Ik kan me herinneren dat zo ergens in mei mijn moeder de aardappelen niet meer lekker vond. Dat waren ze ook niet meer, ze liepen een beetje uit, waren gebutst en de smaak was…. nou ja… Nee, het smaakte niet meer. Verlangend zei mijn moeder dan: “Nog even, dan komen er weer nieuwe aardappeltjes.” En ja, als die bij de groenteman lagen, was het een klein beetje feest. Mijn moeder kookte een grote pan. Veel meer dan we normaal aten. Daarnaast zette ze een schaaltje met roomboter en telkens namen we dan zo’n aardappeltje, haalden dat door de boter en aten het op. ik. Die aardappeltjes werden vaak ook gebakken. Dat was helemaal een traktatie. Kom daar nu eens om. Het hele jaar kunnen we verse aardappels kopen, in soorten en maten, met en zonder schil en al dan niet voorgekookt. Maar die smaak van die nieuwe aardappeltjes, mmm…..
Er zijn trouwens nog wel meer van dat soort gelegenheden. De eerste groene haring, de eerste mosselen en als er weer volop aardbeien waren of kersen. We kunnen het nu elke dag kopen en doen dat ook. De hoge prijs is vaak van ondergeschikt belang. Maar nogmaals, zo lekker als toen, nee….. Gek toch, hoe zou dat nou komen?
Category Archives: Fotografie
Verkeersbord
De eerste keer dat we dit bord in Groot Brittannië zagen, dachten we dat het om een grap ging. Overstekend wild, overstekende kinderen en och, nou ja, overstekende oudjes. Maar het is waarschijnlijk een officieel bord, want we kwamen het meerdere malen tegen. Waarom er nou zo duidelijk op ouderen gefocust werd, is ons niet duidelijk. Misschien was in de buurt wel een seniorenflat? Maar goed, we werden er opmerkzaam op gemaakt en Leo paste beleefd zijn snelheid aan.
Zou zo’n bord hier ook werken? Of krijgen we dan weer protesten over leeftijds-discriminatie?
Water
Afgelopen vrijdag volgden we een heel interessant Bibliotheek-college door Florian Boer van De Urbanisten.
Door klimaatveranderingen ontstaan problemen, zoals de soms enorme hoosbuien die regelmatig voorkomen. In de stad lopen dan straten onder, wordt het verkeer ontregeld en weten we niet waar we al dat water zo snel moeten laten. Je zou denken, leg grotere riolen aan. Maar dat is wel een heel simpele benadering. Want waar laat je al die grote buizen in een straat, waar al zo veel in de grond zit? En waarom zou je dat ook doen, want bij een normale regenbui voldoet het riool toch prima?
De Urbanisten kwamen met het plan de stad te voorzien van opvangbassins in de vorm van “waterpleinen”. Die staan normaal droog, maar kunnen bij hevige regenval vollopen. Inmiddels zijn er in Rotterdam al diverse pleinen, zoals het Benthem-plein, op die manier ingericht. En het werkt!!
De omgeving wordt aangepast, zodat het regenwater van de omliggende daken richting opvang geleid wordt, er wordt beplanting aangebracht. Dat is niet alleen ter verfraaiing, maar zorgt ook voor een betere wateropvang. Bewoners probeert men zoveel mogelijk bij die plannen te betrekken en kijk… dat zorgt weer voor een betere verstandhouding onderling. Win-win-situatie, zou ik zo zeggen.
En dit van oorsprong Rotterdamse idee vindt inmiddels veel bijval in het buitenland. Want het is natuurlijk niet alleen een probleem van ons. Ook in het buitenland valt de regen soms met bakken uit de hemel.
Dit animatie-filmpje laat zien hoe het er zou gaan uitzien. Inmiddels is het Benthem-plein klaar. Binnenkort ga ik daar eens foto’s maken. Wordt dus vervolgd…. 😉
Water
Afgelopen week schreef Bertie een blogje over een (al dan niet) gratis glaasje water in een restaurant. In Nederland doen ze daar vaak moeilijk over, belachelijk moeilijk soms. Moet je een glaasje “bron” water kopen, alleen maar omdat je je pilletje wilt innemen.
