Wandelen

Afgelopen donderdag nam De Ganzenpas de metro naar Coolhaven, om vandaar uit een wandeling te maken. Die route had ik uitgezet en binnenkort zal ik bloggen hoe ik dat doe.
We liepen via de Rochussenstraat over de Lage Erfbrug via het schilderachtige Delfshaven naar het Dakpark. Dat park ligt letterlijk op het dak van een aantal grote winkels en een parkeergarage. Je zou het niet zeggen als je er loopt. Er is een mooie mediterrane tuin, speelweides voor kinderen, waterwerken en een mooie wandelweg. Een gebied dat vroeger nogal grauw en verwaarloosd was en zeker niet nodigde tot wandelen, maar nu heerlijk groen en levendig is. In het deel dat heringericht wordt, zagen we konijnen vanachter een hek. Ze waren zo druk, dat we ze moeilijk op de foto kregen. Vandaar dat het een konijnenkontje is geworden 😉 .
We hielden een plaspauze bij Café Ooms, waar we zo maar zelfgebakken cake bij de koffie kregen. Leuke verrassing van de vrolijke en gastvrije cafémevrouw.
We liepen verder naar Spangen, waar mijn roots liggen. Door het Justus van Effencomplex, via de Van Lennepstraat naar het Sparta Kasteel en over de Mathenesserdijk terug naar de Lage Erfbrug. De Van Lennepstraat is in al die jaren zo veranderd, dat ik de deur van mijn oude huis niet meer kon terugvinden. Wel de ingang naar de kleuterschool, al is daar nu een heel ander soort school in gehuisvest.
Nog even een drankje en wat te eten bij Café Soif en dan weer huiswaarts.
De app-jes na afloop toonden dat mijn mede-ganzen zo’n toeristentochtje in hun eigen stad ook leuk gevonden hadden.

(klik op een foto om te vergroten)

Drukte

Het vaak druk in Rotterdam, zeker in de buurt van de Wilhelminakade. Er komen cruiseschepen aan, er zijn grote gebouwen met kantoren, waarin vele mensen werken. Er is een hotel, een bioscoop, museum. Dus drukte is niet zo verwonderlijk.
Maar toen we afgelopen maandag uit die bioscoop kwamen, was het toch wel uitzonderlijk druk daar voor een maandagmiddag. En waar stonden al die mensen dan naar te kijken? Ik keek nog eens rond, kreeg een beetje bang vermoeden. Er zou toch geen terreuralarm zijn, een bommelding in de Rotterdam?

Maar nee, gelukkig. Het ging alleen om een brandoefening. En dat was voor al die kantoormensen zeker geen straf. De zon scheen, ze kletsten met elkaar. Het was gewoon erg gezellig. Leuke onderbreking van een doodgewone maandag.

Bewaren

Wales

De natuur in Wales was voor ons een openbaring. Zo groen, zo rustig, zo weids en met onnoemelijk veel schapen. Die witter zijn dan bij ons, maar dat zal wel door de schone lucht komen. Met kleine, pittoreske dorpjes, stoere huizen en gezellige pubs.
De dorpjes liggen nogal verspreid in het landschap en door de bochtige en smalle wegen kun je niet zo snel van de ene plaats naar de andere gaan. Er is nog stilte, al raast de wind soms langs je oren.
We gingen een dag naar Abergavenny. En ja, die dag zat dat liedje aldoor in mijn oren. Abergavenny is een leuk plaatsje. Er was een rommelmarkt, maar dat is in Groot Brittannië niet ongewoon. We keken er natuurlijk even rond, dronken koffie en gingen naar de kasteelruïne. Het was prachtig weer, dus picknickten we in het gras.
Onze standplaats was Dolgellau, waar we logeerden in een huis uit 1840. Romantisch begroeid met klimop en wingerd. De huiskat kwam regelmatig langs met een vers gevangen muis, zeer tot onsteltenis van de huisbazin.
We reden, via Machynlleth, Aberdovey en verder, langs de kust, naar Llangelinin en via een binnenweg terug naar Dolgellau.
De volgende dag reden we wat verder noordwaarts, naar Porthmadog en langs een riviertje met veel vissende mannen naar Beddgelert. (klik op een foto om te vergroten)

En toen, helaas zaten onze dagen in Wales er al weer op. Maar we komen vast nog wel eens terug. Er zijn al vage plannen… dus wie weet…

