
Zomaar ineens was het er…! Een gezellig terras, midden op het grote plein waar normaal de markt gehouden wordt. Met wat kraampjes, eet- en drinkstandjes en lummelende mensen, die genoten van de zon.
En daar zat hij… Een man, die ik zou bestempelen als “Paradijsvogel”. Heerlijk op zijn gemak, tafeltje, glaasje wijn en gekleed als…. Ja hoe zou je dat omschrijven? Netjes, maar beslist niet doorsnee. En dat hoofd, pure inspiratie voor schilders en fotografen. Ik raapte al mijn moed bij elkaar en vroeg of ik hem fotograferen mocht en die foto mocht gebruiken op mijn blog. “Geen enkel bezwaar, maar… ik wil wel weten wat je over me schrijft.” Ja, dat spreekt vanzelf. Ik kreeg zijn kaartje, waarop als beroep luisteraar stond. En toen startte het gesprek vanzelf. Hij was hulpverlener geweest, gepensioneerd en genoot nu van het leven. En als hij dan zo zat of ergens liep, dan kwamen de verhalen van anderen vanzelf. Ik begreep het volkomen. Met zo’n man kun je praten. Over het leven, voorspoed en tegenslagen. Iedereen heeft een verhaal, maar niet iedereen wil luisteren. Hij dus wel. Hij straalt uit van het leven te genieten, te weten welke krenten er in de pap te vinden zijn, ondanks de moeilijkheden die overwonnen moeten worden. Dat niks hoeft te zijn zoals het lijkt.
Ik moest weer verder. Hij hief het glas en ik zei “To the good life”. Hij lachte. Leuke ontmoeting op een heerlijke zonnige zomeravond.









Zomaar een wat grauwe dag en dan zie je dit. Als het nou net na Oud en Nieuw was, of na Pasen, Pinksteren…. Maar nee, gewoon doordeweeks. Zoiets intrigeert me. Wie zou het er hebben neergezet, en waarom ineens zo veel? Is er een huis leeg gehaald, kregen studenten ineens de geest en moest het huis spic en span gemaakt omdat er ouders kwamen? Tja, dat kan ik me natuurlijk wel afvragen, maar antwoorden zal ik niet krijgen. En waarom zou ik het moeten weten? Nieuwsgierig Aagje spelen…? Foei toch! Waar bemoei ik me eigenlijk mee…?
Langs het terras van een Vietnamees restaurant in het centrum staan deze planten. De grote bladeren lijken wat op klimop. Het is ook familie van de klimop, maar dit zijn echte naam is Fatsia Japonica.
Niet ver van de grote Gemeente-bibliotheek staan deze twee mini-biebjes, keurig rug aan rug. De inhoud was op dat moment een beetje pover, vond ik. Maar de intentie is natuurlijk prima. Je neemt een boek en als het uit is, zet je het weer terug. Of je zet en een ander boek bij… Je ziet ze steeds meer. Deze staan dus midden in de stad, maar ook in onze wijk kom ik wel eens zulke initiatieven tegen. 
Het lijkt een beetje uit de mode, maar kaarten sturen blijft leuk. Met een verjaardag, jubileum of zomaar. En er zijn nog heel veel mensen die je plezier doet met een kaartje uit je eigen stad. En buitenlanders vinden een Hollands kaartje ook leuk! Maar het zijn soms van die oubollige afbeeldingen. Het zou zo veel leuker kunnen. Dat denk ik iet alleen, want laatst zag ik bij
Wie Rotterdam zegt, ziet waarschijnlijk meteen een woud van hoge flats voor zich. Moderne architectuur, zakelijkheid, glas, staal en beton.
Bij dit huis hoeft de postbode niet te zoeken naar het nummer. Het staat er met koeiencijfers op. En ook wie er wonen blijft niet onbekend. Daarom heb ik het adres (dat er ook bij stond) maar weggelaten. Stel je voor dat er heel veel mensen grappig willen wezen en een kaartje sturen….?