Als ik truien of vesten was, doe ik die altijd binnenstebuiten. En zo vouw of hang ik ze ook op. Natuurlijk keer ik die spullen om zodra ik ze ga dragen.
Maar was ik slaperig, nog niet helemaal bij de les of gewoon een beetje verstrooid? Ik weet het niet, maar het is me al meer dan eens overkomen dat ik met een omgekeerd kledingstuk naar beneden ga. Gelukkig heb ik het (meestal) op tijd door, want een beetje dommig oogt het wel.
Vorige week is het Leo ook overkomen. Ook dat werd gelukkig nog op tijd ontdekt. Maar stel je voor, dat je al in het theater zit….
Dit hebben we toch allemaal wel eens gedaan? Jongen of meisje, maar allemaal stonden we wel een keer voor de spiegel te kijken of onze spieren gegroeid waren, we nou wel of niet al borstjes kregen, of we dikker, slanker, lelijker of mooier waren geworden….!
Dit jongetje op de voorpagina van de Saturday Evening Post keek of zijn biceps al net zo groot waren als Charles Atlas, een bekende bodybuilder uit die tijd. Zou hij ooit ook zo’n imponerend spierenpak krijgen?
In deze tijd moet het wel mogelijk zijn met alle sportscholen die we nu hebben.
Wie in Rome was, heeft vast en zeker een bezoek gebracht aan het Panthéon en met bewondering gekeken in dat imposante gebouw.
Bron: Facebook / Heritance Italy
Een gebouw zonder ramen ,maar met een gat in het dak. Dat heeft een reden, want zonder dat gat zou het Panthéon al lang zijn ingestort. Het gat in het midden ontlast de spanning in de constructie.
De Oculus (het gat) houdt in feite het hele dak bij elkaar, dat bestaat uit verschillende soorten cement. Aan de buitenzijde werd het cement gebruikt met travertin, in het midden is het cement lichter en naar het midden gebruikten de Romeinen puimsteen gebruikt, dat zo licht is dat het op water drijven kan.
Maar door dat gat stroomt ook regen naar binnen. Toch loopt de vloer niet over, omdat deze naar het midden afhelt en het water door 22 kleine en ietwat verborgen gaten in het marmer verdwijnt in een Romeinse afvoerput. En dat systeem werkt dus nog altijd.
Dat gat had ook nog een andere reden. Het Panthéon was een tempel voor alle goden. En de Oculus liet de hemel binnen. Op 21 april (de geboortedag van Rome) bereikt de zon op 12 uur precies het toegangshek. Het is dus niet zomaar een gebouw, het is ook een astronomische klok.
En dat enorme gebouw heeft alle oorlogen, overstromingen, barbaren en pausen al meer dan 19 eeuwen overleefd.
(dit is mijn eigen vrije vertaling van de tekst van “Heritance Italy” die bij het Facebook bericht stond)
Bron: Facebook / Peter Gray Illustrated magazine covers and posters
Hebben jullie geknikkerd? Ik wel en vaak ook. Gek hè, maar ik kan me eigenlijk niet meer herinneren of ik er goed in was. Dat zal dan wel niet….
We maakten een richeltje bij een muur als potje. En dan pieken. Er waren gewone knikkers, sterren, stuiters. En wie won, mocht alle knikkers in het potje hebben.
Ik bewaarde ze in een oud washandje, maar andere kinderen hadden ook wel mooi gemaakte knikkerzakjes. En na een tijdje raakte het op de achtergrond, ging je weer wat anders spelen.
Deze plaat van Norman Rockwell bracht het ineens weer allemaal in herinnering
Soms is kleding zo eenvoudig en simpel maar maakt één ding het verschil. Eén knoop of meerdere kunnen een enorm verschil maken. Eén grote zwarte knoop op een vuurrode jas, een hele rij mini knoopjes aan een trouwjapon, we kennen allemaal wel zoiets.
Bron: Google foto’s / Bol.com
Zo had mijn zus al vroeg een heel goed gevoel voor mooi en niet mooi. Ergens in de jaren dertig mocht zij een jurkje uitzoeken. Sowieso al een bijzondere gebeurtenis want kinderen hadden destijds maar aan te trekken wat werd klaargelegd. Maar een gulle tante wilde haar nichtje wel eens extra verwennen. Dus op naar de winkel.
Er bleven op het laatst twee leuke jurkjes over en toen moest de prijs de doorslag geven. Het ene jurkje was aanzienlijk voordeliger, maar Rina bleef bij haar keus. Niet dat jurkje maar die, wees haar vingertje aan. De verkoopster schudde haar hoofd. Dat kleine kind hoefde toch niet haar zin door te drijven.
Waarom wil je dat nou jurkje niet? Toen kwam de aap uit de mouw. “Dat zijn de knopen van mijn vaders ketelpak. Die wil ik niet!” Tja, over smaak viel niet te redetwisten.
Heel veel mensen maken foto’s van waslijnen. Zo’n waslijn doet wat met een mens.
Bron: Instagram / Poetryfamilie
Je ruikt vanzelf de lekker fris in de wind wapperende was. De geur van wasmiddel of -maar dat is minder fijn- de geur van kookwas en soda. Zo’n waslijn maakt vaak ook vrolijk. Sommige kleuren passen mooi bij elkaar of ze vloeken juist enorm.
Deze foto is weer van een heel ander kaliber. In tegenlicht lijkt het wel een knipsel. Met een zich buigende wasvrouw.
Ach, eigenlijk vooral een mooie foto, geschoten op het juiste moment.
Vroeger, thuis hadden wij een koperen bel. En een koperen knop om de deur te openen. Misschien hadden we zelfs wel een koperen brievenbus. Het kwam maar heel zelden voor dat dat allemaal niet blinkend gepoetst was. Het behoorde voor mijn moeder tot het zaterdags ritueel.
Bron: Google fotos/Pinterest
Eigenlijk zie je het nog maar weinig, zo’n mooi gepoetste koperen huisbel. Tegenwoordig zijn het vooral elektrische bellen of zelfs digitale bellen. Geen zacht geklingel, maar een stevige dingdong. Efficiënt, zeker. Maar die glimmende bel en knop, het schone straatje, het was de trots van mijn moeder.
Eerst de mat goed uitkloppen, de deur met water afspoelen en daarna zemen, dan de straat vegen en schrobben. Als de emmer leeggegoten was, bracht ze die naar boven, met de spullen die erbij hoorden.
En dan kwam ze weer terug met het mandje met poetsspullen. Een busje koperpoets, wat heel naar rook, een door de tijd zwart geworden oude lap om de koperpoets aan te brengen. En dan werd alles netjes en glanzend uitgepoetst met een zachte flanellen stofdoek.
En dan kon de deur er weer een weekje tegen, tot de volgende zaterdag.