Vrijdag hadden we ons tweede uitje, dit keer naar Futureland. Waar dat ligt? Op de Tweede Maasvlakte, te midden van grote industrieën, havens, schepen en kranen.

Ook hier waren we al eens, maar toen was de Maasvlakte nog vrijwel onbebouwd. En nu wisten we niet wat we zagen. Binnen enkele jaren is hier uit water en zand een haven gemaakt die er wezen mag. Enorme kranen en aanlegplaatsen voor containerschepen, die behoren tot de grootste van de wereld. Niet alleen containerschepen, maar ook enorme olietankers kunnen hun lading daar kwijt. Een voorlichter van het Havenbedrijf Rotterdam gaf, tijdens de boottocht die we maakten, uitleg over wat we zo allemaal zagen. Zo staat er vlak bij de tentoonstellingshal een enorme loods, waar stalen buizen liggen. Buizen van zo’n 8 meter in doorsnee en van 8 centimeter(!) dik plaatstaal. Die worden in Roermond gewalst en via de weg naar Rotterdam vervoerd. Ze dienen als ondergrond voor windmolens en boorplatforms op de zeebodem.

Containers zijn niet meer dan grote dozen, maar er is vrijwel geen product dat niet in een container vervoerd kan worden. Op zo’n schip staan er ruim 14.000. Binnen in het schip staan er bijna net zoveel als boven op.

En wekelijks komen deze schepen in de Rotterdamse haven aan. Ze hoeven geen sluizen door en de diepgang van de haven is ruim voldoende. Dat maakt Rotterdam tot de motor van onze economie.
En hoe zit het met de huidige milieu-eisen? Tot mijn verbazing bleek dat al heel veel kranen en voertuigen elektrisch voortbewogen worden. En ook op andere punten wordt in de Rotterdamse haven goed gelet op het milieu. Rotterdam heeft op dat punt een voortrekkersrol in de wereld.
De tentoonstelling in Futureland is mooi opgezet, interessant en er kunnen diverse tochten per bus of per boot gemaakt worden. Ook kinderen kunnen zich er prima vermaken. Alles moet wel van te voren besproken worden, dus even plannen is geboden.










Wie Zakynthos zegt, denkt meteen aan schildpadden. Want de Karetaschildpad (Caretta caretta) legt haar eieren op dit eiland. Voornamelijk in een baai in het zuiden, vlakbij Kalamati, de plaats waar wij logeerden. En dan laten we de kans om die dieren in het wild te spotten niet voorbij gaan. Gelukkig 😉 zijn er diverse commerciële mensen die in die behoefte voorzien. Je kunt dus bootjes huren en de zee op gaan of met een grotere boot een excursie maken. Wij kozen voor de laatste optie en gingen met nog vele anderen aan boord van een nogal wiebelend schip. Er stonden grote golven, maar nog net niet groot genoeg om de trip af te blazen. En zo voeren we zo’n 2,5 uur op een prachtig blauwe zee op zoek naar schildpadden. Die moeten boven water ademhalen en dan zijn ze te zien. Schoonzus gilde op een moment “Ja, daar” en wees. Maar toen was Caretta al weer ondergedoken. Zelf geen schildpad gezien dus.
Ik maakte nog een foto van de zee en bedacht dat ik er later een schildpad in zou foto-shoppen. Maar natuurlijk heeft Google foto’s te over beschikbaar, dus dit is hem dan:
Grieken zijn heel trots op hun kinderen. Daarin verschillen ze niet van andere mensen, maar ze laten het vaak heel duidelijk zien. Zoals deze reder, die zijn boten vernoemde naar zijn kinderen. Maar na vijf zonen was er dan eindelijk toch ook een dochter, Stavroula, te vernoemen. Alleen vraag ik me wel af of de fraaie dame, die daar zo languit ligt te liggen, de dochter in kwestie is. Mmm…, meestal wil papa niet dat ze zich zo frank en vrij vertonen. Dat geeft maar kapers op de kust 😉
Het was een heel gezellige vakantie. We hadden mooie appartementen, er was een gezellig restaurant met een heerlijk kokende Griekse mama. De wijn en de ouzo smaakten voortreffelijk en we hadden een auto gehuurd. Dus konden we het eiland rustig verkennen. Zakynthos is niet zo groot, maar schitterend mooi. Buiten de toeristen-plaatsen waan je je alleen op de wereld.
zien en wilde het ook met eigen ogen bekijken. Helaas, met ons ook busladingen anderen van over de hele wereld. Het schip ligt in een baai, omgeven door rotsen. Alleen vanaf boven kun jet het zien, maar dan moet je op een klein plateautje staan. Aansluiten in nette rijen aub… 😉
Hoefde ik ook niet te griezelen bij de types die op een smal muurtje stonden te wankelen om toch maar vooral die éne superleuke en hoogst originele selfie te maken.