Had ik laatst een foto van een japon, helemaal gemaakt uit reclametassen. Dat was al uiterst creatief, maar dit mag er ook zijn.
Bron: Instagram / Davidszauder
Er zijn meer ontwerpers die met veel geduld en vakmanschap mode uit papier maken, denk aan Iris van Herpen. David Szauder, de ontwerper van deze japon, is van vele markten thuis.
Al moet je natuurlijk wel beschikken over enorm grote landkaarten, dan wel met lijmpot en atlassen allerlei kaarten aan elkaar plakken.
Ik denk niet dat je deze japon zo even gauw aanschiet om naar een feestje te gaan. Het is een kunstwerk op zich en door alle ruches en plooien krijgt het model een soort van “aardoppervlak”.
Praktisch? Nee, beslist niet. Maar ik vind dit wel een schitterend kunstwerk. Creativiteit van de bovenste plank.
Nee, geen nieuw recept, geen foto van een eigen gebakken brood.
Maar wel een foto, die ik vond op Facebook, van een muurschildering in Sasha Korban in Kutaisi, Georgië.
Een oude vrouw bakt brood. Ze mengt meel, water, zout en misschien nog wat honing, gewoon op de houten tafel waaraan ze later het brood zal snijden. Zonder (digitale) weegschaal, zonder thermometer, zonder geprint recept.
Gewoon, zoals ze dat al vele jaren deed, geleerd van haar moeder of haar grootmoeder. Die het ook weer geleerd hadden van hun moeders en oma’s. En hopelijk leerde deze oma het weer verder aan haar dochters en kleindochters. Zo ontstaan tradities.
Het is een heel eenvoudig beeld, maar het vertelt zoveel.
Te mooi weer om binnen te blijven, dus even er op uit. En waar kun je in Rotterdam beter van alle bloeiende planten en bomen geniet, dan in het Trompenburg Arboretum?
We zitten er zo, met de metro. Nog even een stukje lopen door een heel rustige en mooie wijk en dan zijn we er.
Meteen al valt ons de magnolia op, die vlak bij de ingang staat. Verderop genieten we van narcissen blauwe druifjes en vergeet-mij-nietjes. We maken ons gebruikelijke rondje, rusten even uit op een pas geïnstalleerd bankje en komen dan bij de schapenwei.
Daar staan de bijenkasten in de zon en zoemen de bijen. Ze zullen vast al veel honing verzameld hebben. Het is een rustig plekje dat bruist van het leven en het gestage werk.
En dan lopen we weer verder, richting uitgang. Een kort bezoekje, maar wel heerlijk!
Hoe ouder je wordt, hoe minder dingen “voor het allereerst” gebeuren. Die allereerste keer maakt indruk, maar naarmate je ouder wordt is er steeds minder iets totaal nieuws.
Bron: Google fotos / Wikipedia
Toch ervoeren Leo en ik afgelopen zaterdag toch nog zo’n “de allereerste keer”. We gingen met de Metro en de Randstadrail naar Den Haag.
Deden we dat dan nog nooit? Ja, natuurlijk, ontelbare keren. Maar deze keer wachtten we op een speciale rit. Al om half elf zaten we in het zonnetje op een bankje op station Leidschenveen, te wachten op lijn 3 uit Zoetermeer. We lieten er een aantal doorgaan, want het was niet die lijn 3 die we wilden.
En ja, precies op tijd kwam het voertuig bij de halte aan. De bestuurder liet de bel eens extra tingelen en bij binnenkomst hoorden we “beste reizigers, u bevindt zich in lijn 3 naar Loosduinen”.
We hadden hem natuurlijk al lang herkend. Die trambestuurder was onze eigen oudste zoon. Hij heeft een carrièreswitch gemaakt van kantoorbaan naar trambestuurder bij de HTM. En deze keer reden we dus voor het eerst met hem mee.
We zochten een plaats vlak achter de cabine en keken mee hoe hij dat grote voertuig over de rails reed, door de Haagse tramtunnel en het drukke Haagse verkeer op weg naar Loosduinen.
Het was een gewone en toch bijzondere rit. Met nog even een praatje bij de eindhalte, terug richting Rotterdam en een extra omroep “voor de passagiers die met de Metro naar Rotterdam willen”.
