Toen vorige week Leo een glazen lampje aan diggelen liet vallen, kwam onmiddellijk de herinnering aan zijn vakantie in Monschau naar boven.
Hij was nog maar twaalf en met vader en moeder op vakantie. Pa regelde een hotelletje in Monschau. De eigenaar had het niet zo op Hollanders, maar vooruit, deze familie leek wel aardig en beschaafd. Leo kreeg zelfs een eigen eigen kamer. Alles ging goed tot op de laatste dag, toen hij het nachtkastlampje om stootte. Het viel in stukken op de grond. Hij durfde het niet te vertellen en besloot de scherven uit het raam in de snelstromende rivier te gooien. Het was tenslotte toch de laatste dag en ze zouden hier nooit weerkomen. Dan hoefde hij dat lampje niet te betalen.

Bron: Google foto’s
Helaas, ze waren nog maar net op weg toen pa ineens heel nodig naar de wc moest. “Dan ga ik wel even terug naar het hotel…”, besloot hij. En ja, daar wachtte hem de eigenaar, die hem toebeet dat ook dit gezin bestond uit “verdammter Holländer”. Pa kreeg het verhaal over het verdwenen lampje te horen. Waar was dat dan wel? Uit het raam gesmeten! Pa mocht nog wel naar het toilet, gelukkig. En vergoedde natuurlijk de geleden schade. Daarna liep hij briesend naar buiten en las Leo de les. Dat eerlijkheid boven alles ging en dat zijn naam te grabbel was gegooid. Schoonpapa was niet snel kwaad, maar als ie het was, bleef dan maar uit zijn buurt. Hij hield niet op met tieren en die arme Leo voelde zich steeds ellendiger op de achterbank. De sfeer in de auto was en bleef om te snijden, al een lifter bracht gelukkig wel wat afleiding. Nee, Leo zal die vakantie echt nooit meer vergeten. 😉 😉 😉

Ruim 750.000 mensen bezochten afgelopen zaterdag de Japan Tag in Düsseldorf. En al die mensen wilden natuurlijk ook wat drinken. En eten, want kijken naar al die uitgedoste mensen maakt ook hongerig. Dus de afvalbakken waren overvol. Het was onmogelijk ze allemaal regelmatig schoon te maken, al werden ze vaak afgestruind door schimmige figuren op zoek naar lege flessen en blikjes. Dat is niet gek, want in Duitsland wordt daar statiegeld op geheven. En dus ligt het geld langs de weg, voor wie het zien wil en bereid is om het te verzamelen.
Op de meest rare plaatsen schiet plotseling een plant uit de grond. Je vraagt je af hoe die daar nou kan komen.
Fransen zijn over het algemeen niet zo geneigd je bij hen thuis uit te nodigen. Ze gaan liever gezellig wat eten of drinken in een café. En als de zon schijnt, is het in Parijs een gekrioel van honderden mensen die in een park met elkaar afspreken en gezellig in het gras gaan picknicken. Of het zich gemakkelijk maken op één van de vele banken die overal staan. Deze dames speelden een spelletje. Niks anders dan ik zelf ook vaak doe op dinsdagmiddag. Zij hadden de schaduw van een boom gezocht en gebruikten een dienblad om op te spelen. Ik maakte een praatje en mocht een foto maken. En natuurlijk wenste ik hen beiden evenveel geluk bij het spel 😉


aren we ons niet bewust van het feit dat op nummer 36, Rue Monsieur le Prince het geboortehuis stond van Charles Aznavour.
waarschijnlijk nog niet, had beslist een andere eigenaar. Geen spoor meer van hoe het er toen uitgezien moet hebben. Ook nog niks te zien van een plaquette, geen enkele aanwijzing dat Aznavour hier geboren werd. Gelukkig ook (nog) geen hordes toeristen. Alleen Leo en ik, al sinds jaar en dag een grote fan van “Kareltje”, zoals hij bij ons thuis genoemd wordt.