Net als vorig jaar begin ik elke week weer met muziek. Het kan van alles wat zijn, in elke taal, soms ontroerend, soms carnavalesk. Maar het brengt in ieder geval mij altijd in een goed humeur.
Deze week een lied van Nana Mouskouri:
Net als vorig jaar begin ik elke week weer met muziek. Het kan van alles wat zijn, in elke taal, soms ontroerend, soms carnavalesk. Maar het brengt in ieder geval mij altijd in een goed humeur.
Deze week een lied van Nana Mouskouri:
De liefde voor je club moet wel heel erg diep zitten, wil je met zo’n grote tatoeage door het leven gaan. Maar ja, smaken verschillen en ik ben ook al geen fan van voetbal of van deze club. Er zijn veel superfans die er wel de pijn voor over hebben en zich met zoiets laten versieren. Je blijkt er een heel boek mee te kunnen vullen. En dat van maar één club….!
Maar wat nou als de liefde voor die club verflauwt, je een partner vindt van een andere club.., die dit helemaal niet kan aanzien?
Kun je zoiets laten verwijderen als je het helemaal beu bent? Ach, wat maak ik me er druk om…. mijn probleem is het niet.
Koop je iets wat je toch niet zo bevalt, dan ga je terug naar de winkel. Soms is het balen, krijg je een tegoedbon. Maar vaak genoeg krijg je geld terug.
Maar hoe doet deze kapper het dan…? Toch maar eerst goed nadenken voordat je jouw lange haar laat afknippen. Belofte maakt schuld, maar kan ie het ook waar maken…?
Laatst in Utrecht zag ik dit uithangbord. Het was één van de vele zonnige en warme dagen van deze zomer en een biertje had me zeker gesmaakt. Maar het tijdstip dat ik er langs kwam was toch meer voor koffie en ik had nog meer te doen, dus liep ik voorbij. Grappige naam voor een herberg. Ik kon er best een foto van nemen, bedacht ik me nog net op tijd.
En toen ik dat gedaan had, zag ik ook de naam van het straatje langs het gebouw.
En ja, dan ligt zo’n naam toch voor de hand, nietwaar. Hart of hert lijkt erg op elkaar. Herten zullen wel geen bier drinken, maar mannen met dorst zijn gemakkelijk te vinden. Vrouwen trouwens ook, want ik vind een biertje op zijn tijd echt heerlijk.
Zo langzamerhand bekruipt me het gevoel dat we in een dictatuur komen te leven. Want het bericht van afgelopen week dat er in Rotterdam serieus overwogen wordt om een aantal straten rookvrij te maken, geeft me te denken. Zelf rook ik al tientallen jaren niet meer. Vond het ook niet echt lekker, maar deed mee om “erbij te horen”. Nu rookt niemand van het gezin meer. Maar als er iemand wel een sigaretje wil opsteken, van mij mag het. Graag buiten, dat dan weer wel. Ik weet best dat roken heel slecht is voor je gezondheid en dat het allerlei ziekten kan veroorzaken. Maar op straat loop ik tussen de walm van ronkende auto’s, bussen, brommers ook risico.
Nu wil men de straten rondom de Wijtemaweg (waar de Hogeschool Rotterdam, het Erasmiaans Gymnasium en het Erasmus MC ligt) rookvrij maken. Die scholieren zal het een zorg zijn. Die lopen nog wel een paar meters verder om hun sigaretje op te steken. Lekker kicken, weet je wel… Doen wat eigenlijk niet mag, lol!!! Of ze verzinnen iets wat wel (nog) mag… lachgas, weed, ander spul wat toch ook niet zo best is voor de gezondheid.
Maar de patiënten van het EMC kunnen dat niet. Die moeten, in omstandigheden die toch al erg belastend kunnen zijn, hun verslaving maar “cool turkey” opgeven.
Dat je als ziekenhuis probeert de mensen van hun verslaving af te helpen, het te ontmoedigen, te waarschuwen. Allemaal best, maar dwingen….?
Daar heb ik iets op tegen. Dat gaat me toch te veel naar dictatuur rieken.
De titel van dit blog verwijst niet naar deze lange, hete en vooral droge zomer. Maar gaat terug naar ongeveer 1965, mijn pubertijd. De tijd van mondjesmaat zwart/wit TV kijken, samen met mijn moeder.
Donderdagavond ging mijn vader altijd kaarten. Mijn moeder en ik zetten dan koffie, namen er iets lekkers bij en keken naar “The long hot summer”. 
Allebei waren we weg van de hoofdrol-speler Roy Thinnes, die de rol van Ben Quick vertolkte. Het was een serie gebaseerd op een verhaal van William Faulkner. We vonden het spannend, met veel amoureuze verwikkelingen, stoere mannen en mooie vrouwen. Maar doe het precies ging, weet ik niet meer.
Ik geloof nog wel eens een boek van Faulkner geprobeerd te hebben. Maar dat was me toch te moeilijk toen. Misschien dat ik er nu wel meer van zal begrijpen en zal waarderen.
Al van af het begin volg ik bijna dagelijks in de Volkskrant de column van Caspar, die door Nederland loopt en ons vertelt over het wel en wee in de natuur. Niet altijd even vrolijk, soms zelfs om een beetje depressief van te worden. Van alles wat verdwenen is en nooit meer terug zal komen. Over vogels, vissen, vlinders, insecten die we bijna nooit meer te zien krijgen. Over verarmde grond, te intensieve veeteelt en landbouw.
Maar kijk, vorige week was ie zo waar opgetogen (klik). Hij liep in de Krimpenerwaard en vond daar nog een behoorlijk stuk natuur. Geen biljartgroen grasland, maar weiden met kruiden en bloemen, vogels te kust en te keur. En dat allemaal op een steenworp afstand van de plek waar ik zelf woon.

Bron: De Volkskrant/Blendle
Net als vorig jaar begin ik elke week weer met muziek. Het kan van alles wat zijn, in elke taal, soms ontroerend, soms carnavalesk. Maar het brengt in ieder geval mij altijd in een goed humeur.
Het lijken ouwe knarren, maar als ze beginnen te spelen, bruist het ritme je tegemoet…
Tussen de kaartjes van de Flow-jaarkalender vond ik deze.
Om te onthouden!
Het was maar een klein groepje dat afgelopen donderdag ging wandelen. Maar dat zijn dan ook de echte diehards, toch? Maar we maakten een klein rondje langs de Rotte, met veel bomen en schaduw.
Op weg naar de dijk langs de rivier hoorden we schoten en geschreeuw. Er stond een man, nou niet bepaald aangekleed voor dit warme zomerweer. En een aantal politieagenten, die behoorlijk afstand hielden. Je denkt dan onmiddellijk aan nare dingen, maar het bleek een training te zijn voor politiehonden. Die hadden een beter baantje, want mochten in de Rotte zwemmen. De dik geklede man was natuurlijk de “boef” en hij werd dan ook stevig door de honden te pakken genomen. Vandaar dat pak. Ik wilde wel foto’s nemen, maar deed het toch niet. Deze mensen moeten een beetje onzichtbaar blijven. Pas op verre afstand schoot ik een plaatje. Niemand te herkennen, maar toch een foto bij dit blog 😉
