In Den Haag daar woont een graaf en zijn zoon heet Jantje Als je vraagt: Waar woont je pa? dan wijst hij met zijn handje met zijn vingertje en zijn duim. Op zijn hoed draagt hij een pluim Aan zijn arm een mandje. Dag, mijn lieve Jantje.
Ja, dit is hem: Jantje. In 1978 vereeuwigd door Ivo Coljé. Het beeldje staat op de Lange Vijverberg, tegenover het Binnenhof. Daar zou de vader van Jantje, Graaf van Holland, hebben gewoond.
Nu wordt het Binnenhof gerestaureerd. Kosten, tijd en moeite blijkbaar in overvloed…..
Och nee, geen paniek want zo erg was het ook weer niet. Maar we keken wel een beetje vreemd op toen schoonzus en ik vorige week in Den Haag waren.
We liepen de Lange Poten op, op weg naar koffie en taart. Maar alle winkels waren nog gesloten. Midden in de week om bij twaalven?
Toen we neerploften bij de Wiener Konditorei werd al snel verteld dat we alleen filterkoffie konden krijgen. Want er was geen stroom. Het dienstertje stond er wat verloren bij. Ja, alleen filterkoffie en taart dat wel. En heeft u cash geld, want pinnen kan ook niet.
Schoonzus en ik dronken heerlijke filterkoffie en abrikozenstrudel, maar de man naast ons keek heel bedenkelijk. Geen cappuccino, latte of chocola? Helaas nee!
Bij het woord “cash” schudde hij z’n hoofd. Hij was nog niet ingesteld op noodsituaties….!
Ja, zo voelt dat een beetje, want we gingen naar de tentoonstelling “Nieuw Parijs” in het Kunstmuseum in Den Haag. En die is sinds gisteren gesloten. Dus wat zou ik er nu nog over moeten vertellen?
Maar ik wilde die tentoonstelling heel graag zien, omdat ze zo mooi aansluit op het boek dat ik gisteren besprak.
De tijd dat heel Parijs op de schop ging, dat baron Haussmann de grote boulevards aanlegde en de stad maakte tot wat het sindsdien is. De stad van mode, elegantie, brede straten, drukke pleinen.
Maar het was ook de stad van de opstand, de Commune. Bij vlagen kwamen scenes uit het boek van Wagendorp voorbij. Zo zag ik een portret van Louise Michel en foto’s van Nadar.
Maar er waren ook prachtige impressionistische schilderijen van Monet, Renoir, Morisot en vele anderen.
Je kon affiches uit die tijd bewonderen en zo zien dat wat wij nu nog aan reclame en marketing te zien krijgen in die tijd is ontstaan.
De zalen zijn nu gesloten en een nieuwe tentoonstelling staat al weer op de rol. Maar dit wilde ik nog even kwijt.
Hoe ouder je wordt, hoe minder dingen “voor het allereerst” gebeuren. Die allereerste keer maakt indruk, maar naarmate je ouder wordt is er steeds minder iets totaal nieuws.
Bron: Google fotos / Wikipedia
Toch ervoeren Leo en ik afgelopen zaterdag toch nog zo’n “de allereerste keer”. We gingen met de Metro en de Randstadrail naar Den Haag.
Deden we dat dan nog nooit? Ja, natuurlijk, ontelbare keren. Maar deze keer wachtten we op een speciale rit. Al om half elf zaten we in het zonnetje op een bankje op station Leidschenveen, te wachten op lijn 3 uit Zoetermeer. We lieten er een aantal doorgaan, want het was niet die lijn 3 die we wilden.
En ja, precies op tijd kwam het voertuig bij de halte aan. De bestuurder liet de bel eens extra tingelen en bij binnenkomst hoorden we “beste reizigers, u bevindt zich in lijn 3 naar Loosduinen”.
We hadden hem natuurlijk al lang herkend. Die trambestuurder was onze eigen oudste zoon. Hij heeft een carrièreswitch gemaakt van kantoorbaan naar trambestuurder bij de HTM. En deze keer reden we dus voor het eerst met hem mee.
We zochten een plaats vlak achter de cabine en keken mee hoe hij dat grote voertuig over de rails reed, door de Haagse tramtunnel en het drukke Haagse verkeer op weg naar Loosduinen.
Het was een gewone en toch bijzondere rit. Met nog even een praatje bij de eindhalte, terug richting Rotterdam en een extra omroep “voor de passagiers die met de Metro naar Rotterdam willen”.
Voor onze zoon is het inmiddels gesneden koek en hij heeft erg naar z’n zin. Leuk om dat mee te maken.
Afgelopen woensdag was het zover. De Bloggersclub kwam weer eens bij elkaar.
Dit maal niet in Utrecht, maar in Den Haag. Ook heerlijk centraal en bij deze Bar Beton voelde het al snel weer helemaal als vanouds.
Dit keer waren het alleen de dames. Ton en Sjoerd konden er helaas niet bij, maar Bettie, Marthy, Emie, Judy, Sjanne, Mieke en ikzelf kletsten weer alle nieuwtjes en wetenswaardigheden bij elkaar. Alles kwam aan bod en ondertussen lieten we koffie en broodjes goed smaken.
