Even naar een ander deel van de stad, met andere winkels, andere straten. Dat wat de Duitsers “Tapetenwechsel” noemen.
En dan zie je andere dingen. Gezellige etalages, nieuwe eethuisjes, leuke hebbedingetjes.
En dit, een deur van de bibliotheek. Op zich heeft elke bibliotheek natuurlijk een deur, maar deze sprong er wel hevig uit met die tekst.
JE BENT IEMAND DIE UIT EEN KOMMA EEN TAPIJT ROLT
Wat bedoelt de dichter (Anne Vegter) hier nou mee? Is het een beetje negatief: je hebt maar één woord nodig, om los te branden, commentaar te geven. Of bij jou kom je nooit aan het woord, jij neemt altijd het hoogste woord.
Maar ik ga liever voor een wat poëtischer gedachte: Jij weet alles zo mooi te verwoorden. Met één woord begin je een lieve zin en na de komma volgt een heerlijk verhaal….
Zo langzamerhand krijg ik het gevoel dat ons comfort stukje bij beetje wordt afgebroken.
In de afgelopen jaren kon het niet op. Keukens, badkamers, verwarming, open haarden, houtkachels, barbecues uitgroeiend tot buitenkeukens. En vaak genoeg dacht ik dat het heus ook wel een beetje minder kon.
Er hoeft geen vlees op je bord te liggen, het kan heus wel minder. En al ben ik het er op sommige punten mee eens, moeten we dan echt helemaal terug….?
Nu zitten we in een periode van indammen, minderen, rustiger aan doen. De verwarming een paar graden lager, niet elke dag douchen en zeker niet regelmatig je bad vol laten lopen. En doe je het niet voor het milieu dan gaat het wel om je portemonnee.
Elke generatie wil zijn kinderen net iets meer geven. En nu lijkt dat net niet te kunnen. We hebben eigenlijk veel te veel, zo veel overvloed, dat we alleen nog maar terug kunnen. Maar terug naar waar?
Naar koude slaapkamers, met ijsbloemen op de ramen, Met schrale maaltijden, honger…? Naar walmende olielampen of haperende noodkacheltjes.
Het kan geen kwaad eens wat vaker te bedenken dat het misschien helemaal niet noodzakelijk is om weer eens iets aan te schaffen. Dat het met de oude spullen best nog wel even kan….
En laten we het vooral met humor benaderen. Het is tenslotte al vaker aan de orde geweest. Luister maar eens naar dit lied dat Annie M.G. Schmidt schreef in 1973: “Schaarste”, gezongen door Conny Stuart.
Filmpjes van YouTube waarbij je kunt kijken in huizen of hoe een interieur-adviseur of binnenhuisarchitect een huis of kamer opnieuw inricht, ik vind ze enig.
Natuurlijk verschuift de smaak en de mode in interieurs, net als alles. Was het eerst wit wat de klok sloeg, simpel en een beetje minimalistisch, nu is het weer wat meer kleur. Soms zie ik zelfs nogal sombere interieurs voorbij komen. Nou ja, ik hoef alleen maar te kijken. Er zelf wonen is niet aan de orde.
Maar vorige week zag ik ineens de cover van een interieur-magazine met weer zo’n “gallery wall”. In de keuken nog wel. En ineens bedacht ik me dat ik daar nu wel helemaal klaar mee ben.
De eerste keren vond ik het wel leuk, maar hoe meer van die plaatjesverzamelingen ik zie, hoe meer het me gaat tegen staan.
Voorlopig kijk ik maar even niet naar al die opnieuw in te richten kamers, keuken of toiletruimtes. Het is gewoon even genoeg 😉
Kom, we starten de week op muziek uit een stukje uit een ingekleurde film. A day at the races (1937), met Lindy Hoppers, die danst op “All God’s Chillun Got Rhythm”.
