Geen goud…

Vaak genoeg ben ik langs dit gebouw gereden. Niks bijzonders meestal, al zitter er wel een aantal elementen in die ik graag wat verder zou willen bekijken.

Het staat op een hoek van de Burgemeester Oudlaan en het begin van de Maasboulevard in Rotterdam. Het behoort waarschijnlijk tot de campus van de Erasmus Universiteit en is in gebruik als studentenhuisvesting.

Maar toen ik er laatst langsreed en de zon er op een bepaalde manier op scheen, keek ik er even met andere ogen naar.

Ik maakte snel vanaf mijn bijrijdersplaats een foto. Niet echt onscherp, maar ook niet een toppertje. Maar het laat wel zien dat het in dat licht wel even leek te blinken als goud. Of had ik mijn roze levensbrilletje op? Nou ja, doet er niet toe. Een beetje zonneschijn kan je wereldbeeld toch mooi even met goud besprenkelen… 😉

Hoger

Het was natuurlijk maar een grapje, die “hoog”opgestapelde paddenstoelen in het Park. Wie zoekt naar hoge gebouwen hoeft alleen maar op die plek om zich heen te kijken en je vindt er plenty voorbeelden.

Want toen we even wat verder liepen, maakte ik deze foto van de Euromast. In 1960 gebouwd als attractie bij de toenmalige Floriade. Daar ging ik heen met mijn zus en zwager. Wat ik er van vond? Gek, dat weet ik niet meer, maar ik geloof niet dat ik erg enthousiast was. Zo’n grijze pilaar met een soort van paddenstoelenhoed er bovenop was in mijn ogen geen toppunt van schoonheid. Bijzonder, dat wel.

Nog geen tien jaar later (in 1968) was het gebouw van de medische faculteit al weer 10 meter hoger. En besloot men een Spacetower op de Euromast te zetten. Was ie toch weer baas boven baas.

Nu kan ik me Rotterdam niet meer voorstellen zonder Euromast. En op zo’n mooie herfstdag moet ik dan ook mijn lens even richten op dit markante gebouw, dat al weer in hoogte is voorbij gestreefd. Maar ook daar kom ik nog op terug.

Hoog

Het was afgelopen maandag te mooi weer om thuis te blijven. Met in het vooruitzicht een paar regenachtige dagen besloten Leo en ik er nog even van te genieten. We gingen naar Het Park,een prachtig stuk groen midden in de stad.

En als kers op de taart zouden we na onze wandeling een broodje kip-kerry gaan halen bij Dennis. Maar al toen we langs zijn kraam reden, zagen we al dat dat vandaag niet lukken zou. Dennis en zijn vrouw zijn op vakantie. Gelijk hebben ze. Dat broodje moet dus wachten tot het volgend jaar 🙁

Maar wandelen in het park is altijd fijn. Er werd ook druk gewerkt. Hoveniers bliezen de vele bladeren weg en een bladzuiger haalde ze weg.

Toen we langs liepen, werden we teruggeroepen door de bestuurder. “Goed kijken hoor, Hier is zo veel moois te zien. Kijk maar!” en hij wees naar een afgezaagde boomstronk.

Aan de voet had zich een hele kolonie paddenstoelen genesteld. En zoals in Rotterdam gebruikelijk is, gingen die de hoogte in. Echte Rotterdamse paddenstoelen dus. Zo gaat dat in Rotjeknor 😉 😉 😉

Interessant

Laatst zag ik op Facebook een aankondiging van twee documentaires over het “Verdwenen Land van Hoboken in Rotterdam”.

Lange tijd was “Het land van Hoboken”een braakliggend stuk grond midden in Rotterdam. Waarom dat land zo lang braak lag, was me nooit geheel duidelijk. Ik dacht dat het tijdens de oorlog platgegooid was. Maar zo zit de vork niet aan de steel.

In twee maal een halfuur durende documentaire werd uit de doeken gedaan hoe het precies zat. En natuurlijk ook hoe dat stuk grond er heden ten dage uitziet. Niks braakliggend, maar volop bebouwd met allerlei voor Rotterdam zeer herkenbare gebouwen.

Enfin, ik geef hierbij de link voor wie ook wil weten hoe dat nou toch zat of nieuwsgierig is naar een stukje Rotterdam met een bijzondere geschiedenis. Eerst een korte tekst en daarna staat de link naar de twee documentaires.

Tante Hortense

In Arboretum Trompenburg viel mijn oog op dit gedicht van Manuel Kneepkens. Het moet er al jaren staan, net als andere gedichten van dit oud-gemeenteraadslid. Maar ja je oog moet er wel even opvallen.

