Honing

Tijdens onze vakantie op Zakynthos ontmoetten we een man, die ons zijn honing wilde slijten. Hij bracht zijn producten enthousiast aan de man en vertelde dat echte honing niet oplost in water. Het water wordt niet zoet, maar blijft gewoon … water. We hadden de proef nog niet op de som genomen.

Vorig jaar bracht onze jongste een pot honing mee van zijn fietsvakantie naar Berlijn. Echte Berliner Lindehonig. Een stevige honing, die met een lepel uit de pot moet schrapen. Heerlijk.

Maar hoe zuinig we er ook mee omgingen, uiteindelijk was de Berlijnse honing op. Ik wilde de pot omspoelen en schoonmaken. O ja, even testen! Water in de lege pot, een paar keer hevig schudden en…?

Jazeker, dat water werd niet zoet, maar bleef gewoon naar water smaken. De Griekse imker had dus gelijk.

Recept

Buurvrouw Marlika vroeg me om het recept van de preitaart die ze bij mij gegeten had. En dat geef ik graag, want zo’n taart is makkelijk voor te bereiden, een stevige maaltijd of lekker hapje erbij. Helemaal vegetarisch ook nog.

Voor 4 personen heb je nodig:
300 gram zelfrijzend bakmeel
150 gram (volle) kwark
4-6 eetlepels melk
1/2 tot 1 theelepel zout (naar smaak)
Meng alles in een kom tot een stevige bol deeg. Rol het in folie of bakpapier en laat het minimaal een uur in de koelkast rusten.
Rol het daarna op een met bloem bestoven aanrecht uit tot een lap die past in je bakvorm. Prik met een vork wat gaatjes in de bodem. Snij de vorm eventueel een beetje bij.

Voor de preivulling heb je nodig:
900-1000 gram prei, gewassen en in smalle halve ringetjes gesneden
1 rode of gele paprika in stukjes
100 gram licht pittige (geiten)kaas in kleine blokjes + ca. 40 gram gemalen kaas
8-10 kerstomaatjes, doormidden gesneden
klein potje creme fraiche (1/8 liter)
4 eieren
tijm, peper, zout en nootmuskaat naar eigen smaak
Boter of olie om in te bakken

Bak eerst de paprika licht aan, zodat ze wat zachter wordt. Voeg dan de prei toe, schep alles voorzichtig om en smoor op laag vuur in ca. 10-15 minuten. De prei moet nog niet al te gaar zijn. Laat afkoelen.
Meng in een kom de eieren met wat peper, zout en crème fraiche tot een glad mengsel. Schep er de prei en kaasblokjes door en meng goed. Giet in de beklede bakvorm.
Strooi de geraspte kaas erover en druk de halve kerstomaatjes er rondom in.
Zet de vorm in een hete oven (200° Celcius) en bak gedurende 15 minuten. Verlaag de oventemperatuur naar 160° Celcius en bak nog 25 tot 35 minuten tot de taart mooi goudbruin is. Wordt hij te bruin, dek dan af met wat alufolie.
Eet de taart warm of lauwwarm. Maar ook koud smaakt hij nog prima.

Wat is dat nou…

Wie denkt “dat heb ik toch al gezien..”, dat klopt. Maar dat was een blogje dat te vroeg werd gepubliceerd.

Hier het hele verhaal. In Griekenland kocht ik een potje yoghurt en bekeek het etiket eens wat nader. Alles in het Grieks natuurlijk. Maar met een beetje moeite herinnerde ik me de letters van lessen in een ver verleden. En toen zag ik het. “ΑΣΒΕΣΤΙΟ”. Nou ja, wat is dat nou? Wat zou dat wezen in gewoon Nederlands? Want dat de yoghurt in Griekenland vol zou zitten met asbest, wilde er bij mij echt niet in. Terug in Nederland bekeek ik het potje yoghurt van hetzelfde merk ook eens wat beter. En toen werd het me duidelijk. Dat is CALCIUM, of gewoon kalk. Niks om je druk over te maken. De zonen gaven, als oud gymnasiasten, de oplossing. Calcium komt uit het Latijn en ja, asbest , iets heel anders, is van het Grieks afgeleid. Maar het is beslist niet het zelfde. Dus maar gewoon doorgaan met yoghurt eten 😉 😉

Muzikale maandag

Net als vorig jaar begin ik elke week weer met muziek. Het kan van alles wat zijn, in elke taal, soms ontroerend, soms carnavalesk. Maar het brengt in ieder geval mij altijd in een goed humeur.

