Zo een lekkere pot met “klassieke”pesto. Maar… pesto van eigen oogst basilicum.
Ik kocht, nog voor de C-crisis, gewoon bij de Lidl een pakketje met aarde, zaad en bakje en zaaide zoals het op de instructies stond. Ik keek de zaadjes de grond uit. Elke ochtend sproeien en kijken. Maar pas na een paar weken werd mijn geduld beloond.
En alsof die sprietjes toen haast hadden te groeien, schoten ze de grond uit. Nu staan er op het rek voor mijn keukenraam meerdere potjes met felgroene blaadjes. Die geuren zo heerlijk. En het smaakt ook verrukkelijk.
Het is maar een “moestuintje” van niks, maar het plezier is er niet minder om.
De TV-reclame duurt me vaak veel te lang. En dat niet alleen, het is schreeuwerig, vaak uiterst dom en onnodig. Want we hebben tenslotte alles al. En zouden we niet een beetje minder gaan doen? Nou dan!
Maar toch, zo nu en dan vind ik sommige reclames wel grappig. In ieder geval heel creatief bedacht. Zoals deze. Van zo’n stapel burger broodjesmonsters word ik vrolijk. Lekker zomers, weer eens wat anders dan anders.
En ik bewonder het brein dat zich hierop heeft mogen uitleven. Alle broodjes net iets anders. Met grote scheve tanden, een lange tong en uitpuilende oogjes. Dit vind ik nou goed bedacht.
Maar kopen? Nee, wij hebben geen barbecue en eten zelden burgers. Maar wie wel wil, kan deze week dus terecht bij de grootgrutter 😉
Vroeger kocht mijn moeder wel eens een mandje met kersen. Heerlijk, samen zaten we dan te smullen. Eerst de tweelingkersen uitzoeken en als oorbellen over je oren hangen. En dan zo’n zalig zoete kers in je mond steken, doorbijten, de pit net zo lang in je mond houden totdat ie helemaal glad en zonder vruchtvlees was.
Onze kinderen vonden kersen ook lekker. Oudste heeft eens een heel schaaltje met pit en al opgegeten. Dat schijnt niet zo goed te zijn. Desondanks is ie mooi groot gegroeid 😉
Vorige week las ik dat er bijna geen hoogstam kersenbomen meer zijn. En dat het beroep van kersenplukker daarmee dreigt uit te sterven. Op de foto staat een van de laatste kersenplukkers met een bak dikke, grote en donkerrode kersen.
Die zelfde soort kersen herkende ik op het taartje dat François Perret (de beste patissier ter wereld) voor zijn moeder bakte. Ook daarop dikke donkerrode kersen. Je zou denken nog met pit, maar binnenin zit een vulling (room, witte ganache… wie zal het zeggen?).
Wat zou ik zo’n taartje graag kunnen bakken. Maar dat is te hoog gegrepen voor deze thuisbakster.
Maar binnenkort wil ik toch eens een keer een kersenslof bakken. Dat zal beslist ook heel lekker zijn.
Peulvruchten zitten sowieso een keer ertussen, met een saus of als curry. Maar verder natuurlijk vooral verse groeten, die wel een beetje te bewaren zijn.
Vorige week had ik weer eens paprika mee genomen en daar maakte ik Shakshuka van. Dat is een recept waarin heel veel eigen variatie mogelijk. Leo vond het erg lekker en daarom deel ik het met jullie.
Bron: Google foto’s
Sahkshuka (voor 2 personen) 1 ui, gehakt 2 tenen knoflook, gehakt 1 pepertje, gehakt 3 paprika’s, gehakt 3 stengels bleekselderij, in blokjes 1 lenteui, gehakt ½ bosje peterselie, gehakt 2 tomaten, in kleine stukjes 1 eetlepel tomatenpuree 4 eieren 1 theelepel gemalen komijn 1 theelepel (gerookte) paprika ½ theelepel gemalen korianderzaad ½ theelepel oregano (olijf) olie om in te bakken
Verwarm de olie en fruit hierin de ui,
knoflook, pepertje en bleekselderij licht aan. Doe de
tomatenpuree erbij en bak even mee. Strooi de kruiden erover en roer
goed door. Voeg de paprika toe en laat alles ongeveer 5-10
minuten zachtjes bakken. Doe er eventueel wat water bij als het te
droog wordt. Voeg de tomaten erbij, net als de lenteui en
peterselie en laat alles nog even goed door bakken. Proef en breng op
smaak met zout en peper.
