Verrassing

De ene dag verheug ik me nog op een flinke bos basilicum en denk ik er over welke potten ik zal gaan gebruiken.

De volgende dag zie ik dit in mijn zaaibakje. Een paddenstoel midden tussen de kleine plantjes.

Een foto was ie wel waard, maar de onwetendheid of dit nou wel of niet een giftig exemplaar is deed me besluiten de hele bak, inclusief de net opkomende peterselie, in de groene kliko te kieperen. Je weet toch maar nooit.

Knabbelen we straks aan een fris groen basilicumblaadje en liggen we daarna zo maar levenloos op de bank.

Nee, het is jammer, maar ik koop wel weer een mooie bio-plant bij de Appie.

“Better safe than sorry”.

Niet vergeten

Vandaag, op 4 mei, worden overal in Nederland herdenkingen gehouden voor de slachtoffers van de 2e Wereldoorlog. En altijd wordt dan de Last Post (eigenlijk de Taptoe) gespeeld.

Bron: Google foto’s/Historiek

Jarenlang gingen wij dan naar een herdenking in Rotterdam. Achter in de auto zat onze jongste, met zijn trompet.

Een beetje zenuwachtig, want hij was gevraagd de Last Post te spelen. Toen nog een jochie, later een puber, ten overstaan van zoveel ernstige mensen. Maar hij deed het, vond het een enorme eer. Had er ook stevig voor geoefend, want het moest perfect zijn.

Dan komt de tijd van te druk, andere besognes, andere dingen om te doen. De trompet maakte plaats voor een gitaar en rockmuziek. Er waren anderen die nu de Last Post speelden.

In C-tijd waren er geen herdenkingen met groepen mensen. Op radio en tv werd gevraagd of muzikanten vanuit hun huis wilden spelen. En zo speelde hij als opnieuw vanouds de Last Post vanaf zijn balkon, precies om 8 uur en na exact 2 minuten de afsluitende noten.

In 2020 stonden wij -een beetje verdekt opgesteld- aan de overkant te luisteren. En ja, dat was een kippenvel moment. Na afloop liepen we naar zijn flat en spraken wat met hem vanaf het balkon. Vorig jaar zaten we thuis om dat het weer niet meewerken wilde.

En vandaag? Vandaag speelt hij weer, ergens in Amsterdam-west. Hij heeft er speciaal zijn werkdag in Amsterdam voor omgezet. Opdat men het zich zal herinneren, want vergeten, dat mogen we nooit.

Continue reading

Naar de bollen…

Vorige week vertelde ik dat we naar de bollenvelden op Goeree-Overflakkee geweest waren. Het was prachtig. Alles werkte mee, het weer, de zon, de route die Leo had uitgevogeld en natuurlijk die honderdduizenden tulpenbollen.

Het leek wel of er nog meer velden waren als het jaar ervoor. Tot die tijd dacht ik altijd dat alleen de streek rond Lisse en Sassenheim bollenvelden hadden. Maar er zijn er in Nederland nog veel meer. Ook nog in Flevoland en in Noord Holland.

Ik vraag me af of het nog echt Hollandse plaatjes zijn, want ik zag ook al eens dit soort foto’s uit Japan. Maar ja, die hebben wel vaker wat nageaapt.

Maar waar je ze ook vindt, waar je er naar kijkt, het blijft een prachtig en boeiend plaatje. Lange rijen tulpen of narcissen, hyacinten, zo ver je ogen kunnen kijken.

En dan ineens zie je, tussen al het eindeloze rood, een stoere gele tulp staan. Zo van “kijk mij nou eens”. Nou vooruit, ook een foto van zo’n opstandige dwarsliggert.

Vakantieherinnering

Op onze reizen hebben we veel mensen ontmoet. En ook ontzettend veel kinderen. Soms kinderen in heel andere omstandigheden dan wij hier (nog kennen.

Kinderen die niet over een arsenaal aan speelgoed beschikten. Soms kinderen die duidelijk niet elke dag onbeperkt uit de voorraadkast konden pakken.