In andere landen zijn ze veel soepeler. In Frankrijk komt de ober meteen al met en kan of fles water en glazen aan en ook in Groot Brittannië hebben we dat regelmatig meegemaakt. Zo hoort het natuurlijk ook. Want wat kost zo’n fles uit de kraan nou eigenlijk?
Maar het kan nog beter. Want ook je hond wil zijn dorst wel lessen na een flinke wandeling. En dus zie in Engeland en Wales overal bakken staan met water voor de hond, bij cafés, restaurants. Maar dus ook bij het station. Gewoon, service van de Great Western Railway. Dat is toch heel (dier) vriendelijk? En ze hebben daar niet een een PvdD…… 😉
Taal
Rotterdam heeft een eigen taal, nou ja…. Sommige dingen zeggen we wat anders dan elders in Nederland. Ik denk dat elke stad of streek wel wat “eigen” woorden heeft.
Maar in de haven zijn er van die vaste uitdrukkingen, zeker in vroeger tijd. Nu is het misschien wat anders, maar toen, toen balen nog op de rug genomen werden, de hijskranen stukgoed uit ruimen tilde, toen alles nog niet zo snel… Nou ja, toen, je weet wel… toen…
Oxford
Al lange tijd wilde ik naar Oxford toe. Oxford, de stad van de beroemde universiteit, van Alice in Wonderland, van Morse en Lewis en Hataway, de detectives. We gingen met de trein, vanaf het kleine stationnetje van Evesham. Natuurlijk is één dag niet genoeg. Maar ja, roeien met de riemen, want meer dan die dag hadden we niet.
Van te voren had ik een wandeling uitgezet, die ons langs de meeste colleges en gebouwen zou leiden. Dus stevenden we van af het station meteen richting centrum, liepen langs de Carfax Tower en bezochten de Covered Market. Een verzameling oude winkeltjes met veel eettentjes, maar ook slagerijen, hoeden- en bloemenwinkels.
Er werden veel anjers verkocht, want met een anjer kon je laten zien dat je geslaagd was en de kleur verraadt dan waarvoor. We zagen dan ook studenten met zo’n bloem op hun toga.
We liepen Saint Aldates Street in, waar het stadhuis staat en de hoofdingang van Christ Church College is. Het leek me vertrouwd na het lezen van Alice Lidell’s biografie, al liepen de toeristen hier heel anders gekleed dan de meisjes Lidell in hun tijd.
We wandelden over de Meadows en wilden naar Magdalen College. Helaas, de studenten zaten aan hun maaltijd dus…. sorry, no entrance. Het hek was en bleef dicht. Er zat niets anders op om terug te lopen en via de High Street onze wandeling te vervolgen. Onderweg lesten we onze dorst in een donkere pub. Leo met een pint of bitter, ik met eenzelfde hoeveelheid cider.
Het was best warm en onze tijd beperkt, dus bekeken we al die mooie gebouwen, zoals Radcliffe Camera en de Bodleian Library alleen van de buitenkant. Aan het eind van de middag liepen we onder de “Bridge of Sighs” door en kwamen we via allerlei steegjes bij de Turf Tavern, waar we bier en cider dronken maar ook aten. Leo koos voor worstjes en aardappelpuree met de onvermijdelijke groene erwten. Ik nam een burger, iets minder traditioneel.
Onze voeten begonnen te protesteren en via een grote boekenwinkel liepen we terug naar het station.
We hebben nog maar een klein deel van Oxford gezien en gaan er vast nog eens naar toe. Maar dan met meer tijd, zodat we op meer ons gemak van alles kunnen genieten en ook in de omgeving van Oxford kunnen wandelen.
Beleefd
Nederland is een land van verboden, regels en verordeningen. Wij zijn streng, heffen snel het vingertje en zetten soms zelfs het nummer van een wetsartikel op het verbodsbord.
Engelsen zijn een stuk vriendelijker. Oh ja, er zijn vast wel heel erge bromberen te vinden.
Maar kijk nou op dit bordje. “wilt u a.u.b. hier geen fietsen neer zetten. Dank u”. En dan doet ook niemand dat. In de verste verte geen fiets te bekennen. Dat soort dingen vallen mij dan op. Ook hoe ze nog steeds keurig in een rij staan te wachten. En in de trein ergens anders gaan zitten, zodat jij met je man samen op één bank kunnen.
We gingen met de trein naar Oxford en ik was op een gereserveerde plaats gaan zitten. In een normale trein, dus ik verwachtte dat niet. Toen wat stations verder een man instapte en zijn plaats wilde innemen, stond ik uiteraard op. Maar hij kon nog ergens anders zitten, dus…. nee,nee , no problem. Ik was stomverbaasd, maar ook blij verrast.
Wifi, maar toch…
Britten zijn echt “quite different”.
In het hele land loopt iedereen, net als elders in de wereld, met een smartphone. In bijna elk B&B was wel wifi. Misschien niet altijd echt om over naar huis te schrijven maar toch. Een ouderwetse telefoon zal dus ook in Groot Brittannië wel totaal in onbruik geraakt zijn. Hier zijn inmiddels de cellen met een lantaarntje te zoeken. Maar als je denkt dat Engelsen dan meteen alle telefooncellen van de straat halen, dan heb je het toch mis.
Die laten ze gewoon staan. En als ik me niet vergis, kun je ze zelfs nog steeds gebruiken. Om te bellen, maar ook om een tekstbericht te sturen. Helemaal zeker ben ik daar niet van, maar die knalrode hokjes geven het straatbeeld wel een heel speciale sfeer.
Vakantie
Wekenlang kijk je er naar uit en dan… is het ook alweer voorbij. Eigenlijk waren de 11 dagen in Engeland en Wales te kort. We hadden gekozen voor een reis, waarbij alles van te voren vastlag. Makkelijk dat wel. Maar voortaan doen we het toch weer zelf. Op internet stond een aantrekkelijke reis voorgeschoteld. Maar toen puntje bij paaltje kwam bleken de bestemmingen anders te zijn. Jammer, want nu ervoeren wij de reisdagen als soms te lang, maar ook soms te kort. En de B&B-adressen zouden wij niet allemaal gekozen hebben. Niet vanwege de overdaad aan roze rozen en kwikken en strikken in het interieur, maar meer vanwege de plek waar ze soms waren. Of vanwege de afstand tot de plaatsen die wij beslist wilden bezoeken.
Maar desondanks hebben we het toch heel fijn en gezellig gehad. Groot Brittannië is prachtig. Zeker als je de binnenwegen neemt. Dan rij je mijlenlang door een landschappelijk platenboek, ontdek je dorpjes waar je zo een TV serie kunt opnemen. Zie je huisjes met bloemen aan de muren en in de tuinen, waar romantische kleuren elkaar beconcurreren. En we boften met het weer. Zon, warmte, bijna elke dag en nauwelijks regen. Leo reed vrolijk en behendig links en nam de honderden “roundabouts” met gemak. En ik…. ik liet me prinsheerlijk rijden.
Binnenkort vertel ik er uiteraard meer over, maar in de diashow krijg je alvast een indruk wat we zoal gezien hebben:
Krullen
Dit is toch een zeldzaam gezicht aan het worden. Her en der in vooral Amsterdam kom je ze nog wel tegen, zoals hier in de Jordaan. Maar ik geloof niet dat er nog zo een bestaat in Rotterdam. Daar waren ze trouwens een beetje anders, van beton vaak. Niet altijd erg fris ruikend, maar voor mannen met hoge nood toch wel een uitkomst.
Ik herinner me nog wel dat mijn vader ook wel eens even ging plassen. Dat ikzelf en mijn moeder het maar moesten ophouden, vond ik vreemd. Helaas, nog steeds is dat niet veranderd. Wij moeten ons heil nog steeds zoeken in een cafeetje of warenhuis 🙁 🙁