Soms kun je het vinden in een klein hoekje. Zoals weten dat er voor de volgende dag geen dringende dingen gedaan hoeven worden, dat je eigenlijk gewoon een “snipperdag” kunt nemen.
Dan mag de wekker dus wel uit. Dat opent de weg naar een heerlijk dromenland 😉 😉 😉
In 1956 verzamelen zich een aantal vrouwen voor de deur van de DVSV (Delftse Vrouwelijke Studenten Vereniging) op de Oude Delft 26.
Tegen de toen nog geldende norm van “vrouwen trouwen” hebben deze vrouwen besloten om te gaan studeren. En nog wel een technische studie te gaan volgen. En dat is iets waar de mannelijke studenten erg aan moeten wennen.
In dit boek volgen we de levens van 8 vrouwen. We zien hoe het met hun dromen, hun gedrevenheid, hun passies en liefdes in de loop van de jaren vergaat.
Het is een gemengd gezelschap. De vrouwen komen uit alle lagen van de bevolking. Sommigen zijn beschermd opgevoed, maar leefden redelijk welvarend. Anderen komen uit gezinnen waar een vader ontbrak, elke cent omgedraaid moest worden. Sommigen werden tegengewerkt, anderen kregen met de paplepel ingegeven dat ze hoe dan ook moesten studeren.
Nu willen én moeten ze allemaal op een bepaalde manier hun eigen leven invullen, werken en studeren tegelijkertijd. Maar ook feesten, want dat hoort bij een studentenleven.
Er ontstaan relaties, er komen kinderen, huwelijken worden gesloten. Ze zijn soms gelukkig, soms minder en bij tijd en wijl totaal niet gelukkig.
Al met al een mooi tijdsbeeld van een wereld waarin zoveel dingen veranderden. Een deel van die veranderingen heeft onze generatie van dichtbij meegemaakt. Ik vond het dan ook interessant de ervaringen van anderen te lezen.
Het boek is geen roman in de zin van één lang verteld verhaal. Het zijn stukjes uit het leven van de vrouwen, telkens in een bepaalde periode.
Geen makkelijk lezend boek, maar wel heel boeiend!
Dit is ze dan, mijn hooimadam. Een gezellig type, aldus onze oudste zoon.
Ze mag wel niet moeders mooiste zijn, ze werkt uitstekend. Ik kook er bijvoorbeeld zilvervliesrijst in. Dat moet altijd 25 minuten doorkoken. En dat kost tamelijk veel gas.
Nu zet ik ‘s-morgens 500 gram zilvervliesrijst op met een halve liter koud water, vul als dat kookt aan met nog een halve liter kokend water uit de waterkoker. Mijn pan is dan net vol. Tien minuten zachtjes laten doorkoken en dan in de hooimadam.
‘s-Avonds is de rijst gaar. Natuurlijk is zo’n volle pan veel te veel voor één keer. Dus ik verdeel het in porties en vries die in. Extra voordeel: geen aangekoekte rijst in de pan.
Ik kookte er ook al met succes groentenbouillon in en peulvruchten. En ik bedacht dat het misschien helemaal niet zo gek is om eens te kijken of het ook met aardappelen of pasta zal gaan. Ik hou jullie wel op de hoogte.
Ik moet wel een beetje plannen en vooruitzien. Maar dat heb ik er graag voor over.
Of mijn moeder een zesde zintuig had of ogen die ook achterwaarts konden kijken, het is me nooit duidelijk geworden. Maar hoe dan ook, ze zag en wist altijd alles.
Ze wist wanneer ik iets gedaan had wat niet mocht, als ik jokte, stiekem iets uit de keuken gejat had…
Zelf had ik ook wel veel door. Misschien verdachten onze kinderen me ook wel van buitengewone krachten. Wie zal het zeggen?
Kinderen van nu zijn misschien wat minder lichtgelovig en sturen daarom hun moeder naar zo’n oog-onderzoek.
Je kunt het tenslotte nooit helemaal zeker weten…!