Zelfgemaakt

Eigenlijk past de kop niet zo bij de foto, want ik heb mijn werkkamer natuurlijk niet zelfgemaakt. Maar mijn werkplek is wel echt van mijzelf. Hier ben ik vaak bezig, maak ik van papier, lijm en nog wat zaken mijn kaarten en tags. Fröbel ik en maak ik schetsen voor doosjes en andere sjablonen.
Soms heb ik alles netjes opgeruimd, maar meestal is het een beetje rommelig.Dat werkt gewoon het lekkerst!

 

De 1000ste

Dit moet ongeveer mijn 1000ste blog zijn. Heel precies kan ik het niet nakijken, want er staan ook altijd wat concepten klaar.
1000 keer iets te melden hebben, het lijkt heel veel. Maar toch kost het me niet zo veel moeite om elke dag weer iets nieuws te verzinnen.
Niet altijd ben ik origineel, want ik pluk ook regelmatig wat van andere sites en zoek op YouTube naar leuke filmpjes.

Maar ik vind het nog steeds leuk om over kleine dingen een stukje te schrijven, er een foto bij te zoeken. Vaak ontstaat er zomaar een idee voor een blogje., soms is het een beetje ploeteren en kamp ik met een “bloggersbock”.
Och, het is allemaal niet zo heel erg belangrijk. Maar het houdt me van de straat. En nog belangrijker, het houdt mijn geest scherp.
Goeie reden om dit feit te memoreren, toch?

(Niet zo) handig

Ik ben dol op handige tips en tricks en op internet is genoeg te vinden.
Maar soms vraag ik me af wat er nou zo handig is.
Neem nou dit: ik dacht dat het een soort keukenrol zou zijn. Maar wat blijkt: het zijn vaatdoekjes op een rol. Er is een tutorial bij en ze kunnen ze gewoon in de was en dan weer opgerold op het aanrecht worden gezet. De blogster heeft ze zelf gemaakt.
Van mij mag ze hoor! Maar als ik bij Zeeman of Wibra voor minder dan 2 euro vier vaatdoekjes kan kopen, dan ga ik ze toch zeker niet zelf naaien?
 

Het handige van keukenrol is toch dat je de viezigheid opveegt en dan zo in de vuilnisbak kunt plempen?

Hoogtevrees

Via de site van Chantal kwam ik op Brekend.nl, de site waar deze foto stond.
Chantal plaatste de link omdat ze fan van New York is. Die stad staat nog op mijn “to travel to”-lijstje, maar waar het mij nu vooral om gaat is  de ontspannen houding waarop deze mannen tegen de kabels van de Brooklyn Bridge leunen. Alsof ze met beide benen op onze aarde staan en er geen hoogte of hoogtevrees bestaat.
Het zijn schilders die de brug hun regelmatige onderhoud geven. Mijn vader was ook schilder en hij stak altijd de draak met mijn angst voor hoge dingen. Ik vind een huishoudtrapje al eng, laat staan zo’n hoog gevaarte.

Nostalgie

Het is 1972. Ik ken de jongen net 3 maanden en toch gaan we nu al voor 4 weken naar Griekenland. Met zijn oude Volkswagen Kever, de achterbank er uit voor meer bagageruimte, in het net voorin een voorraad shag en een draagbare cassetterecorder, toppunt van high tech. En natuurlijk een stuk of wat bandjes, met onder andere deze erop:

Het is nu 2012. Ik ben vandaag op de kop af 39 jaar met die jongen getrouwd. En op dit liedje dansen we nog wel eens de kamer rond.

Zelfgemaakt

Aan schoenenetalages kan ik niet voorbij lopen. Ik moet gewoon altijd even kijken of er iets van mijn gading bij is.
Nou is dat de laatste tijd zelden het geval, omdat ik nu veel meer ga voor stevig, makkelijk en praktisch.
Maar ik kan nog zwijmelen bij dit soort, chique, elegant, hoog gehakt.
En als je ze dan niet dragen kunt, dan maak je er maar een kaart van.

Geluiden

Eindelijk is het dan mooi weer en kunnen we in het zonnetje buiten in de tuin koffie drinken, lezen, lunchen. Of werken, want al die regen heeft natuurlijk het onkruid welig laten tieren.
Maar mijn plezier wordt soms danig verpest door de geluiden rond om me. Is het geen hogedrukspuit, dan is er wel een schuur- of boormachine bezig. Of wordt ergens met een elektrische grasmaaier een postzegelgazonnetje gemaaid.
Toch zijn het niet die geluiden, die me het meest ergeren. Het is het vrijwel onophoudelijke gegil van kinderen. Niet een beetje, niet om een zere knie of beknelde vinger. Maar het schrille hoge gillen dat sommige kinderen tegenwoordig constant bezigen. Het gaat me door merg en been, want het is ook nog eens op volle sterkte.
En geen corrigerende stem op de achtergrond. Geen moeder, vader, opa of oma die eens opmerkt dat het ook wel zachter of zelf zonder gillen kan.
Natuurlijk moeten kinderen spelen en dat gaat niet in doodse stilte. Ze mogen van mij best praten, lachen, zingen. En als dat soms uit volle borst is, prima. Maar zodra het klinkt als Maria Callas in barensnood, zou er toch wel eens tot stilte gemaand kunnen worden!