Maar zonder uitzondering waren ze lief, aardig, vrolijk en vooral nieuwsgierig. En weer zou ik zo graag willen weten hoe het nu met ze gaat. Wat ze geworden zijn, hoe ze zich in het leven staande houden en wat hun dromen waren en of die zijn uitgekomen.

Jammer, maar dat zullen we wel nooit te weten komen.

Auto

Al wandelend door Rotterdam-Kralingen en genietend van al die mooie statige huizen met fraaie tuinen, stond daar ineens een vuurrode brandweerauto.

Niet zo’n grote, met slangen, sirene en zwaailichten. Nee, een kleine beschaafde brandweerauto.

Of de auto even geparkeerd bij die garage óf dat die erbij hoorde, ik weet het echt niet.

De brandweerman was ook in geen velden of wegen te zien. Anders hadden we dat wel kunnen vragen.

Hij genoot denk ik van een kleine rustpauze, een dutje in zijn eigen kleine bed.

Of wie weet, was hij naar binnen geroepen om iets te drinken. Rode bessenlimonade misschien. Wie zal het zeggen?

Muzikaal

De meeste planten hebben een mooie, officiële Latijnse naam. Maar er zijn zoveel verschillende vormen, die vaak ook nog een een beetje op elkaar lijken. Dus krijgen nieuwe variëteiten naast hun officiële naam een soort van bijnaam.

Dat zal nog knap lastig zijn om die namen te verzinnen. Er zijn tegenwoordig toch niet meer zoveel koningen, prinsen of prinsessen die je nog kunt vernoemen. En als je een persoon uit de geschiedenis kiest, dan weet je maar niet hoe lang die nog in de gratie blijft 😉

Maar in de muziek zijn de mogelijkheden nog lang niet uitgeput. En de kwekers van Astibles (pluimspirea) zochten de namen dan ook in de popmuziek.

Een paar weken geleden waren het nog maar net opkomende planten in een groot bed in Arboretum Trompenburg. Alleen die bordjes verwezen naar de muziek. Maar als ze bloeien -en dat doen ze vast wat later in het jaar- gaan we gewoon weer kijken om te zien of er echt zoveel muziek in zit… Of de Astibles Punk Rock, Rock and Roll, Metallica en nog wat anderen inderdaad de pan of het perk uit swingen

Klein maar fijn

Kijk, dit is mijn Ficus Elastica Belize. Een grote naam voor een klein plantje, want het meet met potje en al nog geen 20 centimeter.

Ik heb haar al een paar weken. Ze stond ietwat verloren opzij van een hele rij plantjes. Eén van haar bladeren was gescheurd en ja, dan tel je onmiddellijk niet meer mee. Maar ik wilde al zo lang zo’n bontbladig plantje en met een beetje goede zorgen zou het best wat kunnen worden.

Ze staat in de badkamer, want daar is voldoende licht en vochtigheid om haar vrolijk te stemmen. En ik hoopte dan ook dat ze enorm zou gaan groeien. Maar dat duurde nog even.

Tot vorige week, toen er een heel klein puntje van het nieuwe blad te zien was. En nu is het blad er echt. Nog een beetje blozend roze, nog niet helemaal volgroeid.

Maar wel met een belofte voor weer een nieuw blad. En ja, daar zal ik ook wel vele weken op moeten wachten. En nog meer maanden en jaren voor dat deze plant echt volledig tot wasdom is gekomen. Twee meter kan ze worden.

Ik weet niet of ik dat nog zie gebeuren. Maar geduld is een schone zaak.

Gewoon

Vorige week was eigenlijk weer -na zeer lange tijd- een “gewone” week.

Zo’n week waarin we weg gingen, naar de bollenvelden op Goeree-Overflakkee. En dan lekker wat drinken op een terras in de zon.

