Make-up

Hoewel mijn moeder zelf make-up gebruikte, zij het zeer bescheiden, was het voor mij lange tijd verboden. Ik denk dat mijn moeder me nog graag lang “kind” wilde laten zijn.

Maar een puber in de roerige jaren 60 botste natuurlijk met die opvatting. Ik wilde ook me opmaken, liefst van die koolzwarte ogen, lijntjes, mascara. Bij gebrek aan de nodige financiën zette ik dus mascara op mijn verlanglijstje voor de Sint, met daarbij nagellak, felrood, lippenstift en misschien ook wel zoiets als compactpoeder.

Bron: Foto van Facebook

De sint was lief en toen ik dolgelukkig met mijn doosje mascara van school thuis kwam, liet ik dat uiteraard trots aan mijn moeder zien. Ik hoopte en verwachtte dat zo’n cadeautje wel door de beugel zou kunnen.

Helaas, moeder was nog net zo streng en het doosje verdween stante pede in de vuilnisbak. Hoe boos en verdrietig is ook was, geen pardon. Dat was niks voor nette meisjes. Ach, soms is de logica van een ouder ver te zoeken 😉

Het duurde nog een tijdje tot ik zelf ging verdienen en dus make-up kon betalen. En ik zwaar opgemaakt de wereld in ging. Nog steeds tot groot ongenoegen van mijn moeder. Gek toch, dat verbod. Want roken bracht heel wat minder moeilijkheden met zich mee.

Inmiddels gebruik al jaren geen make-up meer omdat dat allergische reacties geeft. Roken heb ik ook al jaren opgegeven.

Wederopbouw

Lange tijd was Rotterdam een beetje vreemde eend in de bijt van de Nederlandse steden. Er waren meer steden die enorm geleden hebben onder de oorlog en die voor grote delen verwoest waren. Maar het bombardement van 10 mei 1940 sloeg een enorm gat in het hart van de stad en de herinneringen van de bewoners. Voor vele mensen werd in één klap hun verleden weggevaagd.

Bron: De oud Rotterdammer

Toen na de oorlog de wederopbouw met ferme hand werd opgepakt, handelde men niet altijd met “gezelligheid” en “leefbaarheid” in het achterhoofd. Rotterdam werd een stad met veel strakke nieuwbouw, brede straten. Maar ook met een ongezellig imago.

Mijn ouders konden met veel heimwee vertellen over een wandeling over de oude Hoogstraat, de leuke winkels, de mooie etalages. De nieuwe Hoogstraat kon daar echt niet aan tippen. Al zal ook veel met een laagje nostalgie bedekt geweest zijn. Want van andere verhalen herinner ik me de armoe, de kou of het niet hebben van toch noodzakelijke dingen. Maar ja, zo gaat dat vaak met herinneringen.

Maar inmiddels is Rotterdam uitgegroeid tot een wereldstad. Waar veel buitenlanders komen kijken en zich verbazen over de bijzondere architectuur.

Wie niet regelmatig in Rotterdam op zoek komt of niet in de gelegenheid is om er naar toe te gaan, kan via internet ook een heleboel te weten komen. Op dit platform bijvoorbeeld staan heel veel artikelen over verschillende wijken en buurten in mijn stad. Altijd leuk om er eens een kijkje te nemen.

Hernieuwde kennismaking

Vorige week kregen we een appje dat de film “Le Regard de Charles” op tv zou zijn. We zagen de film afgelopen zomer in de bioscoop. Maar nog een keer zien was geen straf. En gelukkig is hij nog steeds terug te zien.

En alhoewel we met Spotify ook nu nog heel veel Aznavour luisteren, bekroop ons ineens weer de zin om LP’s en CD’s te draaien. Die LP’s zijn al heel oud, maar nog steeds luisterbaar. En bij sommige CD’s hoort een stukje nostalgie. Deze bijvoorbeeld.

Die kochten we in Parijs, tijdens een hele koude winter. Verkleumd en moe liepen we langs een winkel op de Boulevard Jean Jaurès. Gewoon om even warm te worden schoten we een platenzaakje in.

En daar lag deze CD met nummers die ik nog niet kende. Die ging mee terug naar Nederland, waar ik hem tot vervelends gedraaid heb. Vooral “La Marguérite”, want dat is voor het allermooiste nummer dat ik ken. Het brengt me telkens weer tot tranen. Maar er staan ook ook vrolijke nummers als “L’album de toi”en “Napoli chante” op.

Nu ligt de CD weer op een handig plekje. Want hij krijgt hernieuwde kansen. Een beetje nostalgie, een beetje vrolijkheid, daar kunnen we niet genoeg van hebben in deze dagen.

Uitgeleend

Een tijdje geleden ging Leo op bezoek bij een jeugdvriend. Hij kent hem al van de MULO, dus heel wat jaren.

Geen wonder dat ze dan herinneringen ophalen. En al kletsend, schoot G. opeens iets te binnen. Na wat zoeken legde hij een klein boekje voor Leo neer. Leo herkende het meteen. Dat heb hij ook gehad.

Maar wat bleek? G. had het boekje van Leo geleend of gekregen. Dat was allemaal niet zo duidelijk. Maar nu kreeg Leo het weer terug.

