Levertraan

Omdat het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam 150 jaar bestaat, vroeg de Oud-Rotterdammer om herinneringen op te schrijven.
En hoewel ik toen pas drie jaar was, herinner ik me daar nog wel iets van. Met name mijn ervaring met het innemen van levertraan.
Dus stuurde ik mijn stukje in en verwachtte dat het tussen de gewone ingekomen post zou staan. Maar nee, het had de hoofdredeacteur behaagd mijn stuk apart en in zijn geheel te plaatsen, met een illustratie.
Ach, ik ben altijd al een laatbloeier geweest, dus misschien komt mijn schrijverscarrière nu pas echt op gang 😉 Maar natuurlijk ben ik echt wel een beetje trots, dus publiceer ik het stuk hier ook nog eens:

Levertraan
In 1952, ik was toen drie, moest ik worden opgenomen in het Sophia Kinderziekenhuis aan de Gordelweg.
Mijn moeder had al lang gedacht dat ik iets onder de leden had, maar de dokter vond dat ze zich zorgen om niets maakte. “Dit is een tenger poppetje, niet die stevige andere dochter van u”, gaf hij te kennen. Nou was mijn enige zus 18 jaar ouder, en dat is nogal een verschil. Tja, daar stak die magere driejarige schriel tegen af.
Maar toen de huisarts op vakantie was, rook mama haar kans. De vervanger liet me testen. Binnen no-time was er geen twijfel mogelijk. Ik had TBC, nog wel in een beginstadium, maar toch. Van alle commotie hierom herinner ik me niks meer. Wel dat ik onmiddellijk moest rusten. En hoewel ik nog maar klein was, kan ik me die dag wél herinneren. Dolgelukkig was ik, omdat ik met knuffel in mijn bedje mocht gaan liggen.
En om aan te sterken moest ik levertraan slikken. Bah, de lucht alleen al stond me zo tegen. Als mama de fles pakte, begon ik al te kokhalzen. Of ze me nou lief, boos, of quasi zoetsappig behandelde, niets kon me over halen dat smerige spul in te nemen. Daar begreep de huisarts helemaal niets van. Had moeder dan helemaal geen gezag?
Maar de rust thuis bleek niet voldoende, ik moest naar het Kinderziekenhuis aan de Gordelweg. En daar zouden ze wel raad weten met zo’n klein tegendraads mormeltje. De eerste avond meteen na het eten (dat ik natuurlijk had laten staan) stond de zuster opeens voor me. Ik herinner me vaag een groot stijf wit schort over een enorme boezem, een ernstig gezicht en een sonore basstem. “Zo, nu nog even een lepeltje levertraan!” De lepel kwam met vaste hand richting mijn mond. Ik klemde mijn lippen op elkaar en was absoluut niet van plan ook maar een druppel van dat vunzige goedje tot me te nemen. Maar ja, zuster had daarmee wel ervaring. Met haar vrije hand kneep ze hardhandig mijn neus dicht. Al snel kreeg ik het benauwd, moest wel even naar adem happen. Dat was het moment, waarop de zuster had gewacht. Behendig schoof ze de lepel in mijn mond en liet mijn neus los. “En nou meteen doorslikken!”, gebood ze met strenge stem. Met alle boosheid van een opstandige driejarige spoog ik met kracht de levertraan weer uit. Recht in haar gezicht. Spetters vettige troep dropen over haar schort en de ranzige lucht kwam in mijn neus. Ik kokhalsde en walgde van de vettige smaak in mijn mond.
Resoluut draaide zuster zich om. Het was de eerste maar ook de laatste keer dat ik levertraan te slikken kreeg. Al op de eerste dag was ik veroordeeld tot een hopeloos geval. Voortaan kreeg ik vitamine A-D druppels. Die smaakten ook niet lekker, maar dat waren er maar een paar. Niet de moeite om ze uit te spugen. En later, toen ik weer thuis was, maakte moeder het zich gemakkelijk en deed ze op een lepeltje suiker. Dat nam ik zonder tegenstribbelen.
Ik moet aan de Gordelweg op een zaal op de begane grond gelegen hebben. Want elke avond stond voor het raam de schoonvader van mijn zus en zwaaide naar me. Hij kwam op zijn Solex-brommertje en met zijn leren jas aan altijd even kijken hoe zijn oogappeltje het maakte. Het zal wel het hoogtepunt van de dag geweest zijn, want ik geloof niet dat er veel te doen was. Ik was te klein voor school, er was weinig speelgoed en ik denk niet dat ik mijn bedje uit mocht.
Drie maanden later werd ik door mijn moeder opgehaald. Niet om naar huis te gaan, maar om naar het Zeehospitium in Katwijk te worden gebracht. Maar dat is een heel ander verhaal, dat ik al eens hier heb gepubliceerd

Levensecht

“Goh, wat een levensechte etalagepoppen”, dacht ik gisteren toen ik in Rotterdam langs deze winkel liep. En toen bewoog de rechtse zich ineens. Ze strikte de veter van haar schoen een beetje beter. Ze waren dus meer dan levensecht. En toen ik een foto van hen wilde maken, gingen ze er nog eens even goed voor zitten.

