Carrière

Ineens viel mijn oog op dit gebouw. De balletschool van Staluse Pera, wereldberoemd in heel Rotterdam. Daar ging je heen als je “echt” balletles wilde hebben.

En dat wilde ik wel. Tenminste, toen ik zo’n jaar of tien was. Balletles leek me niet alleen leuk, maar was ook goed voor mijn houding, volgens de orthopeed. Dus ja, balletles en dan meteen ook helemaal goed. Niks gehuppel in het buurthuis of in de studio van een mindere status. Ik wilde naar Staluse Pera!

Tja, dat mocht ik dan wel willen, dat gebeurde natuurlijk niet. De lessen waren duur en zo’n bevlieging zou weleens van heel korte duur kunnen zijn, schatte mijn moeder in. Balletles, dat wel. Maar eerst maar eens kijken hoe of het bevalt, dus zal ik je dan inschrijven? Bij het Wester Volkshuis kun je het proberen. Lekker dicht in de buurt, je kunt er zo naar toe. Je hoeft er zelfs niet voor over te steken.

Och, misschien had ik niet zo stijfkoppig moeten zijn. Want waarschijnlijk had mijn moeder gelijk. Was het maar voor een tijdje en zou ik daarna met geen stok meer naar balletles te sturen zijn. Maar nee, nuffig haalde ik mijn neus op voor zulke lessen. Het was alles of niets…, dus alleen bij Staluse Pera!

Maar ja, misschien had ik wel uitzonderlijk talent. Had de wereld aan mijn spitzen gelegen, had ik bloemen en roem vergaard. En was ik waarschijnlijk aanzienlijk slanker gebleven. Welke stralende carrière is aan mijn neus voorbijgegaan?

Ach… even wegdromen, dat kan toch geen kwaad. Zo veel spijt heb ik er achteraf toch niet van gehad 😉 😉 😉

Naakt

Ik heb een hele tijd staan kijken, maar hij was er echt 😉 Een naakte man, maar hij had zich op een of andere manier totaal onzichtbaar gemaakt.

Ik stond er toen het nog lekker zonnig was, maar toen de regen met bakken uit de hemel kwam bleef hij staan. Hij stond er dan ook voor het goede doel.

Dat glazen potje stond er uiteindelijk niet voor niks. Daarin zamelde hij geld in voor Amnesty International. Nou, zo’n geweldig initiatief mag niet onvermeld en onberoerd gelaten worden. Het was makkelijker geweest als er gepind had kunnen worden, maar met moeite vond ik nog wel wat kasgeld in mijn beursje. En zo kon ik dus meehelpen aan het verbeteren van de wereld 😉 😉 😉

Nou hoop ik wel dat hij later wel zichtbaar en volledig gekleed naar binnen mocht. Het werd die nacht behoorlijk koud en nat!

Tijdsbeeld

Wandelend door Hattem kwamen we een trafohuisje tegen. En dat wordt gefotografeerd. Niet voor mezelf, maar voor mede-blogger Sjoerd, die er een soort van inventarisatie van maakt. En van heinde en verre de huisjes per foto aangeleverd krijgt.

Maar eigenlijk werd mijn aandacht getrokken door die grote bus hand-cleaner en de container met water. Tot voor kort was dat toch niet mogelijk. Liepen werklui met smerige jatten rond. Maar in deze Corona-tijd moet je te pas en te onpas je handen desinfecteren. Nou ja, het zal wel geen kwaad kunnen.

Maar mij viel het op, anderen zullen er wellicht aan voorbijlopen. En zo kon ik meteen dat huisje nog wat uitgebreider fotograferen. Die foto’s gingen natuurlijk naar Limburg en komen te zijner tijd wel op het blog van Sjoerd.

Grote stille heide

We hoefden niet ver te rijden om bij de heidevelden te komen. Maar de grote stille heide? Nou nee, dat niet. Al was het niet echt druk. Maar je merkt dat heel veel mensen graag even een loopje hebben.