En telkens vinden we het weer een wondertje dat wij elkaar zo maar op het grote Wilde Wijde Web hebben gevonden.
Volgend jaar weer, hebben we afgesproken. Wanneer, dat zullen we dan wel weer zien. We houden sowieso contact.
Op weg naar oudste in Den Haag stapten we even uit op halte Spui, in de tramtunnel. Daar hingen tekeningen van Babette Wagenvoort.
Het was nog even zoeken, maar na roltrap op en af en informeren bij een passante, zagen we de tekeningen hangen.
Babette Wagenvoort was de stadstekenaar van Den Haag en docente op de kunstacademie. Haar tekeningen zijn snelle schetsen van wat ze zoal in Den Haag ziet. Van de Haagse markt tot aan het strand van Scheveningen. Leuke ontmoetingen met diverse mensen in hun dagelijks leven.
We bewonderden de tekeningen en verwonderden ons over de andere mede-reizigers die zonder op of om te zien langs liepen. De tekeningen verdienen meer aandacht.
Dus wie binnenkort naar Den Haag gaat.., het is het uitstappen op Spui zeker waard. De tekeningen hangen er nog tot 3 maart. Er komt weer een tram na 10 minuten, dus wat let je?
De gemeente Den Haag is de eerste stad ter wereld waar binnenkort geen reclame meer gemaakt wordt voor vliegreizen. De Partij voor de Dieren heeft voor elkaar gekregen dat er in de openbare ruimte geen posters of advertenties mogen hangen over benzineauto’s, vliegreizen en cruisevakanties.
Bron: Google / Omroep West
Je kunt daar van denken wat je wilt. Maar ik begrijp dan niet dat de gemeente Den Haag wel boos is dat op de A13 bij afslag 11 alleen nog maar Rotterdam Airport staat aangegeven. De naam The Hague is gesneuveld en Rijkswaterstaat wil dit niet veranderen.
Oh ja, heb ook nog even nagezocht hoeveel dienstreizen de het College van Burgemeester en Wethouders in 2024 maakten (Google weet tenslotte alles!). Het waren er in totaal 17, waarvan 10 per vliegtuig. Soms was het vliegtuig onvermijdelijk, want anders kom je niet op de bestemming. Maar toch, zou dat niet een beetje beperkt kunnen worden. We hebben tenslotte nu goeie digitale mogelijkheden.
Of zijn principes zijn er alleen voor anderen en koesteren ze zelf hun blinde vlek?
Laatst dook er zomaar ineens een piepklein vogeltje op in onze tuin. Het leek wel een duikelaartje als hij probeerde op een vijverplant wat water te drinken. Het was geen meesje, winterkoninkje of roodborst. Ik had hem nog nooit gezien in de tuin.
Een paar dagen later zat hij er alweer en toen zagen we hem in de appelboom verdwijnen. Zoeken in het vogelboek leerde dat het om een puttertje ging. Niet echt een heel zeldzaam beestje, maar wel een heel mooie.
Natuurlijk wilde ik hem fotograferen, maar met deze warmte zit constant het hor voor de deur en dan lukt een foto niet. Het hor openen verjaagt hem meteen. Dus moet ik een andere afbeelding zoeken. Ach, geen punt bij Google foto’s.
Ik koos geen gedetailleerde natuurfoto, maar een beroemde voorouder, zo mooi geschilderd door Carel Fabricius en te zien in het Mauritshuis in den Haag.
Soms is gebrek aan inspiratie juist de bron voor nieuwe. Want struinend door mijn foto’s kwam ik deze tegen. Gemaakt in het voorjaar van 2016, ergens in het Zeeheldenkwartier in Den Haag. Een nostalgische reclame voor een “Leesinrichting” en stammend uit een tijd dat het helemaal niet zo vanzelfsprekend was dat iedereen de beschikking had over eigen boeken. Maar lenen kon natuurlijk wel, bij zo’n leesinrichting. Dit was waarschijnlijk een chique zaak met zo’n mooi tegeltableau in het portiek. Welke boeken zouden ze daar gehad hebben.
Vast veel Couperus, wat Cissy van Marxveldt en dan natuurlijk Engelse, Franse en Duitse literatuur.
Het was er beslist ook mooier dan in het piepkleine winkeltje bij ons vroeger thuis aan de overkant. Met een stoffige etalage, waar ik meisjesboeken leende en een beetje bang was voor de eigenaar. Zo’n grijze man met een dikke snor en een stofjas.
Gek toch, dat zo’n foto je ineens terugbrengt in een heel andere tijd.
Voor het Vredespaleis, bij de bezoekersingang, staat deze boom. Niet zijn bladeren trekken de aandacht, maar de vele strookjes papier met daarop in alle mogelijke talen geschreven een boodschap voor vrede. Want wie wil nou niet in vrede leven? Bijna ieder mens wenst dat er nooit meer oorlog komt. Er zullen her en der wel wat mensen zijn die goed garen spinnen bij een bewapeningswedloop, maar brengt het ook iets goeds? Is al het bloedvergieten ook maar de moeite waard?
Laten we hopen dat al die boodschappen weerklank zullen vinden en dat we nog heel lang in vrede mogen leven!