Een rustige Parijse straat, zo te zien. We waren er al eens eerder geweest, lang geleden op zoek naar een restaurant. Toen was het winter en w
aren we ons niet bewust van het feit dat op nummer 36, Rue Monsieur le Prince het geboortehuis stond van Charles Aznavour.
Dankzij Matthijs van Nieuwkerk wist ik dat nu wel en liepen we met opzet opnieuw door deze straat. Het pand is gerenoveerd, misschien wel opnieuw gebouwd…
Het restaurant op de begane grond was er in 1924
waarschijnlijk nog niet, had beslist een andere eigenaar. Geen spoor meer van hoe het er toen uitgezien moet hebben. Ook nog niks te zien van een plaquette, geen enkele aanwijzing dat Aznavour hier geboren werd. Gelukkig ook (nog) geen hordes toeristen. Alleen Leo en ik, al sinds jaar en dag een grote fan van “Kareltje”, zoals hij bij ons thuis genoemd wordt.
Vandaag is Charles Aznavour jarig. Hij wordt 94 jaar. Een mooie gelegenheid om zijn “Autobiographie” nog eens te laten horen.





Clochards, die horen bij romantisch Parijs wordt gezegd… Nou ja, dat is natuurlijk niet realistisch. De waarheid en hun leven is bitter en hard. En ik voel me er altijd zeer ongemakkelijk bij als ik een man of vrouw in deplorabele toestand op straat zie liggen. Het zou niet mogen in onze maatschappij, maar het gebeurt toch. En het lijkt wel of het er steeds meer worden. Mannen, vrouwen van alle leeftijden bedelen, gehuld in schamele lappen, soms met een bordje erbij waarom ze zo aan lager wal raakten.
Deze mevrouw op de Place Saint Michel had trouwens alleen maar oog voor haar mobiel. Je ziet het vaker, mensen die zich van geen ander ding bewust zijn dan van dat kleine schermpje. Ik keek naar haar, ze stond er minuten lang te turen. Helemaal verdiept in haar mail? Tja, misschien wachtte wel ze op bericht. Net als ik trouwens. Want afgelopen maandag wachtte ik op een telefoontje van het Erasmus MC. Dus checkte ik ook meer dan eens of er niet gebeld was. Hoe deden we dat toch vroeger?