Deze week kan het bijna niet anders dan dat ik teruggrijp op een klassieker
Op een mooie Pinksterdag van Leen Jongewaard en André van den Heuvel


Statistieken

De moderne wereld hangt aan elkaar van statistieken. Niks interessants om te lezen, maar soms onontbeerlijk. Maar wie wordt er nou blij van zo’n verzameling cijfers en… zijn ze eigenlijk wel zo duidelijk te begrijpen?


In eerste instantie bracht ik dit beeld in de ten-toonstelling in het postkantoor niet in verband met cijfers. Ik dacht aan krukken om op te zitten. Vond het wel vreemd dat er ook heel lage krukjes waren. Voor kinderen misschien…. Maar toen ik de hele hoge krukken zag, waar je absoluut niet lekker op zou zitten, bekroop me de twijfel. Ik keek op het labeltje. En dat bleek geen prijskaartje, maar een aanduiding voor een statistisch cijfer. Elke “kruk” stond voor een inkomen. Hoe hoger de kruk, hoe hoger ook dat inkomen dus. En toen werd alles veel duidelijker.

En zo ziet de grafische voorstelling eruit.
De krukken waren gegroepeerd naar diverse woonwijken in Rotterdam en zo kon je duidelijk zien waar de grootverdieners woonden en waar de kleine luiden hun huis hadden. Dat is toch een creatieve manier om saaie cijfers zichtbaar te maken?

Prietpraat

Deze foto maakte ik laatst bij de Laurenskerk. Het gazon daar had te veel te lijden gehad van alle bezoekers en dus werd er nieuw zaad gestrooid en mocht je er even niet op lopen. En meteen moest ik denken aan de opmerking die neefje Ivan (5 jaar) maakte. Ze waren net verhuisd en in hun tuin was kunstgras gelegd. Dat kan tegen een stootje en is een praktische oplossing met voetballende kinderen. Maar bij opa en oma ligt nog een keurig gazonnetje, waar opa best trots op is. Daar mag dus niet gevoetbald worden. Dan komt Ivan’s vader er aan en loopt onbekommerd over opa’s keurig geschoren gras. “Papa, niet over het gras lopen hoor! Want dit gras groeit…!”

Ontmoeting…

Zomaar ineens was het er…! Een gezellig terras, midden op het grote plein waar normaal de markt gehouden wordt. Met wat kraampjes, eet- en drinkstandjes en lummelende mensen, die genoten van de zon.
En daar zat hij… Een man, die ik zou bestempelen als “Paradijsvogel”. Heerlijk op zijn gemak, tafeltje, glaasje wijn en gekleed als…. Ja hoe zou je dat omschrijven? Netjes, maar beslist niet doorsnee. En dat hoofd, pure inspiratie voor schilders en fotografen. Ik raapte al mijn moed bij elkaar en vroeg of ik hem fotograferen mocht en die foto mocht gebruiken op mijn blog. “Geen enkel bezwaar, maar… ik wil wel weten wat je over me schrijft.” Ja, dat spreekt vanzelf. Ik kreeg zijn kaartje, waarop als beroep luisteraar stond. En toen startte het gesprek vanzelf. Hij was hulpverlener geweest, gepensioneerd en genoot nu van het leven. En als hij dan zo zat of ergens liep, dan kwamen de verhalen van anderen vanzelf. Ik begreep het volkomen. Met zo’n man kun je praten. Over het leven, voorspoed en tegenslagen. Iedereen heeft een verhaal, maar niet iedereen wil luisteren. Hij dus wel. Hij straalt uit van het leven te genieten, te weten welke krenten er in de pap te vinden zijn, ondanks de moeilijkheden die overwonnen moeten worden. Dat niks hoeft te zijn zoals het lijkt.
Ik moest weer verder. Hij hief het glas en ik zei “To the good life”. Hij lachte. Leuke ontmoeting op een heerlijke zonnige zomeravond.

