Toeren

Ook in Amersfoort lag ons hotel aan de rand van het bos, waarop wij uit onze kamer op keken.

Vanuit Amersfoort reden we de volgende dag naar Spakenburg. En dat is stil op een druilerige zondagmorgen. We waren er al jaren eerder geweest, toen op een zonnige dag. En midden in het toeristenseizoen, dus met een drukte van belang. De stilte van nu gaf alles echt een bijzondere sfeer. Daar konden donkere wolken niks aan af doen.

En in zo’n stadje kijk ik graag bij mensen binnen. Iedereen heeft zo zijn eigen manier om zijn huis in te richten. En vensterbanken geven zo een leuk inkijkje. Bij de een zie je katten in diverse kleuren, de ander heeft een bijbelspreuk neer gezet en weer een ander houdt duidelijk van het maritieme leven.

Toeren

Van Drenthe uit reden we naar de Veluwe, naar Hoenderloo. Het hotel was dit keer wat anders van opzet en besloeg diverse locaties. Wij hadden een kamer in een popperig huisje. Met een terras erbij en uitzicht op weer een mooie tuin. We kregen zelfs meteen visite. Die de 1,5 meter goed in de peiling hield en wegsprong toen ik hem van dichterbij wilde begroeten 😉

Vanuit het hotel stapte je meteen het bos in. En daar is altijd wel iets te vinden. Paddenstoelen, torren, hazelwormen, pas gehakte bomen waar de hars een mooi patroon op tekende. En her en der bomen met een rode verfstip. Zouden die binnenkort ook omgehakt worden?

De volgende dag reden we naar de Hooge Veluwe en maakten er een wandelingetje nabij het Sint Hubertus Jachtslot. Jaren geleden was ik daar ook en toen maakte het een verpletterende indruk op me. Nu was dat iets minder.

En ja, zeg nou zelf. Wat eet je op de Veluwe? Een pannenkoek, natuurlijk. En die smaakte ons zo als vanouds.

Daarna reden we naar Gortel, een zo’n kleine vlek op de kaart dat de navigatie er niet naar toe wou. Maar met een ouderwetse wegenkaart kom je er ook. Het is een beschermd dorpsgezicht. Piepklein, maar heel sfeervol en stil.

En dan is het alweer tijd om de koffer in te pakken voor een volgende etappe.

Hunebedden

In Drenthe zijn en geen hunebed zien, dat kun je natuurlijk niet maken. Dus reden we, op weg naar onze volgende etappe, naar Rolde.

Zo’n hunebed is geweldig groot en het is onbegrijpelijk dat mensen dit, in een tijd zonder de nu zo broodnodige machines, konden maken. Stenen die meer dan manshoog zijn, opgestapeld alsof het pakjes brood zijn. Ik vond het zeer indrukwekkend. Op de een of andere manier voelde de sfeer er ook een beetje “buitenaards”. Maar misschien speelde mijn verbeelding me parten.

Toeren

Na alle Corona-ellende waren we toe aan een paar dagen weg. Even een frisse neus en een andere kijk op de wereld krijgen. We boekten een “roadtrip”.

Via allerlei binnenwegen en weggetjes reden we naar Drenthe. En dan kom je door plaatsen waar je nog nooit van gehoord hebt.

Laat in de middag kwamen we aan in een heerlijk gelegen hotel voor onze eerste etappe. En met dit uitzicht konden we wel tevreden zijn.

De volgende dag besloten we te gaan wandelen. Niet zo’n lange wandeling, maar zelfs 2,5 kilometer bleken te veel voor mijn geplaagde knie.

Hoe jammer ook, halverwege kon ik echt niet meer verder. Dus een bankje opzoeken. Helaas, die bleken niet voorhanden te zijn. Maar op een omgekeerde voederbak kon ik ook wel even uitrusten. Daarna liepen we terug, in een zeer rustig tempo. Het laatste stuk liep Leo alleen naar de auto. Wat was ik blij weer in ons karretje plaats te kunnen nemen.

Die knie wordt echt niet veel beter meer. Ik moet het dus doen met wat ik kan en de ene dag gaat dat beter dan de andere.

Maar op kleine stukjes kun je ook genieten en wie het kleine niet eert….!

‘sMiddags reden we naar Orvelte, het museumdorp. Dat hadden meer mensen bedacht, dus toen het begon te regenen waren we daar al gauw weer weg.
Te druk en ook… te toeristisch. Jammer.

Zo als verwacht…

Vorige week maakten we een toer door Nederland, van Drenthe tot aan Brabant. Want een reisje naar het buitenland zagen we nog even niet zitten.

Maar ook Nederland kent vele mooie plekken, die we nog nooit bezocht hadden. Zo’n reis bleek een heel leuke ervaring. En gelukkig speelde het weer ons in de kaart. Bijna elke dag konden we buiten lunchen en viel de regen voornamelijk ’s nachts.

Alle indrukken moet ik nog op een rijtje zetten. Voor vandaag hou ik het bij een foto uit Spakenburg.

“Behouden Vaart” staat er boven de deur, die ook van een glas-in-lood raam met een zeilbootje op een stormachtige zee was voorzien. Tja, zoiets is daar natuurlijk te verwachten.

Ik had de hele deur gefotografeerd, maar zag later dat er duidelijk de naam van de bewoners op te lezen stond. Dat was me te veel inbreuk op de privacy. Dus dat zeilbootje moeten jullie zelf maar er bij bedenken 😉

Klein, kleiner….

We hebben nog helemaal geen plannen om te verhuizen. Toch bekijk ik graag filmpjes van “tiny houses”. Vooral omdat sommige mensen in hun hang naar klein, kleiner, kleinst hun huis(je) tot op de millimeter hebben uitgedokterd.

Er bestaan een aantal YouTube-kanalen met allerlei filmpjes en een daarvan bekijk ik met veel plezier: “Never too small” .

De filmpjes duren niet al te lang en geven een mooi inzicht hoe mensen problemen oplossen. Soms is het nogal voor de hand liggend, soms is het zo ingenieus uitgedacht.

Wie deze flat wil bekijken, klikt op de link. En vindt dan vanzelf nog veel andere filmpjes.

Nou ja, het is een beetje vergelijkbaar met “gluren bij de buren”. Eén van mijn “guilty pleasures” 😉

Waar was tie nou…?

Vorig jaar wilden de Ganzen een nieuwe wandeling maken. Route uitgestippeld, afspraken gemaakt. Maar het ging niet door. Omdat in dat gebied de eikenprocessierups zou huizen. En daar wilden we niet aan bloot gesteld worden.

Bron: Google foto’s

Dit jaar werd er een hele tijd niet in groepsverband gewandeld. Maar half Nederland trok in die tijd wel de wandelschoenen aan en liep van hort naar haar. De kranten stonden vol, maar over die akelige eikenprocessierups hebben we maar heel incidenteel gehoord. Nauwelijks mag ik wel zeggen.

En dat vind ik dan weer heel vreemd. Want als dat beestje jaren achtereen voor veel last zorgt, zouden die beesten dan in dit jaar ineens bijna weg zijn? Ik kan het nauwelijks geloven….!

Of waren we veel te veel bezig met dat nare C-virus? Werd daardoor alles overschaduwd? Wie het weet, mag het zeggen.