Verdwenen…

bron: Google afbeeldingen

Ik kan me herinneren dat zo ergens in mei mijn moeder de aardappelen niet meer lekker vond. Dat waren ze ook niet meer, ze liepen een beetje uit, waren gebutst en de smaak was…. nou ja… Nee, het smaakte niet meer. Verlangend zei mijn moeder dan: “Nog even, dan komen er weer nieuwe aardappeltjes.” En ja, als die bij de groenteman lagen, was het een klein beetje feest. Mijn moeder kookte een grote pan. Veel meer dan we normaal aten. Daarnaast zette ze een schaaltje met roomboter en telkens namen we dan zo’n aardappeltje, haalden dat door de boter en aten het op. ik. Die aardappeltjes werden vaak ook gebakken. Dat was helemaal een traktatie. Kom daar nu eens om. Het hele jaar kunnen we verse aardappels kopen, in soorten en maten, met en zonder schil en al dan niet voorgekookt. Maar die smaak van die nieuwe aardappeltjes, mmm…..
Er zijn trouwens nog wel meer van dat soort gelegenheden. De eerste groene haring, de eerste mosselen en als er weer volop aardbeien waren of kersen. We kunnen het nu elke dag kopen en doen dat ook. De hoge prijs is vaak van ondergeschikt belang. Maar nogmaals, zo lekker als toen, nee….. Gek toch, hoe zou dat nou komen?

Verkeersbord

De eerste keer dat we dit bord in Groot Brittannië zagen, dachten we dat het om een grap ging. Overstekend wild, overstekende kinderen en och, nou ja, overstekende oudjes. Maar het is waarschijnlijk een officieel bord, want we kwamen het meerdere malen tegen. Waarom er nou zo duidelijk op ouderen gefocust werd, is ons niet duidelijk. Misschien was in de buurt wel een seniorenflat? Maar goed, we werden er opmerkzaam op gemaakt en Leo paste beleefd zijn snelheid aan.
Zou zo’n bord hier ook werken? Of krijgen we dan weer protesten over leeftijds-discriminatie?

Bewaren

Water

Bron: De Urbanisten

Afgelopen vrijdag volgden we een heel interessant Bibliotheek-college door Florian Boer van De Urbanisten.
Door klimaatveranderingen ontstaan problemen, zoals de soms enorme hoosbuien die regelmatig voorkomen. In de stad lopen dan straten onder, wordt het verkeer ontregeld en weten we niet waar we al dat water zo snel moeten laten. Je zou denken, leg grotere riolen aan. Maar dat is wel een heel simpele benadering. Want waar laat je al die grote buizen in een straat, waar al zo veel in de grond zit? En waarom zou je dat ook doen, want bij een normale regenbui voldoet het riool toch prima?
De Urbanisten kwamen met het plan de stad te voorzien van opvangbassins in de vorm van “waterpleinen”. Die staan normaal droog, maar kunnen bij hevige regenval vollopen. Inmiddels zijn er in Rotterdam al diverse pleinen, zoals het Benthem-plein,  op die manier ingericht. En het werkt!!
De omgeving wordt aangepast, zodat het regenwater van de omliggende daken richting opvang geleid wordt, er wordt beplanting aangebracht. Dat is niet alleen ter verfraaiing, maar zorgt ook voor een betere wateropvang. Bewoners probeert men zoveel mogelijk bij die plannen te betrekken en kijk… dat zorgt weer voor een betere verstandhouding onderling. Win-win-situatie, zou ik zo zeggen.
En dit van oorsprong Rotterdamse idee vindt inmiddels veel bijval in het buitenland. Want het is natuurlijk niet alleen een probleem van ons. Ook in het buitenland valt de regen soms met bakken uit de hemel.
Dit animatie-filmpje laat zien hoe het er zou gaan uitzien. Inmiddels is het Benthem-plein klaar. Binnenkort ga ik daar eens foto’s maken. Wordt dus vervolgd…. 😉

 

Bewaren

Bewaren

Water

Afgelopen week schreef Bertie een blogje over een (al dan niet) gratis glaasje water in een restaurant. In Nederland doen ze daar vaak moeilijk over, belachelijk moeilijk soms. Moet je een glaasje “bron” water kopen, alleen maar omdat je je pilletje wilt innemen.
In andere landen zijn ze veel soepeler. In Frankrijk komt de ober meteen al met en kan of fles water en glazen aan en ook in Groot Brittannië hebben we dat regelmatig meegemaakt. Zo hoort het natuurlijk ook. Want wat kost zo’n fles uit de kraan nou eigenlijk?
Maar het kan nog beter. Want ook je hond wil zijn dorst wel lessen na een flinke wandeling. En dus zie in Engeland en Wales overal bakken staan met water voor de hond, bij cafés, restaurants. Maar dus ook bij het station. Gewoon, service van de Great Western Railway. Dat is toch heel (dier) vriendelijk? En ze hebben daar niet een een PvdD…… 😉