De volgende dag naar een tuinstoelenwinkel. En op de terugweg spontaan naar IKEA. Niks mopperen op die winkel waar je altijd wel wat koopt, maar gewoon ontspannen winkelen. Kijken, kijken en alleen wat nuttigs kopen. Zonder tijdsloten en geen restricties.

Zaterdag op stap met schoondochter. Eerst naar de film, daarna een wijntje op een terras en later lekker samen eten en kletsen. En ook zij vond het weer “bijna ouderwets”.

En dan stond er ook nog een middagvoorstelling gepland voor de zondag. Het Groot Niet Te Vermijden speelde met verve van opera tot smartlap. Er werd gelachen en we konden luidkeels meezingen. Een zaal vol ontspannen mensen in het wijktheater.

Het voelde goed, vrij, zonder belemmeringen, zonder klemmende regels.

Fijn, gewoon fijn!

Vechtpartijtje

Als we rustig in de kamer zitten, is het ineens een kabaal van je welste in de tuin. Gekrijs, klapwiekende vleugels en we zien wat veren door de lucht waaien.

Het zijn eksters en roeken, die duidelijk met elkaar in gevecht zijn. Maar waarom? Dat weten we zo gauw niet te achterhalen. Ze vliegen onrustig heen en weer en wippen van de schutting op het dak van de buren.

Maar dan ontdekken we iets op onze tuinkast. Lag dat er nou al? Nee, het blijkt een stuk brood te zijn. Maar dat is wel gek, want dat dak loopt rond af en je moet wel heel goed mikken dat zo’n broodkorst precies in het midden komt en blijft liggen. Trouwens, hele boterhammen gooien wij niet in de tuin. Hooguit wat kruimels uit de broodmand. We vermoeden dat het uit de bek van een vogel gevallen is.

Omdat wij opstonden zijn de vogels meteen weg gevlogen. Maar dat duurt niet lang en dan begint het gevecht alweer.

Uiteindelijk blijft er één roek over, die de korst met zijn poot op het dak vastdrukt. Zo, daar zal hij eens op zijn gemak van genieten…. Totdat er weer een ander zo brutaal is om ook een deel van de buit op te eisen. Even tilt de roek zijn poot op en …. floep, de broodkorst valt naar beneden en verdwijnt tussen de planten.

Dan heeft de vogel er genoeg van. Als het moeilijk wordt, zoekt hij wel ander voedsel. En zo is de rust weergekeerd in onze tuin.

Boek

Sommige boeken trekken je meteen in het verhaal. Bij Het lied van de Mistral ging het een beetje moeizaam. Waar dat aan ligt. Ik weet het niet. Er lopen wel vaker verschillende lijnen door elkaar in een verhaal.

Olivier Mak-Bouchard: Het lied van de Mistral

De ik-figuur woont met zijn vrouw Blanche in een klein vlekje in de Provence. Ze hebben weliswaar goed contact met de buren, maar komen er niet regelmatig over de vloer.

Tijdens een noodweer stort een deel van een muur in op het terrein van de buurman. In de stromende regen komt hij de verteller halen. Waarom? Dat is het begin van een vreemde ontwikkeling.

Buurman denkt dat er een bron is en begint met graven en de schrijver helpt mee. Enigszins tegen wil en dank, maar steeds enthousiaster. Ze ontdekken inderdaad een waterbron. En water is meer dan goud in het droge gebied.

Was die bron er altijd al? Het lijkt er niet op. Maar uit welke tijd is ie dan wel? En moeten ze het melden bij de autoriteiten? Want er worden ook oude voorwerpen gevonden. Hebben die archeologische waarde? En dat water, kun je dat drinken of zou het alleen geschikt zijn voor bewatering van de kersenboomgaard? zoveel vragen zonder duidelijk antwoord.

Het wordt steeds geheimzinniger, vreemder en soms lijken sagen, legenden en koortsdromen door elkaar te lopen. Totdat een natuurramp leidt tot een onoverkomelijk einde.

Ik vond wel een mooi, maar wat bevreemdend boek, met bespiegelingen over de natuur van de streek en diverse facetten van de geschiedenis.