Eitje

We zaten in de ontbijtzaal van een hotel. Achter ons zaten nog wat andere Nederlanders. Plotseling riep een van de vrouwen aan de tafel met luide, overslaande, stem “Neeee, niet eten. Doe weg, weg!  Ook dat brood, weg ermee. Dat is levensgevaarlijk!!! Daar kun je dood aan gaan.” Nieuwsgierig als ik ben, wilde ik wel weten wat er allemaal aan de hand was.
En wat bleek? De man had een gekookt ei genomen en wilde dat op zijn brood doen.
 

Nu was dat ei niet, zoals gebruikelijk in hotels, koud en hard gekookt, maar warm en nog een beetje zacht. Zelf had ik zo’n ei de dag tevoren genomen en het had me heerlijk gesmaakt. Maar volgens deze mevrouw had ik al lang het loodje moeten leggen, door het op te eten. Het tekent de hele hype rondom ons voedsel. Alles is verdacht, niets mag meer. Mijn opa at elke dag een zacht gekookt ei, was zelden ziek en werd 93 jaar. En ik blijf ook regelmatig zo’n lekker, zachtgekookt eitje eten!

Slim bedacht

Reclame op radio en TV vind ik meestal nogal irritant. Ik erger me aan al het geschreeuw en de vervelende geluidjes die de spots oppimpen. Maar deze radio-commercial vond ik wel heel leuk. Niet vanwege de tekst, maar vanwege de slimme manier waarop de bedenkers iedereen bij de neus genomen hebben en zo een mooi Trojaans Paard hebben gecreëerd.

Klik op de foto om de commercial te horen

 

Niks digitaal

Dagelijks verbaas ik me over hoe alles werkt, gemaakt is, wonderen van vernuft en techniek, zoals treinen, machines, computer, I-pads. Iemand heeft het bedacht, ontworpen. En dat vinden we allemaal geheel vanzelfsprekend.

Al surfend stuitte ik op de Smithsonian Libraries en dat is helemaal een schatkamer met allerlei moois. Genoeg voor uren achter de computer te zitten en me verbazen. Deze tekening werd gemaakt in 1899 als ontwerp voor een 1500-kW stoomturbine. En dat allemaal zonder computer en CAD-programma!

Beangstigend

Vorige week stapten we zo rond half elf ‘s-avonds in Rotterdam op de sprinter. Op het perron namen twee vriendinnen afscheid van elkaar. Plotseling kwam er een man de trein in, met een fles wijn in de hand en met duidelijk al een flinke slok op. Met een buitenlands accent riep hij wat naar de meisjes, maar die reageerden niet. Dat beviel hem niet en hij begon harder te roepen, aandacht te eisen. De treindeuren sloten en het meisje ging zitten op de klapstoel naast de deur. Nu werd zij het middelpunt van alle aandacht. Een beetje verschrikt en aangedaan vluchtte ze daarop de trein verder in. De man werd boos en riep haar allerlei aantijgingen na, onder andere dat ze “zeker wel lesbisch was”. Ook maakte hij vunzige opmerkingen. De trein zat behoorlijk vol, maar niemand reageerde. Toen hij het meisje steeds meer beledigingen na riep en haar achterna ging, werd het mij te dol. Ik beet hem toe dat hij het meisje met rust moest laten. Nee, ik ben geen heldin. Ik dacht er eigenlijk niet over na, maar vond gewoon dat dit niet kon.

Wat er verder allemaal gebeurde, staat me eigenlijk niet meer zo goed voor de geest. De dronkenlap lalde” dat hij ons allemaal dood zou maken”. Er was iemand die de man te lijf wilde gaan en zijn wijnfles wilde afpakken. Het werd een heel gedoe. Ook één of twee andere mannen bemoeiden zich ermee. Iemand probeerde de politie te bellen, maar kreeg te horen “dat er camerabewaking in de trein is”. Dat was dan gelukkig weer een hele geruststelling 🙁 .

Inmiddels waren we bij onze bestemming, station Alexander, aangekomen en stapten we zo snel mogelijk de trein uit. Maar ook de vervelende dronkaard en wat anderen. Er werd nog wat gesteggeld, maar daar hebben wij ons verre van gehouden. Terwijl wij wachtten op onze metro, zagen we een politiebusje voorbij rijden. De dronken man had dat ook opgemerkt en hij verschool zich. Maar meer dan het busje zagen we niet, geen agent kwam eens poolshoogte in het station nemen. Gelukkig stonden wij op het tegenoverliggende perron en kregen we alleen nog de verbale woede van de lastpost over ons heen.

Maar al die andere mensen in de trein, die zich afzijdig hielden, wel keken naar het relletje, maar geen aanstalten maakten om te helpen, op welke manier dan ook. Dat vond ik nog het meest bizar!

Koffiepraatje

Het maakt niet uit of je in Rotterdam woont of in Venetië. Zo nu en dan een koffiepraatje is altijd goed. Het was nog best lekker weer en met een warme jas zat je eigenlijk goed op het terras. En zo konden de dames dan weer eens bijpraten, over de kinderen, de kleinkinderne, de boodschappen die zo duur werden, de was die nog gedaan moest en …… nou over van alles!

Boekenmarkt

Al een tijdje vinden we dat we nu wel boeken genoeg hebben. Wat heet, er kunnen zelfs wel wat weg, naar de kringloop, naar een tweedehandsmarkt of zo.
Maar ja, dan loop op de boekenmarkt in Deventer en dan ga je voor de bijl. Gelukkig hielden we ons in en bleef het bij twee boeken en een ontbrekend stripboek. Maar toch…..
Maar zeg nou zelf, dit kon ik toch niet laten liggen. Een plekje voor zo’n klein boekje is er altijd wel! En wat voor een boekje…. met 53 mini-plaatjes van mijn favoriet Hiroshige, met minikopieën van  houtsnedes en haiku’s over de plaatsen langs de Tokaido en ook nog eens Japans gebonden. Geweldig toch?