Voor onze zoon is het inmiddels gesneden koek en hij heeft erg naar z’n zin. Leuk om dat mee te maken.
Wie Berlijn bezoekt, gaat ongetwijfeld ook op zoek naar leuke en bijzondere winkels. Op allerlei sites kun je daar -al naar gelang je belangstelling- berichten over vinden.
Hoe ik nou op deze winkel kwam, is me niet meer duidelijk. Ik heb de zaak van Paul Knopf nog nooit bezocht en naar Berlijn gaan staat niet in de planning. Toch leek het me zo’n bijzondere winkel, dat ik er een blog aan wijd.
Een zaak met alleen knopen, in allerlei maten, kleuren, vormen en uitvoeringen. Een website over alleen maar knopen: de literatuur, de geschiedenis , de vorm en het formaat van knopen.
Bron: Google fotos / www.paulknopf.de
Het lijkt saai, maar wie zelf naait, weet dat juist knopen een model kunnen opkrikken. Een gewone witte bloes wordt bijzonder met gekleurde knoopjes en bijpassende kleuren knoopsgaten. Een bruidsjurk wordt een japon met speciale knoopjes, die versierd zijn met glitter of juist mat gekleurd.
Dus wie binnenkort naar Berlijn gaat, wil er misschien wel eens even gaan kijken.
Sommige mensen kunnen van (bijna) niks iets heel leuks maken. Soms zie je dat voorbij komen op Facebook of Instagram, zoals bijvoorbeeld dit filmpje, dat laat zien hoe Cait van een stapel reclame boodschappentassen een baljurk maakt.
Bron: Instagram / CaitConquers
De tassen lijken me van een non-woven materiaal te zijn en ze zijn uiteraard bedrukt met het logo en de naam van het bedrijf.
De rok bestaat uit meerdere banen en heeft een leuke achterkant, waar Cait met heel veel fantasie een soort sleep van het logo heeft gemaakt.
Het lijfje bestaat uit de banden van de tassen en als baleinen werden “tiewraps” gebruikt.
Het resultaat is een vrolijke knalrode jurk. De onvermijdelijke reclame stoort eigenlijk niet eens.
Ik denk dat deze jurk op een modeshow hoge ogen zou gooien.
We spreken allemaal wel een woordje Engels. Maar zelfs als je je verdiept hebt in die taal, kom je wel eens voor raadsels te staan.
Dat wat we dagelijks gebruiken mag dan voor ons heel logisch zijn, maar hoe noem je dat dan in het Engels?
Die can-opener was niet zo’n probleem, maar een ladle of een masher? Zie je meteen was er bedoeld wordt of weet je het woord op te lepelen als je zoiets zou willen kopen?
Ja, tegenwoordig is internet en Google geduldig, maar vroeger was het soms een heel gezoek.
Hoe klein Nederland ook moge zijn, wie in Groningen om “krootjes” vraagt bij de supermarkt, krijgt hooguit opgetrokken wenkbrauwen te zien. Bietjes heten de rode knollen in de rest van Nederland.
Maar dat geldt niet alleen voor groenten, ook allerlei voorwerpen zijn bekend onder verschillende namen. Ikzelf vraag om het veger en blik als er iets gemorst is. In zuidelijk Limburg zegt men blik en veger, dat verschilt nog niet zo veel. Motveger en blik is in mijn ogen iets onbekends. Bij een blik en asvarken kan ik me niet veel voorstellen. Vuilblik en veger en schuiver en blik klinken weer wel een beetje bekend. En dat ziet het er ook zo’n beetje hetzelfde uit.
Een metalen blik ken ik nog uit mijn kindertijd, maar nu is dat blik toch echt van plastic gemaakt. De veger van nu is ietsje kleiner dan het grote exemplaar met de harde haren, die ik me herinner. Ik geloof dat mijn moeder wel een wat zachter en kleiner exemplaar had, maar noemde dat dan weer een stoffer.
In het Engels vraag je om een “dustpan”. Of daar een veger bij inbegrepen is weet ik niet. Net zo min als bij de “pelle à poussière” in Frankrijk.
Een heel blog naar aanleiding van een klein glaasje dat kapot viel en de foto op Instagram, die daarna toevallig voorbij kwam.