Na het kunstgras is er nu ook, ja echt, een kunst-heg te koop. Altijd groen, altijd even hoog, netjes geknipt, verliest geen bladeren. Een uitkomst voor de luie tuinier. Kan ie toch in de schaduw liggen en hoeft ie zijn stoel niet meer uit te komen.
Ja makkelijk dat wel. Maar of we hier nou op zitten te wachten? Zo’n heg haalt het natuurlijk nooit bij het frisse groen van een levend exemplaar. Okay, hij wordt ook niet kaal. Maar het is toch een leven- en zielloos wangedrocht. Net als kunstgras of een tuin vol met alleen maar tegels. En denk eens in wat een stof er in zal gaan zitten. Dat levert dan weer nieuwe problemen op, daar kun je op wachten. Of nee, dan zetten ze er natuurlijk een flinke spuit kostbaar drinkwater op.
En als ze hem zat zijn…? Dan mieteren ze hem in de kliko. Och och, wat een verarming voor de natuur. Geef mij maar zo’n leuke groene groeiende heg. Liguster, haagbeuk, meidoorn of hulst, maakt me niet uit. Als het maar leeft!
Vorige week wilde ik een stukje lopen en Leo ging mee. En hij wilde nu eens niet langs de Rotte maar even naar de stad, naar de markt.
Of zoals ze in Rotterdam zeggen: “Effe naar de mart”. Goed voor altijd wel een leuk plaatje, een tas vol met groenten en fruit en soms ook nog een plant. Of een paar lapjes stof om een bloesje van te maken. Maar vaak ook gewoon een loopje over het leukste stuk van de stad. Want op de markt kom je van alles tegen. Je hoort er verschillende talen, ziet er mensen van allerlei pluimag en het geurt (of stinkt) je overal tegemoet. En met een beetje geluk is er wel een marktkoopman die iets leuks roept.
Wij gingen voor olijven, maar onderweg raakten onze tas vol met kersen, granaatappels en paprika. We zouden die olijven bijna nog vergeten zijn. Maar gelukkig vonden we bijna aan het eind een gezellige kraam, vol met noten, zuidvruchten en ja, dus ook olijven. Missie geslaagd.
Tsjonge, wat stond die man daar smakelijk een harinkje te happen. Hij en zijn vrouw hadden even in de rij moeten staan, want het was druk op de markt. Maar toen stapten ze opzij. Mevrouw had een broodje en hapte dat keurig weg.
Meneer had geen broodje, alleen Haring, die hij vakkundig door de uitjes haalde. Toen… hoofd achterover en daar gleed de haring soepel richting keelgat.
Net toen hij zijn tweede haring wilde verorberen, vroeg ik hem of hij op de foto wilde. Hij knikte. Ik had mijn telefoon al gereed. Daar gleed haring nummer twee zijn mond in. Hij glom van genoegen. Toen hij weg liep, maakte hij het gebaar van “Hmmm, heerlijk! Wij kregen er ook honger van.
Vaak zeg ik dat een auto moet rijden en dat er benzine in moet. Hoe die er verder uitziet, groot of klein is, dat doet niet zo (heel veel) ter zake.
Maar er is nog een belangrijk detail waaraan zo’n auto moet voldoen. Hij moet open gaan. Gelukkig gingen laatst onze deuren nog wel open, maar toen we iets in de achterbak wilden leggen… Vergeet het maar! Met geen mogelijkheid kregen we de achterklep open.
De portieren reageerden wel op het commando van de sleutel, maar die achterklep bleef hermetisch dicht. Ook de reservesleutel gaf geen reactie. Goed, dan zetten we de spullen maar op de achterbank. Twee dagen bleef de klep gesloten als een oester. Toen reden we een stukje en deed Leo gewoontegetrouw de achterbak open…. en realiseerden we ons dat ie het gewoon deed. Een half uur later, nee hoor. Weer dicht als een huis. Het bleek een leiding te zijn, waar een breuk in zat. Nadat die gelast was, werkt alles weer prima. Het was een klein euvel, maar wel een lastig.
Denk nou niet dat ik even naar Zuid Afrika ben geweest, want dit is Robbeneiland, vlakbij Rotterdam
Want in dat grote, drukke en industriële Maasvlakte-gebied ligt dit eilandje. De eerste opzet was een plek te maken voor grote tankers om aan- en af te meren. Dat werd de Nijlhaven. Maar waarom dan niet meteen iets wat meer aantrekkelijks te maken? En zo werd het piepkleine eilandje voorzien van een strand en wat gras. De rest moest de natuur zelf doen en dan maar hopen dat er wat leven zou komen. En dat kwam er. Vogels vonden het wel een geschikte plek, maar ook de zeehonden die rond de Maasvlakte zwemmen liggen er graag. Bij een beetje gunstige wind en wat zon zijn het er heel wat. Wij spotten er meer dan tien! Het eilandje is niet toegankelijk, maar er varen wel regelmatig schepen voorbij. De zeehonden houden al dat verkeer nauwlettend in de gaten en zodra een schip iets te dichtbij komt floepen ze allemaal het water in.
Zette mijn moeder vroeger witlof op tafel, wist ik al genoeg. Geen
trek, bah zo bitter. Maar tegenwoordig smaakt witlof me meer dan
lekker. Al maak ik het helemaal anders klaar dan moeders het deed.
Witlofschotel
Bron: Google foto’s
Voor 2 personen: ca. 500-600 gram witlof ca. 450 gram kruimige aardappel ca. 150-200 gram ham in plakken ca. 75-100 gram pittige kaas in plakken boter en/of olie ca. 200 ml. melk peper, zout, nootmuskaat 2 theelepels balsamico azijn (optioneel) 2 eetlepels geraspte kaas
Verwarm de oven voor op ca. 175 graden. Schil de aardappels en
kook ze met wat zout en maak er met de warme melk een niet al te
stevige puree van. Breng op smaak met peper, zout en nootmuskaat.
Vet een ovenschaal in. Maak de witlofstruikjes schoon en
snijdt ze in de lengte in vieren. Smelt wat boter (en eventueel
ook wat olie) in een grote koekenpan en leg de gesneden witlof er in.
Laat op half hoog vuur ongeveer 8 tot 10 minuten zachtjes bakken.
Draai de struikjes om en bak ook deze kant nog ongeveer 5 tot 8
minuten. Bestrooi zuinig met zout, royaal peper en wat
nootmuskaat. Verdeel de balsamico azijn erover (als je daar van
houdt). Laat afkoelen. Snij de de ham in zoveel stukken als er
kwart witlof is. Rol elk stuk in de ham en leg in de ovenschaal.
Verdeel de kaas er over. Schep tenslotte de puree over de groenten,
strijk glad en strooi er wat geraspte kaas over. Bak de schotel
ca. 25-35 minuten in de oven totdat de bovenkant mooi goudbruin is.
Vrijdag hadden we ons tweede uitje, dit keer naar Futureland. Waar dat ligt? Op de Tweede Maasvlakte, te midden van grote industrieën, havens, schepen en kranen.
Bron: Google foto’s
Ook hier waren we al eens, maar toen was de Maasvlakte nog vrijwel onbebouwd. En nu wisten we niet wat we zagen. Binnen enkele jaren is hier uit water en zand een haven gemaakt die er wezen mag. Enorme kranen en aanlegplaatsen voor containerschepen, die behoren tot de grootste van de wereld. Niet alleen containerschepen, maar ook enorme olietankers kunnen hun lading daar kwijt. Een voorlichter van het Havenbedrijf Rotterdam gaf, tijdens de boottocht die we maakten, uitleg over wat we zo allemaal zagen. Zo staat er vlak bij de tentoonstellingshal een enorme loods, waar stalen buizen liggen. Buizen van zo’n 8 meter in doorsnee en van 8 centimeter(!) dik plaatstaal. Die worden in Roermond gewalst en via de weg naar Rotterdam vervoerd. Ze dienen als ondergrond voor windmolens en boorplatforms op de zeebodem.
Containers zijn niet meer dan grote dozen, maar er is vrijwel geen product dat niet in een container vervoerd kan worden. Op zo’n schip staan er ruim 14.000. Binnen in het schip staan er bijna net zoveel als boven op.
En wekelijks komen deze schepen in de Rotterdamse haven aan. Ze hoeven geen sluizen door en de diepgang van de haven is ruim voldoende. Dat maakt Rotterdam tot de motor van onze economie.