Wandelen

Het is zulk lekker weer. Een verademing na al die dagen regen. Daar moeten we van profiteren. Dus blijven stofzuiger en stofdoek even in de kast, laat ik het strijkwerk liggen. Ik pak mijn rugzakje, neem de boterhammetjes en iets te drinken mee en ga met Leo lekker wandelen. Dwars door de weilanden, door de Hollandse polder. Doei!!

Zomer

In plaats van zelf een vrijdagse foto op haar blog te plaatsen te plaatsen, vraagt Chantal vandaag anderen om een foto-link met een zomerse inslag.
Nou, als het niet regent zit ik graag in mijn tuin. En daarnet leek het even op, zon en zelfs een beetje warm.
Maar de afgelopen weken was dit, helaas, het geijkte ZOMER-beeld:

Alles wel mooi groen, maar nat, nat en nog eens nat.....

Schuttingen

“Denkend aan Holland zie ik brede rivieren, traag door oneindig laagland gaan….” schreef de dichter.
Nou, dat kan hij helaas nu wel vergeten. Want rijdend door Nederland zie de ene geluidswal na de andere, verschuilt de spoorbaan zich achter een hoge muur en zijn alle postzegeltuintjes voorzien van houten schuttingen en liefst ook nog een “tuinchalet” .
Nauwelijks nog groen, nauwelijks nog natuur. Alles ingekaderd in hout of beton.

Foto uit: "Over Holland" met foto's van Karel Tomeï

Bruggen

Ik ben benieuwd welke bruggen-foto’s er deze week zullen worden ingestuurd bij Stuureenfoto.
Een brug is toch vaak een belangrijk deel van een stad of dorp, het vormt de verbinding tussen twee oevers en er zullen dus wel heel veel foto’s van gemaakt worden.
De foto hieronder werd gemaakt vanaf de Erasmusbrug, van waar je de Willemsbrug kunt zien en een stuk van “De Hef”. Het is dus wel een typisch Rotterdams plaatje geworden. Klik op de foto voor een vergroting.

Lekker lui

Deze kat heeft het goed bekeken.
Ze scharrelt door onze buurt, geeft kopjes aan iedereen en jaagt tevergeefs op de vogels. Dat laatste komt omdat ze een mooi belletje om heeft en dus al haar komst verraadt door luid getinkel.
Maar als het even kan, dan ligt ze ergens in de zon. Soms op onze tuintafel, of zoals hier, ergens op ene auto. Ze laat zich lekker onderhaar kin krabben, spint dan luidruchtig en draait zich nog eens wellustig om.
Als ik in reïncarnatie zou geloven, dan wilde ik wel als dit soort kat terug komen…
 

Mens …..

De verbouwing bij de buren duurt al weken. De beneden verdieping is helemaal leeg en bouwvakkers lopen in uit. Overal liggen draden of staat gereedschap en dagelijks klinkt het geluid van boren of ander elektrisch materieel.
In de tuin kan ook al niet meer geschommeld worden en papa en mama raken zo langzamerhand een beetje over hun toeren.
Maar onze buurmeisjes laten zich niet van de wijs brengen. Ze zoeken hun heil ergens anders, waar ze niemand in de weg zitten.
Bijvoorbeeld op de grote oranje container, die voor het huis staat, volgestouwd met huisraad.
En daar speelden ze zaterdagmiddag een heel toepasselijk spelletje: Mens erger je niet.

Op stap

Eén keer per jaar krijgen wij een uitnodiging voor een dagje uit met de oud-gedienden van Heineken, het bedrijf waar Leo werkte. Acht dagen lang rijden er zo’n vier of vijf bussen met oud medewerkers van alle rangen (met hun partners) naar een of andere leuke bezienswaardigheid. Er wordt gelachen, gepraat en oude herinneringen opgehaald. Vanzelfsprekend is bij zo’n bedrijf het eten en drinken goed verzorgd.
Dit jaar dronken we koffie in Montfoort, waarna de bussen naar Boerinn in Kamerik reden. Na een lunch kon je boerengolfen, creatief met hooi aan de slag, wandelen of, zoals wij deden, kijken hoe kaas wordt gemaakt. Op de foto roert Ineke, vrouw van oud-collega Teun,  in de wrongel om een mooi minikaasje te maken.
In de Klaveet in Achterveld stond weer een heerlijk hapjesbuffet klaar en werd later ook het diner geserveerd. Er was gezellige muziek, zodat we konden laten zien hoe fit en lenig we nog steeds zijn. En na de koffie werden we uitgezwaaid door het bedienend personeel.
 

Zulke dagen worden al jaren met veel enthousiasme georganiseerd en verzorgd door  de vrijwilligers Cor, Lou, Piet en Piet. En daar wilde ik ze nu een keer extra voor bedanken. Want het is telkens weer heel gezellig. Hopelijk komen er nog veel van deze vrolijke dagen.