Bakken

Deze foto stond op Facebook als herinnering aan mijn bakworkshop bij Robèrt Bekhove in 2014.

In de jaren tussen toen en nu is heel veel gebeurd en ook veel veranderd.

Maar bakken doe ik nog steeds heel graag. Maar wat er uit de oven komt, moet ook opgegeten worden. En dat is wel lekker, maar past niet altijd in de dagelijkse maaltijden. Wanneer er bezoek komt, heb ik wel weer een mooie reden om iets in de oven te schuiven.

En deze koekjes, die ik afgelopen weekend bakte, zijn zo lekker. En met mate genuttigd… nou ja 😉 😉 😉

Het recept heb ik uit de Bakbijbel van Rugter van den Broek:

HAVERMOUTKOEKJES
2 eieren
130 gr (donkere) rozijnen
1 tl kaneel
1 sinaasappel, rasp
100 gr boter, op kamertemperatuur
130 gr rietsuiker
130 gr donkere basterdsuiker
¼ tl zout
1 tl vanille-extract
200 gr bloem
2 tl bakpoeder
180 gr havermout
50 gr wal-of pecannoten, grofgehakt

Meng de eieren, rozijnen, kaneel en de sinaasappelrasp door elkaar en laat het mengsel 1 uur staan. Verwarm intussen de oven voor op 180 °C. Doe de boter, suiker, het zout en de vanille in een kom en mix dit kort.
Meng vervolgens de bloem en het bakpoeder erdoorheen en roer daarna het ei-rozijnenmengsel hier goed doorheen. Voeg als laatste de havermout en de gehakte walnoten toe. Maak balletjes van het deeg ter grootte van een walnoot en druk deze iets plat.
Leg ze met voldoende tussenruimte op een met bakpapier beklede bakplaat en bak ze 10 tot 14 minuten lichtbruin.
Laat de koekjes afkoelen op een rooster.

Lekker bij een kopje koffie of thee!

Pasjes

Jaren geleden kocht ik op de markt twee opbergdoosjes voor pasjes. Handig, alle betaalkaartjes en toegangspassen bij elkaar.

Eén doosje sneuvelde na een aantal jaren, maar gelukkig is had er nog een. Maar ook dat viel laatst en sloot niet meer goed.

Bij diverse winkels vroeg ik naar zo’n doosje, maar nee, nergens te koop. En dan is internet je vriendje. Want bij Bol.com waren de mogelijkheden vrijwel onuitputtelijk. Van heel goedkoop tot afschrikwekkend duur.

Maar ineens zag ik een vrolijk geel mapje, lekker klein, precies passend bij mijn favoriete tas. En ook nog eens redelijk geprijsd. Dat werd dus snel bestellen. En al de volgende dag kwam het door de brievenbus.

Ik ben er heel blij mee. Handig, want de belangrijkste pasjes vinden een plek in een speciaal metalen beschermhoes, waar ze met één knopbeweging uit flippen. De andere pasjes vonden ook allemaal een plekje.

Er past wat contant geld in en er is zelfs plek voor (een paar) munten. Goeie koop!

Pareltje

Dit lied horen we meestal gezongen door Frans Halsema. Maar ook Gerard Cox brengt de tekst van Michel van der Plas prachtig over het voetlicht. De muziek is, ja natuurlijk, van Harry Bannink.

Stralend wit

Niet alle bloggers zullen met plezier naar deze plant kijken. Het is dan ook een behoorlijk woekerend onkruid, dat lastig te verwijderen is. Uittrekken is geen optie, want dan komt het twee keer zo snel terug. De bladeren moeten in het voorjaar met een bestrijdingsmiddel bespoten worden.

Gelukkig heb ik deze “pispotjes” (Haagwinde – Convolvulus sepium) niet in mijn tuin. Ik fotografeerde ze toen ik vorige week wandelde in het gebied niet ver van huis. Daar tiert het welig, maar kan het toch niet zo veel kwaad, lijkt het.

Deze bloemen zijn precies op hun mooist en zo helder wit, dat ik ze meteen zou kiezen voor een wasmiddelen reclame.

Kirigami

Origami kende ik wel, maar van kirigami had ik nog nooit gehoord.

Het is dan ook geen vouwwerk, maar knipkunst. En daar kunnen Japanners ook goed mee uit de voeten. Heel ingewikkelde geometrisch patronen worden met uiterste precisie in het papier geknipt.

Leuk zou je zeggen, maar praktisch? Ja, ook. Want wanneer je zulke patronen in een dunne RVS metaalfolie stanst, kan dat weer gebruikt worden om bijvoorbeeld schoenzolen mee te fabriceren. Lees dit artikel in Kijk Magazine.

Als er sneakers komen met deze zolen, ga ik die misschien wel kopen. Ben ik in ieder geval goed voorbereid op gladheid bij sneeuw en ijs.

Boek

Vroeger las ik vaker boeken in het Engels of Frans. Maar op een bepaald moment werd ik blijkbaar wat luier of gemakzuchtiger en koos ik voor vertalingen.

Een vriendin had dit boek dubbel en gaf het tweede exemplaar aan mij. Ze is lerares Engels en een echte boekenwurm, dus geen wonder dat haar boekenkast volstaat met allerhande Engelse boeken.

Het duurde niet lang voor ik gegrepen was door het verhaal. Het speelt tegen de achtergrond van York (Eborby in het boek). Een stadje met een lange geschiedenis van de Romeinen, Middeleeuwen tot nu. Een decor van smalle en donkere straatjes, waar je gemakkelijk in kunt verdwalen. En waar rare dingen gebeuren. Vreemde moorden, naakte lijken op vreemde plaatsen. Bepaald huiveringwekkend, maar niet zo dat ik er niet van kon slapen 😉

Ik kwam niet in al te grote taalmoeilijkheden. Kate Ellis schrijft vlot en houd je bij de les. In het begin kwam ik wat uitdrukkingen tegen die ik wel begreep, maar toch niet helemaal thuis kon brengen. Maar gelukkig is er tegenwoordig Google Translate, zodat je snel even kunt zoeken wat het nou precies betekent.

Jammer genoeg zijn er nog geen boeken van Ellis in het Nederlands vertaald. Maar wie zijn Engelse leesvaardigheid weer op wil rakelen… Je weet tenslotte maar nooit waar dat nog eens goed voor is 😉