Kleddernat

Zoals elk jaar hadden we ook deze keer weer een “familieweekend” geregeld. Al ver voor alle Corona-toestanden, toen reizen nog simpel was.

Nou ja, gelukkig is het allemaal al weer redelijk behapbaar. Maar tot juni was het verboden om een persoon van een ander adres mee te nemen. En hoe kwam onze jongste dan ter plekke…? Geen probleem, vond hijzelf. Ik kom wel op de fiets. Plak ik er meteen een vakantie aan vast.

Wij vonden het super stoer. En wanneer de weergoden een beetje gunstig gestemd waren…. wat kon er mis gaan? Dus zo geappt, zo gedaan!

Vrijdagmiddag kregen we het eerste berichtje. Hij zat al bij De Bilt, dus richting Apeldoorn was een eitje. Maar een beetje verder weg rommelde de donder en pakten donkere wolken samen. Wij zaten lekker droog in de auto, maar dat arme kind. Want ook al is hij inmiddels de vier kruisjes gepasseerd, hij blijft ons kind hè…. 😉 😉

Maar even na zevenen kwam hij dan toch ook bij het huisje aan. Drijfnat, maar lachend. Hij had het toch mooi maar geflikt!

Alle natte kleding werd te drogen gehangen, hij stapte onder een warme douche en wij zorgden voor een hapje en een koud biertje. De fiets verdween in het fietsenhok. Die werd maandagmorgen van stal gehaald. Daar is hij al weer opgestapt om verder te gaan. Een tocht door de noordelijke provincies is het plan. Wij worden op de hoogte gehouden door middel van appjes en foto’s. En ondertussen duimen we voor een beetje droog en mooi nazomerweer.

Melkmeisje

Ik ben er al vele malen langs gekomen, maar pas sinds ons bezoek aan de Kuijl’s Fundatie viel dit beeld me op. Het is een beeld gemaakt door Han Rehm. En ook van hem had ik nog nooit gehoord.

Maar een paar van zijn beelden ken ik wel. Dat zijn echt beelden die bij Rotterdam horen: dat van Fanny Blankers-Koen, vlakbij de oude ingang van Diergaarde Blijdorp en de Lastdrager, dat vroeger op een veem van Pakhuismeesteren stond.

Han Rehm had jarenlang een atelier tegenover deze plek. Nadat hij was overleden, werd zijn atelier leeggehaald. Daar stond deze melkmeid, die zijn zoon meenam. Het was nog maar een gipsen exemplaar en iets te groot voor een woonhuis. Wat dan te doen?

Er werd een bronzen afgietsel gemaakt, dat werd aangeboden aan Kuijl’s Fundatie, die het wel een plaatsje in de tuin waardig vonden.

En zo geschiedde. Het is een fraaie plek, vlakbij waar het oude atelier stond en het is meteen een mooie herinnering aan de beeldhouwer.

Een hofje

Eén van de wandelvriendinnen woont in Rotterdam op een hofje, het hofje van Kuijl’s Fundatie. Samen met haar man zijn zij de beheerders van het hofje en zorgen dat alles daar goed reilt en zeilt.

En nu was de Ganzenpas uitgenodigd uit om bij haar koffie te komen drinken.

Anthonetta Kuijl

Het hofje beschikt over een grote tuin, dus niks stond ons in de weg. Nou ja, de regen dreigde roet in het koffiewater te gooien. Maar er was een -bijna nog mooiere- uitwijkmogelijkheid: de ontvangstzaal in het hoofdgebouw van de stichting.

En zo zaten wij daar op gepaste afstand en onder het toeziend oog van Mejuffrouw Anthonetta Kuijl aan de koffie.

Tussen de buien door konden we ook de tuin en een ander andere vertrek bekijken en hoorden we en passant hoe het -ook heden ten dage- nog zeer traditiegetrouw gaat bij een vergadering van de Hooge Raad.

En heel gezellige koffiemorgen met een niet al te lange wandeling.

Trouwdag

Vorige week “vierden” we onze 47-jarige trouwdag. Nou ja, de warmte weerhield ons van een ritje. Maar voor de avond hadden we een tafel gereserveerd in Villa Augustus in Dordrecht. Een mooi locatie, gezellig ingericht en lekker eten.

En na afloop nog even een rondje door die mooie tuin, waar allerlei heerlijke groenten en fruit worden gekweekt.

En daar ontdekte ik deze verzameling bleekpotten.

Ik denk dat veel mensen zo’n pot wel zouden willen hebben. Niet alleen om groenten te bleken, maar ook om zo maar neer te zetten. Heel decoratief.

Schaapjes

Al een paar jaar komt deze schaapskudde het gras kort houden bij een flat in onze wijk. Het is een leuk gezicht, de kalm kauwende dieren zo dicht bij huis. Na verloop van tijd gaan ze weer naar een andere stek en zien we ze soms terug tijdens een wandeling.