Bewaren

Taal

Rotterdam heeft een eigen taal, nou ja…. Sommige dingen zeggen we wat anders dan elders in Nederland. Ik denk dat elke stad of streek wel wat “eigen” woorden heeft.
Maar in de haven zijn er van die vaste uitdrukkingen, zeker in vroeger tijd. Nu is het misschien wat anders, maar toen, toen balen nog op de rug genomen werden, de hijskranen stukgoed uit ruimen tilde, toen alles nog niet zo snel… Nou ja, toen, je weet wel… toen…

Oxford

Al lange tijd wilde ik naar Oxford toe. Oxford, de stad van de beroemde universiteit, van Alice in Wonderland, van Morse en Lewis en Hataway, de detectives. We gingen met de trein, vanaf het kleine stationnetje van Evesham. Natuurlijk is één dag niet genoeg. Maar ja, roeien met de riemen, want meer dan die dag hadden we niet.
Van te voren had ik een wandeling uitgezet, die ons langs de meeste colleges en gebouwen zou leiden. Dus stevenden we van af het station meteen richting centrum, liepen langs de Carfax Tower en bezochten de Covered Market. Een verzameling oude winkeltjes met veel eettentjes, maar ook slagerijen, hoeden- en bloemenwinkels.
Er werden veel anjers verkocht, want met een anjer kon je laten zien dat je geslaagd was en de kleur verraadt dan waarvoor. We zagen dan ook studenten met zo’n bloem op hun toga.
We liepen Saint Aldates Street in, waar het stadhuis staat en de hoofdingang van Christ Church College is. Het leek me vertrouwd na het lezen van Alice Lidell’s biografie, al liepen de toeristen hier heel anders gekleed dan de meisjes Lidell in hun tijd.
We wandelden over de Meadows en wilden naar Magdalen College. Helaas, de studenten zaten aan hun maaltijd dus…. sorry, no entrance. Het hek was en bleef dicht. Er zat niets anders op om terug te lopen en via de High Street onze wandeling te vervolgen. Onderweg lesten we onze dorst in een donkere pub. Leo met een pint of bitter, ik met eenzelfde hoeveelheid cider.
Het was best warm en onze tijd beperkt, dus bekeken we al die mooie gebouwen, zoals Radcliffe Camera en de Bodleian Library alleen van de buitenkant. Aan het eind van de middag liepen we onder de “Bridge of Sighs” door en kwamen we via allerlei steegjes bij de Turf Tavern, waar we bier en cider dronken maar ook aten. Leo koos voor worstjes en aardappelpuree met de onvermijdelijke groene erwten. Ik nam een burger, iets minder traditioneel.
Onze voeten begonnen te protesteren en via een grote boekenwinkel liepen we terug naar het station.
We hebben nog maar een klein deel van Oxford gezien en gaan er vast nog eens naar toe. Maar dan met meer tijd, zodat we op meer ons gemak van alles kunnen genieten en ook in de omgeving van Oxford kunnen wandelen.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Beleefd

Nederland is een land van verboden, regels en verordeningen. Wij zijn streng, heffen snel het vingertje en zetten soms zelfs het nummer van een wetsartikel op het verbodsbord.
Engelsen zijn een stuk vriendelijker. Oh ja, er zijn vast wel heel erge bromberen te vinden. Maar kijk nou op dit bordje. “wilt u a.u.b. hier geen fietsen neer zetten. Dank u”. En dan doet ook niemand dat. In de verste verte geen fiets te bekennen. Dat soort dingen vallen mij dan op. Ook hoe ze nog steeds keurig in een rij staan te wachten. En in de trein ergens anders gaan zitten, zodat jij met je man samen op één bank kunnen.

We gingen met de trein naar Oxford en ik was op een gereserveerde plaats gaan zitten. In een normale trein, dus ik verwachtte dat niet. Toen wat stations verder een man instapte en zijn plaats wilde innemen, stond ik uiteraard op. Maar hij kon nog ergens anders zitten, dus…. nee,nee , no problem. Ik was stomverbaasd, maar ook blij verrast.

Bewaren

Bewaren