Kookboek

Dit is een uniek exemplaar, want een zelfgemaakt kookboek.

In 1971 volgde ik , met collega Ans, een avondcursus “Fijne keuken” bij de “Rotterdamse Huishoud-school” in de Graaf Florisstraat. Destijds een bekend instituut in Rotterdam.

Ik leerde er bijzondere dingen koken en bakken, zoals bavarois maken, mokkataart, ragouts en gevulde speculaas.

De recepten kregen we op een gestencild papiertje. En die schreef ik dan keurig over in mijn map. Die ik ook weer zelf had versierd en geplastificeerd. Later schreef ik er andere recepten in, plakte ik uitgeknipte recepten uit de Libelle of Margriet in. Het werd een persoonlijk document en kreeg en mooi plekje in onze boekenkast.

En zeker eens per jaar haal ik dit boek weer te voorschijn. Meestal zo tegen december, want dan is het dé tijd om gevulde speculaas te maken.
En dat deed ik vorige week ook weer. Aan de hand van dat bij 50-jaar oude recept. Het is even wat werk, maar dat is het alleszins waard. Volgens Leo kan geen enkele bakker tippen aan die heerlijke smaak 😉

Boek

Na “Dochters van een nieuwe tijd”, het eerste boek van Carmen Korn is nu het tweede deel “Tijd om opnieuw te beginnen” uit. Zodra het te leen was in de bieb, heb ik het gereserveerd. En gelukkig was het snel voorhanden. Het eerste boek las ik in één adem uit en ook dit tweede boek kon ik bijna niet wegleggen.

Het verhaal loopt vrijwel naadloos over. Weer volgen we de vriendinnen Henny, Ida en Lina. Käthe, de vierde van het stel, hebben zij na de oorlog niet kunnen traceren en dat steekt nog steeds. Al snel wordt duidelijk dat Käthe nog leeft en niet eens zo ver van hen. Van lieverlee komen we te weten wat haar is overkomen en hoe ze zich staande houdt.

Ook Käthe’s man Rudi leeft nog. Ook naar hem zijn diverse mensen op zoek. Maar waar moet men zoeken? Het is tasten in het duister, zoeken naar een speld in de hooiberg.

Langzamerhand wordt alles duidelijk en zien we het leven in de vijftiger jaren zich ontwikkelen. Met de dreiging vanuit het oosten, de Koude Oorlog. Maar ook nieuwe dingen, technische ontwikkelingen, muziek.

Het is een boek zonder plot, maar gevuld met talloze kleine scenes uit het alledaagse leven van gewone mensen. Er gebeurt veel tussen die ruim 500 pagina’s, maar ook kabbelt het leven voort. Ik vond het heel herkenbaar, want veel ligt nog na in mijn geheugen.

En nu kijk ik uit naar het derde en laatste deel.

Hindeloopen

We reden naar Hindeloopen, waar we al langer naar toe wilden, maar nog nooit waren aangekomen. We stonden al wel eens op het stationnetje, in een ijzige wind en dat stadje vonden we toen vele passen te ver. Nu konden we de auto in het centrum parkeren.

Lieve oude huisjes, smalle straatjes. Bij één huis werd druk geschrobd en geboend. Ik maakte een praatje met de bewoonster, die haar huisje misschien wilde verkopen. Maar nee, kopen wilden we niet, bewonderen wel.

Het was heerlijk zonnig, maar koud weer. En weinig toeristen te zien. En zo genoten van de stilte en de rust van een oud Fries plaatsje.

Natuurlijk wilden we ook nog even de dijk op. Uitkijken over het IJsselmeer. Vroeger moet deze watervlakte onmetelijk zijn geweest voor de Hindeloopers. Nu leek het rustig, maar reken maar dat het hier te keer kan gaan.

Gezellig

Nu Sinterklaas al weer naar Spanje is, rollen we vanzelf in de donkere dagen voor Kerstmis. En omdat het in deze rare tijd toch al niet zo vrolijk is, schenken veel mensen ’s avonds een borreltje voor het eten. Gezellig toch?

En bij zo’n borreltje hoort een hapje, nootje of snackje. En gezellig is synoniem met samen, dus allemaal om de borreltafel. Allemaal, dus ook de kat. En voor hem/haar is er dan ook een lekker hapje.

Toen mijn oog er op viel, vlogen mijn gedachten onmiddellijk naar de kinderen die geen ontbijt krijgen omdat het geld daarvoor ontbreekt. Naar de berichten over honger en ellende in verre landen, naar vluchtelingen zonder huis of bezit.