Leo en ik liepen een stukje met jongens en schoondochter mee op, maar nog steeds speelt mijn knie een beetje op. Dus besloten wij om terug te gaan en gingen zij verder.

Bij de auto wachtten wij en raakten in gesprek met een hondenmevrouw. En na niet al te lange tijd waren we weer met z’n vijven.

“De heide is aan de andere kant ook gewoon paars”, merkte jongste op. Maar schoondochter vertelde wel dat wij toch wel mooi de Schotse hooglanders gemist hadden. Tja, je kunt niet alles hebben.

Wij hadden dan weer een soort vogelhuis in het bos ontdekt, maar dat zal vol grote insecten. Wespen, hoornaars? Geen idee, maar gelukkig op veilige afstand te zien. En dat alles tussen de buien door.

Kleddernat

Zoals elk jaar hadden we ook deze keer weer een “familieweekend” geregeld. Al ver voor alle Corona-toestanden, toen reizen nog simpel was.

Nou ja, gelukkig is het allemaal al weer redelijk behapbaar. Maar tot juni was het verboden om een persoon van een ander adres mee te nemen. En hoe kwam onze jongste dan ter plekke…? Geen probleem, vond hijzelf. Ik kom wel op de fiets. Plak ik er meteen een vakantie aan vast.

Wij vonden het super stoer. En wanneer de weergoden een beetje gunstig gestemd waren…. wat kon er mis gaan? Dus zo geappt, zo gedaan!

Vrijdagmiddag kregen we het eerste berichtje. Hij zat al bij De Bilt, dus richting Apeldoorn was een eitje. Maar een beetje verder weg rommelde de donder en pakten donkere wolken samen. Wij zaten lekker droog in de auto, maar dat arme kind. Want ook al is hij inmiddels de vier kruisjes gepasseerd, hij blijft ons kind hè…. 😉 😉

Maar even na zevenen kwam hij dan toch ook bij het huisje aan. Drijfnat, maar lachend. Hij had het toch mooi maar geflikt!

Alle natte kleding werd te drogen gehangen, hij stapte onder een warme douche en wij zorgden voor een hapje en een koud biertje. De fiets verdween in het fietsenhok. Die werd maandagmorgen van stal gehaald. Daar is hij al weer opgestapt om verder te gaan. Een tocht door de noordelijke provincies is het plan. Wij worden op de hoogte gehouden door middel van appjes en foto’s. En ondertussen duimen we voor een beetje droog en mooi nazomerweer.

Tijd

Het is alweer 1 september. De herfst begint deze maand. In de winkels worden de sint – en kerstetalages alweer in orde gebracht. Er liggen alweer volop zakken pepernoten en kruidnootjes in de schappen….

Voor mijn gevoel is de zomer in één lange ademtocht voorbij gegaan. Was het dit jaar ook nog lente? Ik kan het me bijna niet meer herinneren. Zo’n gekke tijd, die we met elkaar gehad hebben. Met dagelijks akelige berichten, angst, stress, narigheid.

Maar het gaat natuurlijk allemaal ook weer voorbij. In de vorige eeuw was men rond deze tijd net klaar met de Spaanse griep. Die wel heel veel raakvlakken had met de Corona-pandemie.

Alleen, toen hadden we nog geen internet. Dat wat in Amerika gebeurde, hoorden we hier weken later pas. En wie las er toen kranten? Radio was nog zeer experimenteel en voor de “happy few”. Televisie? Dat was een onwaarschijnlijke toekomstdroom.

Eén ding is zeker: na alle kommer en kwel ging het leven weer gewoon zijn gang. De doden werden betreurd, maar er was ook volop vrolijkheid. De “roaring twenties” deden hun intrede. Met nieuwe mode, nieuwe muziek, nieuwe dansen.

Bron: Google foto’s

Dus…, op een dag is deze crisis ook weer voorbij. Likken we onze wonden, maar beginnen we ook weer van voren af aan. Gelukkig maar, want dat is tenminste een positieve gedachte.