Vergeeld, ietwat oubollig, natuurlijk. Geen boekje waar je de jeugd van nu kunt plezieren. Maar toch nog steeds leuk.

Met tips over gezondheid, wiskunde, spelletjes en nog veel meer. Sommige tips nog gewoon goed te gebruiken, andere volkomen verouderd en uit de tijd.

Leo was dat boekje al lang vergeten, maar is toch heel blij dat hij het nu weer terug heeft.

Toen en nu

In mijn ouderlijk huis was, tot 1969, geen douche of badkamer. Hoe we dan schoon werden? Nou gewoon, in een teil. Die werd in de keuken gezet en daar ging ik dan in. Hij werd gevuld met keteltjes warm water en dan kon ik een beetje ploeteren.

Misschien ging mijn moeder en zus er later ook nog wel in. Al geloof ik dat zij wel telkens weer schoon water namen. En mijn vader? Die ging elke week met zijn handdoek en schoon ondergoed naar het badhuis.

Zo’n ritueel werd natuurlijk niet elke dag herhaald. Geen denken aan! Eén keer per week, dat was het. De andere dagen wasten we ons aan het aanrecht. En werden we ook schoon.

Bron: Foto’s Google

Bij Leo was wel al langer een douche. Gemaakt op een deel van het balkon. En dat was ’s winters best een koude bedoening. Maar die kou deerde hem niet. Die was hij wel gewend. Want dagelijks waste hij zich op zolder, aan een kleine wasbak met uitsluitend koud water. Ja, ja, dat waren barre tijden.

Nu is er in vrijwel elk huis wel een douche en is dagelijks douchen gewoon. En wat wordt er nu gezegd? Dat het helemaal niet nodig is om elke dag te douchen. Zowel uit gezondheids- als uit milieuoogpunt.

Ach ja, nou hebben we alle mogelijkheden voorhanden, zijn er toch nog bezwaren…
😉 😉 😉

Herinnering

Op vakantie, lang geleden. Met de kinderen in de auto op weg naar …. Ach wie kent dat niet. Nog voor je de eerste stoplichten voorbij bent, beginnen de vragen.

Zijn we al ver, zijn we er bijna, wanneer zijn we er…. Ja, nou zijn het zoete herinneringen, toen lag de stress en kribbigheid van ons op de loer.

Maar we hadden in ieder geval muziek. Een bandje met leuke songs voor ons zelf en voor de kinderen (tot een bepaalde leeftijd) was er strijk en zet elke vakantie een bandje met Sesamstraat. En het blijft leuk.

Lekker ouwerwets

Zo’n ouwerwetse kapperzaak vind je niet meer zo vaak. Zo’n zaak was er ook in onze straat thuis. Met 3 of 4 stoelen waar altijd wel iemand zat te wachten. Waar beduimelde blaadjes lagen en een geur van brilliantine hing.

Deze zou zo in een filmdecor passen. Maar het is geen decor, hij is nog volop in gebruik. Het heeft een gezellige, knusse uitstraling. Ik kan me zo voorstellen dat mannen hier naar toe gaan niet alleen voor een knip- of scheerbeurt. Maar ook om lekker bij te praten, de laatste nieuwtjes te bespreken. En niet onbelangrijk, mannen onder elkaar.

Niks nieuws onder de zon, maar zoals het al jaren achtereen gaat.

Contrast

Nu het weer kan, namen we even een kopje koffie op een terrasje.

We zochten plaatsje aan het water van de Oude Haven. Zo hadden we goed zicht op het Witte Huis, eens het hoogste gebouw en daarmee de eerste “wolkenkrabber” van Europa.

Maar nu staat het gebouw in de steigers, dus viel het als fotogeniek onderwerp meteen af. Maar daarnaast en erachter zijn in de loop van de jaren heel veel nog veel hogere gebouwen verschenen.

En met de Oude Haven en zijn nostalgische schepen op de voorgrond ontstond toch een mooi contrast tussen oud en nieuw.

Toen en nu

Ik kwam toevallig in de Van Brakelstraat, waar lange tijd mijn tante en oom woonden. Vaak geweest als kind, aan de hand van mijn moeder. Toen ik in de buurt werkte, ging even gauw in mijn lunchpauze op bezoek. Later kwamen we op bezoek met onze kinderen en damden ze met oom, die ze stoere verhalen vertelde uit zijn tijd als sleepbootkapitein. Wat later bakte hij dan gauw suikervlinders voor ze en was er altijd nog wel een cafetariahapje in zijn “kombuis” voor Leo en mij.

Er is veel veranderd. Huizen zijn gesloopt, winkels verdwenen. De kroeg waar Noorse zeelieden met elkaar overhoop lagen, is al lang gesloten. Geen Spaans restaurantje meer. Het is nu een rustig ogende straat.

Aan één kant zijn oude woningen gesloopt en nieuwe huizen gekomen. De kant waar tante woonde wordt nu helemaal gestript en gerenoveerd. Ik zag nog wat oude tegelwanden, maar de grote trap was al weg. Tja, zo gaat dat. Tijden veranderen.

Maar ik kon het niet laten een oude foto op te zoeken in het Stadsarchief en een nieuwe van af (bijna) dezelfde plek te maken. Geen fraaie foto, want ik stond wel een beetje in de weg. 😉