Oud en nieuw

Toen ik van de plannen hoorde om op het mooie postkantoor op de Coolsingel een groot flatgebouw te plaatsen, stonden mijn haren meteen overeind. Nee, dat zou toch zonde zijn. Maar nu ik gezien heb wat er komt, ben ik toch minder sceptisch. Allereerst blijft het postkantoor in zijn volle glorie bestaan. Niks slopen, maar renoveren dan wel restaureren. En het blijft voor het publiek toegankelijk. In wat nu de grote hal is, komen winkels en horeca. Op het plan zag het er mooi uit, met glans en verfijnde smaak. Of dat allemaal ook werkelijk zo uit zal pakken, blijft nog ongewis. Maar laten we hopen op een goeie afloop. Hoeveel het allemaal gaat kosten weet ik niet. Niet weinig, maar zo blijft in ieder geval een stukje kostbare historie in Rotterdam bewaard.

In de toren die op de binnenplaats gebouwd zal worden, komt een hotel en ook appartementen. Met prachtige raampartijen, speels en aantrekkelijk. Veel licht en lucht. De ruimte onderin blijft ook voor iedereen toegankelijk en komt de ingang naar het hotel, dat de eerste verdiepingen van die toren zal beslaan. Ik vond het beslist geen gek idee. We zullen er aan moeten wennen, want hoogbouw blijft onvermijdelijk. Wie zulke mooie appartementen zal kunnen betalen….? Tja, er zal altijd wel een “happy few” zijn. Maar een nachtje slapen in dat hotel, ach wie weet…?

Oud wordt nieuw…

Na het bibliotheekcollege wilden we graag nog wel wat meer zien over de bouwplannen in Rotterdam. We kennen de enorme gebouwen in Singapore, Hongkong en Japan. Maar hoe willen ze dat nou in Rotterdam inpassen? Dus gingen we zondag naar het oude postkantoor aan de Coolsingel. Eén van de gebouwen die niet gebombardeerd werden op 14 mei 1940. Gelukkig maar, want het is een prachtig art-deco gebouw. We waren er vroeger wel geweest, toen er nog loketten waren en ik er postzegels kocht. Maar na het vertrek van de PTT stond het leeg. Afgedankt, nutteloos. Zo nu en dan werd er nog wel eens iets georganiseerd, een winkel of show. Maar we vreesden dat de sloophamer er bruusk een einde aan zou maken. Gelukkig was dat geen optie. Maar de plannen om er een enorme toren met hotel en woonhuizen op te zetten riep ook weerstand op. Hierover vertel ik morgen.

Nu konden we in de grote fraaie hal maquettes en plannen bekijken over de toekomst van Rotterdam. Blijkbaar ligt die toekomst de bewoners na aan het hart, want er was, ondanks de hitte, grote belangstelling. Morgen vertel daar wat meer over.
(WordPress is overgegaan op een nieuwe lay-out. Ik moet daar nog erg aan wennen. Ik wilde een diashow hier zetten, maar dat lukte me niet. Het is dus gewoon een rijtje foto’s geworden.)

Fraaie binnenkomst
..als in een kathedraal
statige lampen
mooie mozaiekvloer..
mooie tegels
..maar ernstig beschadigd

Bouwen in Rotterdam

Regelmatig volgen wij een bibliotheek-college. Dat is meestal een lezing met beelden van ongeveer een uur over uiteenlopende onderwerpen. Afgelopen dinsdag hield Arjen Knoester, senior stedenbouwkundige van de gemeente Rotterdam een lezing over de hoogbouw in de stad. Want wie denkt dat er nu wel genoeg hoge flats in mijn stad gebouwd zijn heeft het helemaal mis. Rotterdam mikt op de bewoners die beslist niet in de buitenwijken of randgemeenten willen wonen, maar in de stad zelf. Dicht bij alles wat een stad tot stad maakt. Maar…, waar laat je die mensen? Op de beperkte plekken die er nu nog over zijn, komen dus hoge, hogere en hoogste gebouwen te staan. Mooi? Soms wel, soms niet. Dat is natuurlijk een kwestie van smaak. Maar met bouwen in de hoogte komen ook een heleboel problemen mee. Waar laat je de auto’s van die bewoners of hebben ze meer behoefte aan een fietsenstalling? Hoe maak je de woningen ook prettig bewoonbaar, licht en luchtig? Waar moet dan het groen en de buitenruimte komen? En met zoveel hoge gebouwen moet de begane grond ook gezellig en mooi zijn. Hoe richtenh we dus de “plinten” in?
Vanzelfsprekend kon dat alles niet in een uurtje gepropt worden, maar kregen we een globaal beeld van wat er op stapel staat.

Toekomstbeeld, fictie of realiteit?