Er hoort ook een hond bij de kudde. Zo’n echte bordercollie, die de schapen prima in bedwang weet te houden. Dat heb ik al een keer kunnen zien. Geen schaap verlaat ongemerkt de kudde. Eén simpel fluitje zet de hond aan het werk en dirigeert alle beesten in hun hok.

Helaas maakte ik er geen filmpje van, maar dit is een goed alternatief:

Druk verkeer

Tegen de muur van onze berging staat deze klimhortensia. Op dit moment bepaald niet zijn meest fraaie verschijning. Maar oh, wat hebben we er een lol aan.

Want elk jaar vind een merelpaar dit een uitstekende plek om te gaan nestelen. Dus hebben we nu al maanden druk heen- en weer gevlieg van pa en ma merel. Ik vermoed dat er zelfs wel een paar nestjes achter elkaar zijn geweest.

Ik weet niet of het elk jaar dezelfde vogels zijn. Maar dit jaar zijn ze in elk geval niet al te schuw. Ook al zitten wij ’s morgens aan de koffie in de schaduw, ze vliegen steeds weer af en aan. Eerst even kijken of de kust wel echt veilig is en dan met een noodvaart de bladeren in. Daar worden ze met veel gepiep ontvangen. Dan verstomt het gekwetter en vliegen ze weer opnieuw uit.

Ja, ze laten wel eens iets vallen, al zullen we ze daar maar niet om verjagen. We wachten nu met spanning op het uitvliegen van de jongen. En houden de likkebaardende katten een beetje op afstand.

Pluizig bolletje

Wanneer deze distelsoort begint te groeien is het eerst een stevige rozet van stekelige bladeren, waaruit een ook al stekelige steel komt met een soort van mini-artisjok.

Niet veel later zie je overal de paarse bloemen in het veld staan. En nu laat de plant een heel andere kant van zichzelf zien. Want in plaats van stekels toont ze nu dikke pluizige en zachte bolletjes. Eén zuchtje wind en de zaadjes waaien over het land uit.

Er zijn veel distelsoorten met evenzovele namen. Deze wordt, geloof ik, “kale jonker” genoemd. Nou, kaal is ie nu toch niet 🙂

Trafohuisje

Toen we toch in de stad waren, konden we dus meteen wel even kijken hoe dat trafohuisje er uitzag. Een huisje met een gedicht, was ons beloofd.

We reden een beetje om, want er was zoveel afgesloten. Maar dankzij navigatie en ons eigen richtinggevoel kwamen we toch in de juiste straat terecht. En ja, er stond een trafohuisje. Dat moet natuurlijk op de foto gezet en aan Sjoerd gemeld.

Maar dat gedicht…? Groene blaadjes, dat wel. Maar geen stukje tekst te vinden. We zochten nog wat verder in de straat, maar geen ander huisje stond er. Dan zou het dit toch moeten wezen. Maar is het dan ten prooi gevallen aan een andere versieringswoede? Of waren de buurtbewoners het gedicht een beetje beu?

Nou ja, dit is dan het trafohuisje, zoals het tegenwoordig in de Adriën Milderstraat in Rotterdam-West staat. Zachtgroen beschilderd met honderden blaadjes en takjes. Het oogt best aardig. En nou maar hopen dat het ook in de verzameling van Sjoerd zal passen.

Verstopt

In deze buurt komen we niet zo vaak. Nou ja, we gaan de laatste tijd helemaal niet meer zo vaak op stap. Maar zaterdag moesten we wel even naar de stad. Met de auto, want in het OV zul je ons voorlopig niet zien.

Maar toen konden we ook wel meteen nog iets anders doen. Dus gingen we op zoek. Naar wat? Dat vertel ik later wel.

Ik keek eerst verbaasd omdat ik helemaal niet zoveel groen in deze wijk verwachtte. Maar ja, er stond wel een dikke oude boom. En toen zag ik hem. Een beetje verstopt. Maar die rode puntmuts verraadde hem toch. Zo maar een tuinkabouter midden in een Rotterdamse straat. En dat op klaarlichte dag!

Het zijn rare tijden, maar het moet nou echt niet gekker worden 😉

Reiger

Afgelopen week wandelden we na het avondeten nog een klein stukje. Toen we het bruggetje wilden oversteken, zagen we deze reiger.

Zo stilletjes mogelijk benaderde ik hem, mijn telefoon al helemaal klikklaar. Maar dat had ik niet hoeven doen. Hij was totaal gefocust op wat hij in het water meende te ontwaren. Had helemaal geen oog -en geen angst- voor de wandelende mensen.

Blijkbaar was het een goed voorzien stukje sloot, want diverse malen verdween zijn snavel in het water en liet hij iets naar binnen glibberen.

Was hij misschien nog aan het hoofdgerecht bezig, terwijl wij ons al verheugden op een toetje….? 😉