Maak in de groenten vier holletjes en breek daarin de eieren. Zet het vuur laag en laat de eieren stollen totdat het wit gaar is en de dooier eventueel nog wat zacht. Bestrooi de eieren nog met wat zout en peper en eventueel nog wat peterselie.
Koken en bakken is niet alleen heel leuk om te doen, het is ook leuk om naar te kijken. Ik heb op YouTube verschillende abonnementen van bekende patissiers tot aan gezellige koks of kokkinnen.
Een van de gezelligste vind ik zelf die van Jenny can cook, een van oorsprong Poolse Amerikaanse. Ze houdt van kleuren en dat is te zien aan haar keuken. Bekers, potten, lepels en spatels zijn allemaal vrolijk gekleurd en alles straalt een enorme gezelligheid uit.
En maakt ze ook lekkere dingen? Ja nou, en ook nog eens niet al te ingewikkeld. Al roerend en lepelend praat ze honderd uit, geeft adviezen en lacht daarbij voortdurend. Het is echt zo’n vrolijke keuken.
Laatst zag ik haar aardappel-pannenkoekjes maken. Dat stond dus ’s avonds op ons menu en waren heerlijk. Hier zie je hoe je die kunt maken:
Vroeger, toen ik nog aan de hand van moeder en vader, op vakantie naar Brabant ging, was het altijd vaste prik. Eerst asperges eten. Als ze erg duur waren in die tijd, kreeg ik alleen aspergesoep. Maar soms lagen de witte stengels in het gelid op mijn bord.
Asperges zijn er maar kort en dus moet je ze eten als ze er zijn. Vorige week kocht ik ze bij de grootsuper. Vraag me nou niet hoeveel ik daarvoor betaalde, want in deze vreemde tijd doe ik mijn boodschappen met een lijstje in mijn hand. Geen acht slaand op bonus of reclame, leg ik mijn zaken in de boodschappenkar. Ons geld besteden we nu aan niet veel meer dan de dagelijkse boodschappen.
Maar donderdag waren de asperges bij Appie uitverkocht. Pas ’s middags zouden nieuwe komen. En nog een keer in die rare boodschappenmodus, nee… Dan maar een alternatief voor de zondagse maaltijd.
Toch moest ik gisteren nog een keer naar het winkelcentrum en dus keek ik nog even in de supermarkt. Weer niks, maar verderop zit een groenteboer. Die bezoek ik zeer zelden, want hij is nogal aan de prijzige kant. Ik vroeg even, op de juiste afstand uiteraard, of hij asperges had. Jazeker, natuurlijk mevrouw. Dus wachtte ik netjes voor de winkel op mijn beurt om binnen te mogen. Ja, daar lagen ze. Mooie dikke roomwitte asperges. Hoeveel wilt u? Nou ja, een stuk of eh…. toen zag ik de prijs. Of ik even ook roomwit uitsloeg weet ik niet, maar slikken deed ik wel. Doet u maar… even aarzelde ik. Doet u er maar 8, zei ik resoluut. Het totaal bedrag benam me nog even de adem.
Er komen straks nog vele dagen met genoeg vrije tijd om over die exorbitante prijs na te denken. Maar mijn schoondochter heeft gelijk, dat is geen groenteboer, dat is een groentenjuwelier.
