Al van af het begin volg ik bijna dagelijks in de Volkskrant de column van Caspar, die door Nederland loopt en ons vertelt over het wel en wee in de natuur. Niet altijd even vrolijk, soms zelfs om een beetje depressief van te worden. Van alles wat verdwenen is en nooit meer terug zal komen. Over vogels, vissen, vlinders, insecten die we bijna nooit meer te zien krijgen. Over verarmde grond, te intensieve veeteelt en landbouw.
Maar kijk, vorige week was ie zo waar opgetogen (klik). Hij liep in de Krimpenerwaard en vond daar nog een behoorlijk stuk natuur. Geen biljartgroen grasland, maar weiden met kruiden en bloemen, vogels te kust en te keur. En dat allemaal op een steenworp afstand van de plek waar ik zelf woon.

Bron: De Volkskrant/Blendle

Om te onthouden!

En dan begint het rare, ongemakkelijke gevoel. Aan de ene kant vind ik het heerlijk dat het gedaan wordt. M. is vriendelijk, vrolijk en gezellig. Ze draait haar hand niet om voor dit soort klussen.

Maar ’s avonds bij het Journaal valt regelmatig onze mond open. Want dat kon toch echt niet meer. Die arme nieuwslezer en weerman, strak in het pak, overhemd tot aan het bovenste knoopje dicht en dan nog een stropdas. Welke suffe stylist had hier nou toch de hand in? De presentator hoeft echt niet in bermuda op het scherm te verschijnen, de weerman mag zijn hawaï-shirt ook wel thuis laten. Maar is er nou geen gulden middenweg? Een vlotte lichte broek, net poloshirt…? Zodat ze op de weersomstandigheden zijn voorbereid?