Als we de ontbijtruimte binnen komen, zitten ze er al. Zes dames, zo te horen duidelijk Nederlands. Een vriendinnenuitje misschien? Als er één naar de broodjes gaat, roept één luid door de zaal “Neem je voor mij ook zo’n broodje mee?” De stem klinkt al een klok. Even later zitten ze weer allemaal aan tafel en wij hebben ons tafeltje zo ver mogelijk van de groep gekozen. Dat helpt niet, want alles komt nog steeds luid en duidelijk over. Eerst worden collega’s en werk onder de loep genomen. Dan klinkt het “Dat deed pijn. Die dokter stak die pen…..” Het is dat ik er met mijn rug naar toe zit, of de pijnplek ook aangewezen wordt kan ik dus niet zien. Maar het zou me niet verwonderen. Verdere pijnlijke en wat gênante details passeren de revue. Moet dat nou? We beginnen ons een beetje te ergeren.

Fluisteren hoeft beslist niet, maar de volumeknop een beetje terugdraaien zou wel zo prettig zijn. Blijkbaar vindt het personeel dat ook, want er wordt regelmatig zeer luidruchtig met bestek en servieswagen gerammeld.
Als wij, na een uitgebreid ontbijt, weg gaan, zitten zij nog steeds luidruchtig te praten. Ze waren nog lang niet uitgekwekt.



Wie Texel zegt, zegt schapen. Honderden, duizenden grazen er in de groene weiden. Zo lief… Telkens als we weer langs zo’n wei kwamen, werd ik ter plekke vertederd. Zo’n wollig beest, knabbelend aan het gras… Maar toen we over een dijk in Oudeschild reden, zag ik ineens een schaap op z’n rug liggen. Ik weet dat zoiets heel dramatisch is. Het dier kan niet overeind komen en zou sterven… Leo keerde de auto om te checken of ik het toch wel goed gezien had. En ja…, maar wat te doen? Ik liep naar een huis, maar daar bleek niemand thuis. Uiteindelijk belde ik de politie. Niet het 112 alarm, maar het nummer voor mindere zaken. Er zou actie ondernomen worden. Ik hoefde niet te blijven. Terwijl ik nog wat aarzelde en nog even bleef kijken, kwam er een wandelaarster aan en van de andere kant een jonge vrouw met een hond. Ik legde uit wat er aan de hand was en zij klauterden over de sloot en het hek. En binnen de kortste keren stond schaap weer op zijn of haar pootjes. Kalm liep het weg… zonder gemekker 😉 De wandelaarster stak haar hand op en zwaaide. En ik belde nogmaals de politie om te melden dat alles gelukkig goed gekomen was en er geen auto meer hoefde uit te rijden.
Vorige week keek ik vanyuit de keuken naar buiten. Het waren mooie herfstdagen geweest, met zon. Nu was het een beetje regenachtig, grauw weer. Toch leek het of de tuin verlicht werd door de kleuren die er op dat moment in te zien waren. Vroeger in mijn jeugd, als mensen zeiden dat de herfst zo prachtig was, dacht ik “geef mij maar lente”. En al ben ik ook weer blij als de bomen botten en er overal een groen waas over de natuur komt, kan ik nu toch echt heel erg genieten van de herfstkleuren. Zou dat dan met de leeftijd te maken hebben?
Sinds een tijdje speel ik regelmatig een spelletje op mijn tablet. Nee, niet zo’n griezelige game met schieten en zo, maar een wat liever spelletje. Het heet June’s Journey en het vertelt een verhaal, waarbij je dan allerlei dingen moet zoeken. Het verhaal speelt in de jaren 20 van de vorige eeuw, in Amerika. June komt haar nichtje bezoeken, die haar ouders is kwijtgeraakt door een misdrijf. Ja, dus toch dood en misdaad in het spel 😉