Ik zet er een extra-grote foto bij, want zo krijgt de tekst een heel apart accent.

Gevonden in Arboretum Trompenburg

Veranderd?

Bron: Google foto’s

Gek om een foto te zien van rond 1920, de Binnenweg in Rotterdam. Je zou denken dat alles heel erg veranderd was. Dat de huizen van toen gesloopt zouden zijn en er nieuwe moderne gebouwen neergezet waren.

Bron: Google foto’s

Maar gelukkig, niet alles verandert. Zelfs in Rotterdam blijft nog wel eens wat overeind staan 😉

Dit stukje stad is qua bebouwing niet erg veel veranderd. Een beetje verbouwd is er wel. De voortuinen zijn deels opgeslokt door het trottoir. En de sfeer lijkt me nu heel anders.

Kleuren

Wonderlijk om te zien hoe in de natuur alles van kleur verandert. Soms lijken bomen of struiken een beetje rozig, dan komt het blad en wordt alles frisgroen.

Die kleurverandering zie je natuurlijk het best in de herfst. Toen we dan ook afgelopen week weer een keer naar Trompenburg gingen, lette ik nog meer op al die veranderingen.

Met nog wat foto’s van eerdere bezoeken leverde dat een leuke verzameling op van bloemen, bladeren en vruchten.

Gluren

Na een boodschap in een andere wijk nog even de benen strekken. En dan meteen even “gluren bij de buren”.

Het is een mooie, rustige en vooral groene wijk achter de Kleiweg in Hillegersberg. Fraaie huizen, mooie tuintjes, ja prima wonen.

En voor sommige huizen geldt een soort bonus. Want die liggen met hun achtertuin aan de Bergse plas.

Oké, ik moest even op mijn tenen staan en kreeg maar een klein stukje blauw te zien.

Maar onmiddellijk ging mijn fantasie op hol. Tuin, eigen strandje, zwemmen en zonnen. Je eigen Rivièra…. Tja, het blijft bij dromen.

Monument

Tot mijn 23e woonde ik vlakbij het Justus van Effencomplex. Toen was het nog een wat vervallen gebouw, met veel grauw en grijs beton. Heel zelden kwamen we er weleens, maar echt herinneringen had ik er niet aan.

Leo en ik waren er al eens gaan kijken, na de grote renovatie en afgelopen zaterdag konden we het bezoeken, in het kader van Open Monumenten-dag.

Het complex is in alle glorie gerenoveerd en gerestaureerd en intussen al lang geen “arbeiders-vesting” meer. 264 Woningen werden samengevoegd en verbouwd, waarna er nog 154 woningen over zijn. Die zijn allemaal aangepast aan de eisen van deze tijd.

We kregen een rondleiding en gingen natuurlijk ook naar de woonstraat. Nee, geen galerij. Hier konden in 1922 bakker, groenteman en melkman met hun kar komen, zodat men niet telkens naar beneden hoefde. Heel vooruitstrevend. Helaas is die mogelijkheid in deze tijd gesneuveld. Veel bewoners gebruiken de woonstraat nu als terrasje, met planten in potten.

Midden in het complex ligt het badhuis, want douches of badkamers waren niet voorzien in 1922. Nu natuurlijk wel en daardoor is de functie van het badhuis beneden veranderd in een galerie ruimte. Maar ook huisvest dit gebouw de warmtevoorziening. die zorgt voor warmte in de winter, maar ook voor koelte in de zomer.

Ontdekking

Dat het er was, wist ik al een tijdje. Maar er naar toe gaan, dat kwam er maar niet van.

Tot vorige week. Toen reden Leo en ik naar het westen van Rotterdam, naar het Essenburgpark. Een stukje groen tussen een woonwijk en de spoorbaan. Lang lag het braak en werd het verwaarloosd.

Tot een aantal vrijwilligers de koppen bij elkaar stak en het omtoverde tot een mooi stukje “wilde” natuur. Natuurlijk hoor je regelmatig een trein voorbij denderen. Maar ook fluiten er allerlei vogels, lopen leuke paadjes tussen de bomen door. Er zit een kleine klim in, want je kunt naar de (afgeschermde) spoorbaan toe.

Honden mogen mee. Maar de hondenpoep moet worden opgeruimd en daar staan van de oude vuilnisbakken voor, kriskras door het park.

Het is een oase in de drukke stad en een plek om zeker vaker naar toe te gaan.