Stug? Welnee

Hier in het westen wordt vaak gezegd dat Friezen en Groningers zo stug zouden wezen. Moeilijk toegankelijk, een beetje hard.
Maar vorige week ondervond ik zelf het tegendeel.
Schoonzus en ik waren twee dagen naar Leeuwarden. Al meteen bij aankomst in het hotel werden we allervriendelijkst ontvangen. Er was uitleg over de stad, we kregen een plattegrond en een boekje met wetenswaardigheden mee. “Veel plezier hoor” zei de receptioniste.

Het weer deed helaas niet echt mee, dus liepen we het Boomsma museumpje binnen. Ook daar een geweldig vriendelijke dame, die ons van alles vertelde, liet proeven en en passant nog wat culinaire weetjes meegaf.
Maar ook de mensen in het Keramiekmuseum, het Natuurmuseum en in de vele winkels waar we snuffelden. Ze waren allemaal gewoon heel erg aardig.
Dus wie me wil vertellen over die stugheid van de Friezen, die krijgt van mij meteen lik op stuk!

Rommel

Wie waagt het nou nog om met zo’n prachtig bord aan het begin van de wandeling zijn rommel achter zijn k… te laten slingeren?

Misschien was het toeval, maar het park in Leeuwarden lag er netjes en opgeruimd bij. Misschien moeten we wel van al die zakelijke verbods- en gebodsborden af en weer terug naar dit soort lieve plaatjes.
Zelf vind ik het ook veel aangenamer, al heb ik het bord niet nodig. Ik gooi mijn afval altijd al gewoon in de afvalbak of neem het mee terug om thuis weg te gooien.

LOL…..?????

Deze foto maakte ik op 2 januari, niet ver van mijn huis in de wijktuin van Rotterdam-Ommoord. Normaal gesproken een idyllisch plekje tussen hoge flats. Maar op oudjaarsavond zal het er wel flink geknald hebben, gezien de toestand waarin dit bord verkeerde. Er omheen lagen restanten vuurwerk, sommige pijlen waren in de klimop tegen de bomen gestoken.
Ik vraag me af wie doet zo iets? En wat is de lol van dit soort activiteiten?
Maar vooral: wie gaat dat betalen?
Ik las in de krant dat het vervangen van (papier)containers 700,00 euro bedraagt, de kosten voor een vernielde parkeermeter bedragen ruim 5000,00 euro. Nog afgezien van het verlies aan parkeergeld.
Die rekening wordt betaald door brave burgers, die alsmaar meer belastingen krijgen voorgeschoteld. Niet door de raddraaiers en relschoppers. Dat zijn de kale kikkers, waarvan niet te plukken valt.

In dezelfde krant las ik dat de meeste relschoppers op 1 januari nog niet uit hun roes waren ontwaakt en dus geen taakstraf konden uitvoeren. Wat zijn we toch een softies aan het worden. Bij ons thuis was de leus: ‘s-avonds een vent, ‘s-morgens een vent. Brak of niet, ze hadden moeten werken. Dat helpt een kater te verdrijven.

Schoonmaak

Nu al het vuurwerk weer is uitgeknald, de lege wijn- en champagneflessen in de glasbak gedumpt en de kerstedities van alle dag-; week- en maandbladen zijn gelezen en bij het oud papier zijn gelegd, is het tijd voor de opruimploeg.
Hier in Rotterdam worden rond Oud- en Nieuw de afval-containers afgesloten. Er zouden eens domoren op het idee kunnen komen een flinke partij strijkers in zo’n bak te gooien…

Maar op 1 januari komen de mannen van de Roteb in actie. Ze openen de containers, vegen de rommel bij elkaar en zorgen dat de stad er weer toonbaar uit ziet.
Natuurlijk zou je als burger zelf de rotzooi van het vuurwerk moeten opruimen. Of dat ook overal gebeurt…..?

Spring over de daken

Oudste zoon mag dan al vele jaren uit Rotterdam weg zijn, de stad heeft toch nog steeds een speciaal plekje in zijn hart. Hij stuurde de link waarmee je over de daken van Rotterdam kunt springen. En dat niet alleen, maar ook op het veld midden in de Kuip kunt staan, of tussen het verkeer op het Hofplein.

Liefhebbers van Rotjeknor (en zij niet alleen) klikken op de foto voor een spectaculair uitzicht.

Het bureau dat dit moois maakte, Little Planet, heeft nog veel meer moois om te bekijken.