Picknicken

Met een beetje geluk kunnen we vandaag een keertje picknicken. Als het weer meewerkt tenminste. Maar op het moment dat ik dit blog zit te typen, gaat de storm te keer en trekt aan alle bomen. Maar misschien…?

Bron: Pinterest

Het liefst zou ik er dan met zo’n prachtige picknickmand op uit trekken. Met grote plaids erbij, om op te zitten. Zoals ze dat doen in Engeland. Zelfs de koningin gaat daar picknicken, al laat ze alles voor zich regelen. Die sjouwt natuurlijk niet, die heeft bedienden.

Maar het zal wel bij dromen blijven, want allereerst hebben we geen picknickmand, om van bediendes maar te zwijgen.

In een ver verleden heb ik weleens een soort van picknick rugtas gehad. Compleet met keurige doosjes voor brood en salade. Met messen, vorken en bordjes. Keurig!! Misschien één keer gebruikt, toen meteen afgeschreven als “veel te omslachtig”.

Nee, we nemen onze boterhammetjes wel mee in een stukje alufolie en een kant en klaar flesje met het een en ander. En dat smaakt ook lekker. En is zeker ook gezellig!

Reizen

Nu we niet zo snel een reisje naar het buitenland willen boeken, moeten we dus in ons eigen land blijven. Niks mis mee, genoeg te zien en te ontdekken.

Ja, je kunt tegenwoordig natuurlijk alles bekijken op Google Earth. En dat doe ik ook best wel eens.

Maar ik denk ook nog met plezier terug aan de reizen die we de afgelopen jaren maakten. Daar hebben we natuurlijk een schat aan foto’s van.

Bij elke foto hoort wel een herinnering, maar die hou ik voor mezelf. Alleen maar plaatjes kijken is ook al leuk, nietwaar?

Melkmeisje

Ik ben er al vele malen langs gekomen, maar pas sinds ons bezoek aan de Kuijl’s Fundatie viel dit beeld me op. Het is een beeld gemaakt door Han Rehm. En ook van hem had ik nog nooit gehoord.

Maar een paar van zijn beelden ken ik wel. Dat zijn echt beelden die bij Rotterdam horen: dat van Fanny Blankers-Koen, vlakbij de oude ingang van Diergaarde Blijdorp en de Lastdrager, dat vroeger op een veem van Pakhuismeesteren stond.

Han Rehm had jarenlang een atelier tegenover deze plek. Nadat hij was overleden, werd zijn atelier leeggehaald. Daar stond deze melkmeid, die zijn zoon meenam. Het was nog maar een gipsen exemplaar en iets te groot voor een woonhuis. Wat dan te doen?

Er werd een bronzen afgietsel gemaakt, dat werd aangeboden aan Kuijl’s Fundatie, die het wel een plaatsje in de tuin waardig vonden.

En zo geschiedde. Het is een fraaie plek, vlakbij waar het oude atelier stond en het is meteen een mooie herinnering aan de beeldhouwer.

Onbegrijpelijk

Bron: Google foto’s

Vorige week zag ik deze foto van een zwemfeest in Wuhan.

Wuhan, de stad waar pas een paar maanden geleden de Corona-paniek begonnen is.

Ik was toen al verbaasd dat in China, waar doorgaans nogal laconiek gereageerd wordt, ineens een hele stad werd afgesloten. Later volgden ook andere steden en lag heel China ineens plat.

Het was het sein om over de hele wereld in paniek te raken. En nog steeds viert angst hoogtij. En of dat nou helemaal terecht is, feit blijft dat mensen nog steeds besmet kunnen raken.

Maar in Wuhan is men er van overtuigd dat het daar niet meer zal gebeuren. En is alles al weer mogelijk. Zwemfeesten, enorme bijeenkomsten, geen virus meer te bekennen. Anderhalve meter? Welnee hutje mutje op elkaar en ga maar lekker los….

En wij? Wij wachten nog even af…! Want het zal toch ook hier wel weer een keer “gewoon normaal” worden?