Vorige week lag er courgette, bleekselderij, puntpaprika en bosuitjes voor het grijpen. En ik had ook nog een stukje Halloumi met chili. Dat is kaas uit Cyprus, die je heerlijk goudbruin kunt bakken. Soms is het te koop bij Lidl en omdat je het lang kunt bewaren, koop ik dan wat pakjes. Uien en knoflook zijn altijd in voorraad. En oh ja, dat restje crème fraiche moest ook op. Dit werd het uiteindelijk:
Cypriotische macaroni voor 2 personen 1 flinke ui, gesnipperd 2 tenen knoflook, gesnipperd 1 puntpaprika, in stukjes gesneden 3-4 stengels bleekselderij, in kleine boogjes 1 courgette in blokjes 2-3 tomaten, in stukjes 2-3 lenteuitjes, gesneden 1-1,5 eetlepel crème fraiche (olijf)olie oregano, peper en zout naar smaak 150 gram. Halloumi (met chili) 150 gram elleboog macaroni
Snijd de Haloumi in plakken van ongeveer 1 cm. Droog de kaas goed en bak ze in de hete olie tot de plakken goudbruin zijn. Schep de kaas op een bord en laat het afkoelen. Snij het dan in kleinere blokjes. Fruit de ui in de resterende olie tot die goed glazig is.Doe de knoflook erbij en laat ook even mee fruiten. Voeg dan paprika, bleekselderij, tomaten en lente ui toe. Bestrooi met wat oregano en peper en zout naar smaak. Laat even goed bakken. Voeg de courgette toe en laat alles nog ongeveer 10 minuten smoren. Snij de kaas in kleinere blokjes en meng die met de crème fraiche door de saus. Kook ondertussen de macaroni gaar en giet deze af. Doe de macaroni in de pan met saus en roer alles goed door. Serveer, eventueel bestrooid met wat fijn geknipte peterselie.
Veel eten gooide ik al nooit weg. Meestal vind ik wel een mogelijkheid om restjes op te maken. Maar nu ben ik helemaal niet van plan om ook maar een kruimel weg te gooien. Wie weet hoe hard we alles nog nodig hebben.
Ook eten haal ik heel overwogen in huis. Ik heb weer een menu voor een aantal dagen, zodat ik weet wat ik nodig heb. De kwetsbare groenten gaan het eerst op, de houdbare blijven nog even in de koelkast of berging. Hou ik ergens een klein stukje van over, dan gaat het terug in de koelkast. Ook heb ik een zak met groenteresten in de diepvries. Daar maak ik dan na verloop van tijd bouillon van.
En hadden we vaak genoeg wel drie of zelfs meer soorten kaas of vleeswaar op tafel staan, nu wordt dat beperkt. Ik speel zo’n beetje de rantsoenmeester. Alleen voor de voorraad bier en dranken heb ik geen volmacht, dat is de taak van Leo. Maar daar hoef ik me ook geen zorgen over te maken, hij doet dat uitstekend. Zijn biertje en mijn wijntje blijven dus nog steeds gegarandeerd. 😉 😉 😉
Al een paar keer maakte ik deze lekkere Marokkaanse bonensoep. Goed vullend, zonder vlees maar met een heerlijke smaak. En ook vandaag zet ik hem weer op tafel. Ik serveer er een volkoren broodje bij.
Voor 4-5 personen:
groot blik witte bonen blik tomatenblokjes 2 uien 3 teentjes knoflook 1 winterwortel 3-4 stengels bleekselderij 1 gele of groene paprika 2 tl ras-el-hanout 1 tl kurkuma 1 tl komijn ½ bosje verse peterselie of koriander ½ liter groentebouillon (olijf)olie om te bakken Peper en zout
Snijd uien en knoflook fijn. Verwarm de olie in een grote pan en fruit hierin de uien en knoflook. Snijd wortel, bleekselderij en paprika in blokjes en voeg deze bij de uien/knoflook en laat even meebakken. Strooi de ras-el-hanout, kurkuma en komijn over de groenten en roer goed door. Voeg de tomatenblokjes en de groentebouillon toe en breng aan de kook. Laat alles zachtjes 12 tot 15 minuten op laag vuur pruttelen. Voeg dan de witte bonen toe en warm alles nog ca. 5 minuten goed door. Breng op smaak met peper en zout en bestrooi met gehakte peterselie, of voor de liefhebbers, koriander
EET SMAKELIJK!!
PS: Vaak word aangeraden de bonen af te spoelen. Maar ik vind dat zonde, want dan spoel je ook alle voedingsstoffen in het vocht weg. Dus gaat bij mij het hele blik, met nat en al, er in.