En hoe zit het met de huidige milieu-eisen? Tot mijn verbazing bleek dat al heel veel kranen en voertuigen elektrisch voortbewogen worden. En ook op andere punten wordt in de Rotterdamse haven goed gelet op het milieu. Rotterdam heeft op dat punt een voortrekkersrol in de wereld.
De tentoonstelling in Futureland is mooi opgezet, interessant en er
kunnen diverse tochten per bus of per boot gemaakt worden. Ook kinderen
kunnen zich er prima vermaken. Alles moet wel van te voren besproken
worden, dus even plannen is geboden.
Afgelopen week waren we twee keer op stap doordat we een prijs hadden in de Postcodeloterij. Dinsdag gingen Leo en ik naar Ouwehands Dierenpark in Rhenen. We waren daar al eerder, maar nog niet nadat de panda’s er kwamen.
Het was heerlijk weer, niet te warm en niet te koud. Dus na een kopje koffie starten we met de plattegrond in ons hand. Ouwehands is prachtig aangelegd. Je loopt vrijwel voortdurend tussen bomen en overal staan uitbundig bloeiende bloemen en heesters. Dat maakt dat de dieren ook zeer op hun gemak lijken. Natuurlijk komen we ook vaak in Blijdorp, maar zo’n andere dierentuin heeft ook weer andere dieren. En daar kun je dan weer hogelijk over verbazen. Want deze parelhoenders zijn zo mooi getekend, ongelofelijk!
Het aquarium was ook beslist de moeite waard. En ook daar verbaasden we ons over al die kleuren en vormen, ontdekten we Nemo zonder al te veel problemen en we waren blij dat we sommige creaturen met glas er tussen tegenkwamen.
We gingen natuurlijk ook naar de panda’s, die zeer luxe leven in een mooi Chinees gebouw. Eén panda sliep binnen en was te saai om te bekijken, maar de andere zat buiten boven op een afdakje en vrat bamboe na bamboe onder luid geknaag. Zo te zien was hij of zij (?) zeer te spreken over het verblijf en de voor-zieningen.
In het Berenbos, spotten we grote bruine beren, die er schattig uitzien maar toch wat minder aaibaar zijn dan Teddy doet vermoeden. Wat ons verder opviel, was dat er voor kinderen zoveel leuke dingen te doen waren. Niet alleen dieren begluren, maar ook op avontuur over touwladders, wiebelbruggen en nog veel meer. Wij namen natuurlijk het gewone pad, voor onze leeftijd al meer dan avontuurlijk genoeg 😉 Al met al was het een heel gezellige dag!
Ik ben niet de enige die telkens weer met zo veel plezier kijkt naar de bloeiende bermen. Hier in Rotterdam-Ommoord ziet het in het voorjaar geel van de paardenbloemen.
Maar nu staan de bermen weer vol met van alles en nog wat. Maar vooral de klaprozen vallen op. Knallend rood staan ze te wiegelen in de wind.
Meegaan met de moderne tijd valt niet altijd mee. Ik mag dan wel beweren dat ik met gemak met de moderne media om ga, in werkelijkheid loopt het vaak veel minder soepel.
Ik kreeg het verzoek om een kort videootje te maken voor een bepaalde gelegenheid. En natuurlijk zeg je daar dan volmondig “ja” tegen. Dat moet toch niet zo moeilijk zijn. Telefoontje erbij, instellen en hup, dan staat zo’n filmpje er toch zo op? Nou… eh nee. Want op selfies sta ik altijd met een enorme kalkoenkin en dat wilde ik voorkomen. Leo moest er ook bij en die heeft een bloedhekel aan dit soort acties. Toch is het ons gelukt om een aardig filmpje te produceren.
Dan komt de volgende fase. Het verzenden van zo’n videootje. Het lukte niet… Ook niet bij een volgende poging. Nou morgen dan maar. Maar de volgende dag bleek het nummer niet te kloppen en was ons filmpje bij een volkomen vreemde terecht gekomen. Nadat ik het goede nummer had gekregen, stuurde ik prompt nogmaals de verkeerde dat vermaledijde filmpje. Die ontvanger zal wel gedacht hebben….! Maar nu is het dan toch bij de juiste persoon terecht gekomen. Eindelijk!!! 😉 😉 😉