Musjes

Maandag scheen het zonnetje lekker. Mooi weer voor een bezoekje aan Blijdorp. Dat doen we wel vaker, zo maar eventjes wat wandelen en de nieuwe ontwikkelingen volgen. Want er wordt ook komende tijd weer heel wat ge- en verbouwd in de dierentuin.
Omdat we zo rond lunchtijd gingen, hadden we wat brood meegenomen om onderweg op te eten.

Dat hadden de mussen ook snel in de gaten en binnen no time zaten er tientallen om ons heen. Als je niet oppaste, stalen ze de kruimels uit je hand. Maar ja, ze zijn dan wel brutaal, maar ook reuze vertederend. (klik op de foto voor een beter beeld)

Boom

De boom in onze tuin, oorspronkelijk gekocht als zijnde een Els, werd wel heel erg groot. Niet wij, maar onze achterburen hadden daar nogal wat bezwaar tegen. Niet dat het nou direct een zaak voor de rijdende rechter was, maar ze zagen de boom liever verdwijnen. En daarom werd de knoop doorgehakt en moest de boom geveld.

Diverse tuinlieden kwamen kijken. Ze konden allemaal de boom weghalen, maar boden geen alternatief. Alleen Hans Reinewald zag meteen de mogelijkheden.

De boom mocht zich nog even in prachtig herfstig goudgeel tonen. Maar toen ging toch echt de beuk in de beuk.
Hans had voor ons een mooie groene afscheiding bedacht en een echte pergola.
Die staat er nu en is nog kaal. Maar in het voorjaar zullen blauwe regen en wingerd hem helemaal begroeien, zodat wij er weer een mooi schaduwrijk plekje hebben.

Last rose of summer

Moedig hield ze stand, deze laatste roos van de zomer. Maar ook zij heeft het veld moeten ruimen voor de winterkou, de nattigheid en de vorst.

Klik op de foto of hier om een YouTube-filmpje te openen met André Rieu’s versie van The last rose of summer

En dit is de oorspronkelijke tekst van het gedicht door Thomas Moore:

‘Tis the last rose of summer
Left blooming alone;
All her lovely companions
Are faded and gone;
No flower of her kindred,
No rosebud is nigh,
To reflect back her blushes,
To give sigh for sigh.
I’ll not leave thee, thou lone one!
To pine on the stem;
Since the lovely are sleeping,
Go, sleep thou with them.
Thus kindly I scatter,
Thy leaves o’er the bed,
Where thy mates of the garden
Lie scentless and dead.
So soon may I follow,
When friendships decay,
From Love’s shining circle
The gems drop away.
When true hearts lie withered
And fond ones are flown,
Oh! who would inhabit,
This bleak world alone?

Verliefde vis

We waren met ons neefje Tim van bijna 4 naar Diergaarde Blijdorp. Hij is gek op dieren en weet er ook heel veel van.
Het begon al bij het parkeren, waar hij achteloos de dieren opnoemde die de parkeerplaatsen markeren. In de dierentuin liet hij duidelijk merken welke dieren zijn voorkeur hadden. Geen vogels, nee, kom verder naar de giraffen. En zijn er ook krokodillen? Ja, die waren machtig interessant. We tilden hem soms even hoog op, zodat hij alles goed kon zien. Langs de zebra’s, naar de olifanten, de neushoorn. Bij de apen wilde hij ook wel wat langer kijken, maar de grote Bokito liet hij links liggen voor de kleinere aapjes. En gaan we nu naar het nijlpaard? Dat dobberde in zijn bassin, maar klauterde er gelukkig ook uit.
Zo, en nu gaan we naar de haaien, hè? Ja hoor, dat hadden we voor het laatst bewaard. Even was ik bang dat hij het maar griezelig zou vinden, in die donkere ruimte van het Oceanium. Maar nee hoor, hij bleef het reuze leuk vinden. “Kijk tante Els, een haai”. Hij had hem eerder ontdekt dan ik en later wees zijn kleine vingertje naar een platte vis. “Een rog”, wist hij. Weer wees zijn vingertje, nu naar een enorme schildpad. Ik weet eigenlijk niet wie er meer genoten, Tim of oom en tante.

In het Oceanium zat ook een man, die in gesprek leek te zijn met een vis. Man en vis staarden elkaar minutenlang aan. Het was een komisch gezicht. “Kijk die meneer eens”, zei Leo, “grappig hè?” Tim keek en concludeerde droog “Die vis kijkt verliefd”.