Dierenliefde is prima. Het is vanzelfsprekend dat je huisdier goed te eten geeft. Maar dit…..? Toch een beetje decadent. Of niet…?

Muzikale maandag

Wij draaiden vroeger nog wel platen van de Dublinners, maar die zijn nu toch een beetje te oud. daarom vandaag The Rumjacks met An Irish pubsong. Misschien nog iets te vroeg, maar het veegt wel alle muizenissen uit je hoofd. Dus misschien toch even kijken en luisteren.

Ouwe tijden

Op Facebook kwam ik een foto tegen van een oude aansteker. En dat is toch echt een ding uit een vervlogen tijd. Want wie rookt er tegenwoordig nog?

Bron: FaceBook

Ik zie mijn vader weer zitten. In zijn “Liberty” stoel, asbak en doosje Pall Mall cigarets onder handbereik. Hij had de rare gewoonte zijn sigaret maar half op te roken, uit te doen en dan later weer opnieuw op te steken. Het zal wel niet al te best zijn geweest, maar hij werd uiteindelijk toch bijna 85 jaar.

Naast die asbak lag zijn aansteker, net zo een als op de foto, maar dan zilverkleurig. Die aansteker moest regelmatig gevuld, met benzine. Dat kocht mijn moeder bij de waterstoker in onze straat. Het werd gewoon in een schone lege literfles gegoten. Etiketje er op en klaar. Stond in het keukenkastje. En ik waagde het niet daar aan te komen….!

En dan het zaterdagmiddagritueel. Fles op tafel, lucifers erbij. Want zo’n fles was natuurlijk helemaal niet geschikt om zo’n klein tankje mee te vullen. Maar daar had papa een trucje voor. Hij brak een lucifer bijna doormidden en hing die gebogen in de hals van de fles, als een soort druppelaar. Zo nu en dan viel die lucifer weleens in de fles, maar geen probleem. Lucifers genoeg toch…?

Langzaam en heel voorzichtig benzine in dat tankje druppelen. Eens controleren of er al genoeg in zat. Knip, knip, knip deed de aansteker. Ik kan het geluid nog horen.

Soms moest ook het vuursteentje vervangen worden. Ook al zulk priegelwerk. Mijn vader had eindeloos geduld. Maar dan was het toch eindelijk klaar en kon hij weer een week vooruit.

Natuur in de stad

Gelukkig moest ik even goed kijken waar ik mijn voeten zette. Het was uiteindelijk op de rand van een kade in Sneek en ik wilde niet in het water vallen.

En toen zag ik dit. Nee, niet die groene blaadjes, die zo te zien van een paardenbloem waren. Nee, die kleine gele knopjes vielen me juist op. Tussen de stenen groeide zomaar een stel zwammetjes. En dat vind ik altijd leuk.

Zo klein, zo zacht, zo teer! Maar ze laten zich niet uit het veld slaan en wurmen zich tussen de harde stenen uit.

Kracht van de natuur, die ondanks ons gerommel, toch altijd weer zal opkomen.

IJlst

Al turend op de kaart van Friesland sprong ineens de naam “IJlst” me in het oog. Daar was iets mee, maar wat ook weer…? Oh ja, schaatsen, houten speelgoed en gereedschap. Eens, tijdens een cursus handvaardigheid, vertelde een leraar dat het gereedschap van Nooitgedagt echt het allerbeste was. En niet alleen dat, ik vond het ook nog eens mooi. Mooie houten handvatten aan de beitels en schaven. Nou ja, echt degelijk gereedschap. Helaas, ook Nooitgedagt is net als vele andere bedrijven ten onder gegaan.

IJlst zelf is ook mooi. Het was koud, een beetje somber, maar het plaatsje had een zekere charme. Ik heb er dan ook bibberend snel wat foto’s gemaakt.

Natuurlijk van een oude schaatsfabriek. Niet van Nooitgedagt, maar van Frisia. Er waren er natuurlijk meer.

En van de Stadsherberg met zijn mooie uithangbord. Nu jammer genoeg totaal verlaten en stil, je weet wel, vanwege C.

Ook nog de mooie deur van de schilder op nr. 7, een reclame voor de schilder en een voorbeeld van degelijk vakmanschap.

Dat kan ik als schildersdochter natuurlijk heel erg waarderen. 😉