zo druk dat je niet de tentoonstelling uit het oog verloor. Je kunt een app downloaden op je telefoon en met een beetje gehannes lukte het ons. Zodoende kregen we bij een aantal schilderijen uitleg. Maar ook zonder die uitleg zijn ze vrijwel allemaal prachtig. Dat Monet de laatste dertig jaar van zijn leven vrijwel niets anders schilderde dan de kleuren van zijn tuin in Giverny wist ik vagelijk. Maar dat schilderijen tot begin jaren vijftig een beetje verwaarloosd waren achter gebleven in zijn atelier en er nauwelijks belangstelling voor was, was nieuw voor mij.

Ach ja, ook in kunst is er altijd een bepaald soort mode en raakt het een en ander uit de gratie. Dat wat nu opgehemeld wordt, kan over een tijdje zo maar totaal verguisd worden. Gelukkig werden deze schilderijen herontdekt en door musea aangekocht en tentoongesteld. Het Kunstmuseum heeft met bruiklenen van over de hele wereld een schitterende tentoonstelling gemaakt.

Spelen…

Terugkijkend op mijn jeugd, besef ik dat ik, hoewel meer verwend dan anderen, in vergelijking met nu maar weinig speelgoed had. Leed ik daar onder? Welnee zeg! Ik had poppen, wat stoffen dieren, een fornuisje met pannetjes. Daarop mocht ik alleen koken, met echte vlammen, als mijn moeder tijd en zin had om er bij te blijven. En ik had knotsen en een grote lap stof, een stapel Margriets waarin ik mocht knippen. Eigenlijk speelde ik daar het meest mee, want die knotsen werden in mijn fantasie “mannequins” de lap stof drapeerde ik daar om heen. Van de Margriet-plaatjes maakte ik paspoppen. Uren was ik er mee zoet.

En natuurlijk speelde ik buiten. Op de stoep voor ons huis, met andere kinderen uit de straat. Ballen, touwtje springen, hinkelen…

Kinderen van nu hebben veel meer speelgoed, technisch en geavanceerd ook. Maar ik vind het soms zo fantasieloos. Of kijk ik met een wat bevooroordeelde blik? Het boekje op de tafel bij een vriendin trok mijn aandacht en bij elke bladzijde dacht ik terug…. Oh kijk, Lego, maar wat was dat toch nog simpel. Oh ja, hinkelen… En een springtouw…. En ja, dat deden we ook graag…. Bokkie springen.

Waaraan zouden de mensen straks over zo’n jaar of vijftig terugdenken en waar zullen hun (klein)kinderen dan mee spelen…. ?

Eeuwigheid…?

Wat is tijd…? Geld? Misschien, voor een bank wellicht wel zeker. Maar de bouwers van dit gebouw hebben beslist gedacht dat zij bouwden voor de eeuwigheid en dat gedurende die tijd de bank er altijd gevestigd zou zijn. Want anders metsel je de naam niet in de gevel.

Maar ach, de bank is inmiddels opgegaan in een groter geheel. Het kantoor was niet meer nodig, dus werd het pand verkocht. En de nieuwe eigenaar? Die heeft het maar zo gelaten. De nieuwe zaak heeft heel andere klanten en een heel andere manier van reclame maken. Wie let er nou nog op…?

Milieubewust…?

Iedereen valt over elkaar om te laten zien dat hij of zij toch echt heel bewust met het milieu omgaat. Natuurlijk, dat is een prima zaak.

Maar soms lijkt het toch een beetje “meer woorden dan daden”. Want dit vond ik wel een voorbeeld van hoe het beslist niet moet.

Natuurlijk neem je een tas mee naar de supermarkt. Maar dan mogen de appels wel gewoon in een kist liggen. Kun je meteen zoveel afwegen als je nodig hebt, in plaats van met veel te veel opgescheept worden.

Theeleuten…

Dat Engelsen echte theedrinkers zijn, dat is natuurlijk bekend. In een supermarkt vond je dan ook enorme uitstallingen van allerlei soorten thee. Maar eigenlijk niet eens zo veel speciale smaakjes, zoals bij ons. Wel een hele sortering “breakfast tea”.

Het is voordeliger je thee in bulk te kopen, dus staan er ook enorme zakken met theezakjes. Die moeten dagelijks met miljoenen gebruikt worden. Je kunt wel een weekje of wat vooruit met deze verpakking waarin 480 zakjes zitten. Want je hoeft het natuurlijk niet alleen bij het ontbijt te drinken. Het kan de hele dag door….!

En wat je er ook mee kan? Dat las ik deze week in een stukje over koningin Elisabeth. Zij had de doopjurken van haar kleinkinderen laten kleuren met, juist!, deze Yorkshire tea. Zij drinkt dus deze thee niet alleen bij haar koninklijk ontbijt.

Onverwacht…

Ik weet niet meer wie me de link stuurde, maar ik wist wel zeker dat ik graag naar “Trois jours d’Aznavour” wilde. Een voorstelling met, uiteraard, liedjes van Charles Aznavour, gebracht door Philippe Elan, Katell Chevalier, Flip Noorman en Britta Maria.

De Roode Bioscoop op het Haarlemmerplein kenden we niet. Maar het is een heel leuk theater, nog in oude staat. Met wat bladderende verf, maar een knusse zaal. Je zit op houten klapstoeltjes en waant je terug in de tijd. En omdat je zo dicht op de artiesten zit, lijkt het of een huiskamerconcert wordt gegeven, speciaal voor jou.

Het was niet alles Frans wat de klok sloeg. Ook prachtige in het Nederlands vertaalde nummers van Aznavour kwamen langs. Natuurlijk werd het onvermijdelijk “She” ten gehore gebracht. Een wereldhit, maar zelden of nooit in Frankrijk te horen. We hadden een heerlijke avond. Al met al de reis naar Amsterdam dubbel en dwars waard! En wie denkt, dat wil ik ook… 27 en 28 maart komt de voorstelling nog een keer langs in Amsterdam.