Beelden

Een paar weken geleden, toen er een pittige storm langs de kust trok, reden we naar Hoek van Holland. We wilden er twee dingen doen; een flinke wandeling langs het strand maken en de beeldengroep van Frank Meisler fotograferen.
Die wandeling hebben we maar niet gemaakt, want wandelen langs het strand was bijna onmogelijk vanwege de wind en het zand dat in je gezicht woei.

Maar die foto’s hebben we wel gemaakt. Hier dus ook een groep kinderen, met een schamel koffertje. Weggerukt uit het gezin, op weg naar een onzekere toekomst.

Sneeuw

De oude vrouw staart naar de tuin, die bedekt is met een dunne witte laag. Sneeuw, zij vindt het wel leuk. Maar op de radio en tv is het gezeur niet van de lucht. Op voorhand worden weerswaarschuwingen gegeven, het advies om thuis te werken, niet de straat op te gaan. Om het kwartier verschijnt een jonge man in beeld, die de stand van de files meedeelt, zeer bezorgd kijkt en en passant om foto’s vraagt van deze barre weersomstandigheden.  

Ze schenkt nog een kopje koffie in en denkt terug aan vroeger. Toen was alles beslist niet beter, maar deden de mensen toen ook al zo overdreven over een paar vlokjes sneeuw? Plotseling moet ze denken aan die winter van 1963, die verschrikkelijke Elfstedentocht met Reinier Paping. Zij zat toen nog op de middelbare school. Er was geen sprake van dat je het slechte weer als excuus kon gebruiken. Je had eenvoudig maar op tijd te komen en… iedereen was er ook. Leerlingen zowel als leraren. Een dag na die Elfstedentocht trouwde haar nichtje. Er was wat zenuwachtig gedoe omdat er nog snel een bontstola moest worden geregeld, maar verder niets. De taxi’s waren op tijd, de ambtenaar van de burgerlijke stand was paraat en het feestje ’s avonds ging gewoon en tot in de late uurtjes door.
Tegenwoordig is heel Nederland in paniek bij een beetje sneeuw. Toch zijn de moderne auto’s van alle technische snufjes voorzien, zoals ABS, rembekrachtiging, winterbanden, airco en verwarming. Is er rijbaansignalering en wordt er regelmatig gestrooid. Maar de FNV adviseert om thuis te blijven.  En op het moment dat er meer mensen van het openbaar vervoer gebruik willen maken, haalt de NS “als service” een aantal treinen uit de dienstregeling.
Maar wie zijn dan straks al die hordes die naar de wintersport gaan? Bij voorkeur op vrijdagavond, zodat er geen dag “sneeuwpret” verloren gaat. Is dat dan anders, kunnen ze dan wel ineens de barre omstandigheden trotseren?
Ach, ze gaat maar eens een boterhammetje klaarmaken. Misschien is ze wel te oud om het allemaal nog te kunnen begrijpen.

Spelen op straat

Op straat spelen, dat kon nog in mijn jeugd. (Bijna) geen auto’s, nauwelijks verkeer in onze straat. Er was ruimte genoeg.
We balden tegen de muur, sprongen bokje, rolschaatsten of deden “koppetje duikelen” om een hek.
Nu hebben de kinderen nauwelijks nog ruimte, moeten ze opletten voor de kostbare auto’s, raast het verkeer met grote snelheid langs.
Ik heb hier al eens een kind gezien, zittend op de stoeprand met een IPad. Eigenlijk triest, want het zou moeten rennen, spelen, bewegen.
Ouders zijn ook vaker bang, terecht of niet, om hun kind uit het oog te verliezen.
Deze muurschildering in Amsterdam, vlakbij een tamelijk grote speelplaats, brengt misschien weer oude tijden terug. Want er is toch niets leukers dan lekker buiten te spelen?
 

 

Reiger

In onze wijktuin zitten heel wat reigers, die de omgeving afstruinen op zoek naar een lekker hapje.
Nu worden er daar nieuwe bruggen gebouwd en dus zijn ze een beetje uit hun doen. Daarom strijkt er zo nu en dan een in onze tuin neer en staat dan reikhalzend bij de vijver. Meestal zijn ze te schuw om een foto te maken, maar  vorige week was dit exemplaar bijna tam en liet zich gewillig fotograferen.

Aan de ene kant vind ik het prachtig, zo’n groot beest in de tuin. Maar na die ene keer een poepende reiger boven mijn auto te hebben gehad, weet ik niet of ik zijn bezoek nou zo erg moet waarderen. Zo’n grote reigerflats  is niet echt prettig om in je tuin te hebben. En de kikkers en salamanders in de vijver zullen hem ook wel liever zien opvliegen.

 

 

Onveranderd

Hoewel er veel, heel veel verandert in Rotterdam, blijven sommige dingen gewoon, net als toen.

Zoals dit winkeltje op de Oude Binnenweg. Zo’n winkel die kan dienen als decor van een TV-serie. Met mannen in stofjassen, grote ladenkasten met daarin ontelbare spijkertjes, schroefjes, haakjes en haken, oogjes en ogen.
Maar als je wat nodig hebt, dan weet de bediende uit al die laatjes juist dát te vinden.
Zo’n winkel waar ik graag in rondsnuffel, al heb ik eigenlijk niks nodig. Waar ik tijden voor de etalage kan staan, omdat er zoveel te zien is: wieltjes, hamers, beitels, hoekijzers, sloten, sleutels, te veel op op te noemen.
Leuk toch?

 

 

Oud, nieuw, nieuwer

   

Zolang als ik weet, wordt er in Rotterdam gebouwd, gesloopt en opnieuw gebouwd.
In 1980 verrees naast de Laurenskerk een groot gebouw, het nieuwe KPN-gebouw. Heette dat toen zo? Dat weet ik eigenlijk niet, er zijn al zoveel namen aan dat bedrijf gegeven.
Het heeft er geen lang leven gehad, want het is inmiddels al weer lang en breed gesloopt en nu staat er een enorm flatgebouw. Zo snel gaat dat dus in deze stad….

Overvol

Na het feestje van Leo’s verjaardag hadden we natuurlijk wat flessen weg te gooien. Op naar de glasbak dus. De glasbak bij ons aan het eind van de straat bleek vol. Nou ja, dat kan gebeuren. Meer feestjes in de buurt zeker?

Maar ook de glasbak bij de supermarkt was overvol. Waar lag het probleem?

 

Te veel feestjes, desperate mensen die hun verdriet en ellende maar verdrinken, een dorstige buurt of was de Roteb niet op tijd langs geweest?

Lekker zoet

Inmiddels overal te koop, maar deze komen uit Wenen. Mozartkuglen, gevuld met pistachemarsepein en nougat, zoeter dan zoet en smeltend op de tong.

De originele Mozartbonbons werden voor het eerst in 1890 door Chocolatier Paul Fürst in Salzburg gemaakt. Fabrikant Mirabell, ook uit Salzburg, noemde ze Mozartkugeln, maar gebruikt ook de originele ingrediënten. En in Wenen worden ze te kust en te keur aangeboden. Voor echte zoetekauwen.

Afscheid

Hoe ouder je wordt, hoe meer mensen je ontvallen. En elk afscheid heeft zijn eigen sfeer. Deze week moesten wij afscheid nemen van een lieve oud-collega en bij een van de toespraken werd een gedicht van Jan Prins geciteerd.

Zoekend naar de tekst op internet, kwam ik dit filmpje tegen van Frits Bom, die er zijn eigen interpretatie aan gaf. Een pure liefdesverklaring aan Rotterdam, die mijn collega vast ook had gewaardeerd: