Alles komt terug…

Mei-blogfoto- 04 Sommige modes komen en gaan ook weer net zo snel weg. Zo had je in mijn jeugd de hoelahoep. Ineens zag je overal jongens, maar vooral meisjes, hoelahoepen. En ja, ook ik wilde zo’n ding om zwierig mee in het rond te draaien. Helaas, mijn moeder hield de hand op de knip. Waarschijnlijk omdat ze het geld er eenvoudigweg niet voor had. Maar handige buurman bracht uitkomst. Hij fabriceerde uit een stuk elektriciteitsbuis en isolatieband een niet van echt te onderscheiden hoelahoep. Ik was de koningin te rijk.
Hoe lang ik er mee gedraaid heb, weet ik niet meer. Maar hij belandde op zolder, achter een stapel rommel.

En nu zag ik in de stad weer meisjes met zo’n hoelahoep in de weer. Niks elektriciteitsbuis, maar fraai versierd met glitters en kleuren. Maar het draaien is nog steeds hetzelfde. En zij kon het zelf met meerdere. Heb ik het ook nog geprobeerd? Nee, mijn heupen zijn ietsjes stroever geworden. Ik ga eerst wel even oefenen, als niemand me kan zien 😉

Herinnering

Afgelopen weekend reden we naar Katwijk en Noordwijk. Zomaar, om er even uit te zijn. En ineens kwamen we langs het terrein waar vroeger het Zeehospitium stond. Lang geleden, in 1952-53 lag ik daar met tuberculose. Toendertijd een ernstige ziekte, waar je vooral veel mee moest rusten. En rusten heb ik daar gedaan. Hele dagen lagen we in bed. Er mocht veel en ik heb er dan ook geen slechte herinneringen aan, lees hier maar.

Er is inmiddels veel veranderd in Katwijk. Het Zeehospitium is al lang niet als zodanig in gebruik. Veel is gesloopt en het terrein is bebouwd met nieuwe huizen, al zijn er wel speciale units voor gehandicapte mensen. Er staat nog één echt oud gebouw, dat ik dan ook onmiddellijk herkende. In al die jaren was er toch wel veel aan veranderd en wat er mee gaat gebeuren, weet ik niet. Ik miste de grote veranda’s, waar we met bed en al in de frisse lucht moesten staan. Gelukkig is er dan internet, waar ik daarvan nog een foto terug kon vinden.

Old memories

mei-1 Voor Leo’s verjaardag gaf ik hem een bon voor een dagje toeren. Niet zomaar in een auto, maar in een oude VW Kever, de auto die hij had toen we elkaar leerden kennen. En waarmee we vele duizenden kilometers hebben gereden, zoals van Rotterdam tot aan Pylos, op het puntje van de Peleponnesos.

We besloten onze toer in de lente te maken en vorige week was het dus zover.
De ontvangst bij Vintage Road Trips in Amersfoort was prima. De Kever stond al klaar, inclusief picknickmand.

In één dag heen en terug naar Griekenland is iets te veel gevraagd, maar een tochtje door de Flevopolder kan natuurlijk wel.

Dat het regende en heel koud was, vonden we niet zo erg. We zaten comfortabel en droog en konden genieten van het rijden in een auto die bijna 50 jaar oud was. De stoelen waren comfortabel, alle knoppen werkten en al kreeg Leo gespierde armen van het sturen zonder stuurbekrachtiging, we hadden een topdag!

We kunnen zo’n dagje naar Memory Lane echt aanbevelen. En wie liever een oude DeuxChevaux of een vintage Porsche rijdt, die zijn ook te huur.

Reclame

Waar we ook kijken, overal zien we reclame uitingen. Grote posters bij bushokjes, in kranten en tijdschriften grote en kkeine advertenties en langs de weg enorme billboards.

Soms best aardig om te zien, maar ik heb het liefst oude reclameborden en posters. Niet in het echt, maar op een pinterest-bord. Dat neemt in huis geen plaats in, hoef je niet weg te bergen. En je kunt alles zo verzamelen, geen prijs of beveiliging houd je tegen. Soms kom je ook iets opvallends tegen. Reclames die nu helemaal niet meer zouden kunnen, waartegen hele volksstammen in oproer zouden komen. Want kijk nou toch eens even naar deze posters:

 

Valentijn

Deze schattige kaart kreeg Leo toen hij nog maar een klein Leootje was. Hij lag in het ziekenhuis met buikvliesontsteking, dat was in 1951. En het was natuurlijk helemaal niet er gelegenheid van Valentijnsdag, maar gewoon om hem op te vrolijken. Toch is het wel degelijk een originele Valentijnskaart, kijk maar naar de achterkant.

   

Lief hè?  Zo vind je nog eens wat bij het opruimen.

Messenleggers

messenleggers Nee, thuis hadden we ze niet. Maar messenleggers hoorden wel bij de uitzet van mijn zus. Destijds vond ik het een toppunt van “chique”. Later, toen ik mijn eigen spullen ging kopen, vond ik ze vooral overbodig. Ik heb ze dan ook nooit gehad.
Deze set lijkt me ook niet al te vaak uit de doos gehaald. Het was vast een geijkt huwelijkscadeau, waar je jaren later met weemoed naar kijkt.

“Och ja, nog van tante en oom gekregen. Wat lief. Maar ja, wat doen we ermee?” Naar de rommelmarkt dus!

Oude reclame

Al snuffelend op Pinterest kwam ik regelmatig prachtige voorbeelden van posters en oude reclames tegen. Ik hou van die oude platen met een heel eigen sfeer. En ach, dat verzamelen op Pinterest kost wel tijd, maar geen (fysieke) ruimte en dus maakte ik een bord aan. Daarop staan inmiddels meer dan 700 verschillende reclames, in de vorm van posters, omslagen van catalogi en boeken.

Hieronder een kleine greep uit mijn collectie. (klik op de foto voor een grotere afbeelding)

Wie nog meer wil zien klikt hier.

Nostalgie

“Time flies”, reageerde Wieneke laatst. En ja, zo lijkt het wel. Wat gisteren was, is vandaag al lang weer achterhaald. Waar we ons vroeger over verbaasden, is inmiddels hopeloos ouderwets.
Welke jongere kan zich voorstellen dat we vroeger geen telefoon aan huis hadden. Dat je naar de kruidenier op de hoek ging om te bellen. En dat er toen nog geen belbundels bestonden, maar dat je een abonnement had waarvoor je kostbare guldens betaalde. Het was zo duur dat, toen wij telefoon kregen, mijn moeder er meteen een spaarpot naast zette. En er strikt de hand aan hield dat voor elk gesprek binnen de stad een kwartje betaald werd.

Dat kostte het gesprek niet, maar zo spaarde ze en passant het abonnementsgeld bij elkaar. Dat was niet alleen bij ons, maar in vele huisgezinnen heel gewoon. Een gesprek duurde kort en werd beperkt tot het hoognodige. Eindeloos kwebbelen met vriendinnen was er niet bij.

Maar goed, de tijd van het ongebreideld kwekken in je mobieltje lijkt voorbij. Er komen steeds meer mensen die zich er aan ergeren en dan zal het wel binnenkort “not done” zijn.