Tijdens onze vakantie op Zakynthos ontmoetten we een man, die ons zijn honing wilde slijten. Hij bracht zijn producten enthousiast aan de man en vertelde dat echte honing niet oplost in water. Het water wordt niet zoet, maar blijft gewoon … water. We hadden de proef nog niet op de som genomen.

Vorig jaar bracht onze jongste een pot honing mee van zijn fietsvakantie naar Berlijn. Echte Berliner Lindehonig. Een stevige honing, die met een lepel uit de pot moet schrapen. Heerlijk.
Maar hoe zuinig we er ook mee omgingen, uiteindelijk was de Berlijnse honing op. Ik wilde de pot omspoelen en schoonmaken. O ja, even testen! Water in de lege pot, een paar keer hevig schudden en…?
Jazeker, dat water werd niet zoet, maar bleef gewoon naar water smaken. De Griekse imker had dus gelijk.


De natuur heeft zo haar eigen grillen. Bij het veranderen van onze voortuin, jaren geleden, plantte ik deze roos aan beide zijden van de ingang. Een roos zonder doornen, dat is wat prettiger voor de komende en gaande bezoeker. Aan één kant was het huilen met de pet, want er kwam wel blad, maar nauwelijks bloemen. En toen was de roos helemaal weg. Aan de andere kant, op nauwelijks 1 meter afstand, deed de klimroos het wel, maar echt veel bloemen kwamen er niet aan. Nou zou dat natuurlijk kunnen liggen aan mijn verzorging, verkeerd snoeien misschien. Maar dat snoeien gebeurt altijd door de tuinman, dus daar zou het niet aan mogen liggen.
Wie Zakynthos zegt, denkt meteen aan schildpadden. Want de Karetaschildpad (Caretta caretta) legt haar eieren op dit eiland. Voornamelijk in een baai in het zuiden, vlakbij Kalamati, de plaats waar wij logeerden. En dan laten we de kans om die dieren in het wild te spotten niet voorbij gaan. Gelukkig 😉 zijn er diverse commerciële mensen die in die behoefte voorzien. Je kunt dus bootjes huren en de zee op gaan of met een grotere boot een excursie maken. Wij kozen voor de laatste optie en gingen met nog vele anderen aan boord van een nogal wiebelend schip. Er stonden grote golven, maar nog net niet groot genoeg om de trip af te blazen. En zo voeren we zo’n 2,5 uur op een prachtig blauwe zee op zoek naar schildpadden. Die moeten boven water ademhalen en dan zijn ze te zien. Schoonzus gilde op een moment “Ja, daar” en wees. Maar toen was Caretta al weer ondergedoken. Zelf geen schildpad gezien dus.
Ik maakte nog een foto van de zee en bedacht dat ik er later een schildpad in zou foto-shoppen. Maar natuurlijk heeft Google foto’s te over beschikbaar, dus dit is hem dan:
Langs het terras van een Vietnamees restaurant in het centrum staan deze planten. De grote bladeren lijken wat op klimop. Het is ook familie van de klimop, maar dit zijn echte naam is Fatsia Japonica.
Hoe druk het ook is op het Binnenwegplein, de meeuwen laten zich niet verjagen. Driftig stappen ze rond, hun kraaloogjes gericht op iedereen die iets eetbaars in zijn hand heeft. En dat zijn er op vrijdagavond nog wat mensen. Want overal staan eettentjes en zo rond zessen valt er dus heel wat te snaaien. Wat zou hij kunnen scoren…? Een kind laat een patatje vallen en hup, daar heeft de meeuw het al opgepikt. Er lopen ook wat duiven, maar die zijn een beetje dom. Voordat die in beweging komen, is de meeuw hen al voor. En alles wordt gulzig opgeslokt.
Deze kaart zag ik ergens onderweg, ik weet niet eens meer waar. Dat is toch leuk gevonden..? Die fiets, de mand voorop, de bloemen, het heeft allemaal iets heel vrolijks. Als je zo’n kaart krijgt, is je dag weer helemaal goed.
Telkens als ik hier langs loop vraag ik me af wat voor plantjes het zouden zijn. Ik denk dat het een soort sieruitjes zijn. Dat is heel makkelijk op te zoeken, maar dat heb ik tot nu toe niet gedaan. Zou ze ook best graag in de tuin willen hebben. Maar om nou met een schepje een paar plantjes uit het plantsoen te steken, dat gaat me te ver. Nu kijk ik er niet alleen met veel plezier naar, ook anderen kunnen er van genieten.
Dat niet iedereen er zo over denkt, blijkt wel uit een artikel dat ik vandaag in de krant las. In een natuurgebied in Drenthe stonden drie zeldzame orchis-plantjes. Die zijn nu “vakkundig” uitgegraven. Alleen drie gaten in de grond herinneren aan hun aanwezigheid. De dader ligt helaas op het kerkhof. Maar ik hoop natuurlijk dat zijn gestolen goed niet gedijt. Al blijft het eeuwig zonde van de leuke plantjes!